JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Via twitter (@josvanderlans, sinds oktober 2010) en onderstaand weblog (sinds augustus 2004) kunt u op hoogte blijven van artikelen en columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardig-heden.

Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb.



.

Reacties worden enorm op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - september 2008
Recensie Ontregelen

Leo Witte schreef een aardige recensie van Ontregelen op de site van de Edmund Husserl-stichting. Wie geinteresseerd is kan deze hier lezen.

Tolhuistuinfestival


Al maanden werken we (Stichting Cultuur aan het IJ, waarvan ik voorzitter ben) achter de schermen om in Amsterdam-Noord in de Tolhuistuin één van de spannendste culturele voorzieningen van de hoofdstad te maken. De Tolhuistuin ligt – gezien vanaf het Centraal Station – aan de overzijde van het IJ, aan de voet van de grote Shell-toren. Op een terrein dat nu nog ontoegankelijk is voor het publiek staat nu het grote bedrijfsrestaurant van de Shell (zie foto links onder van de binnenkant), met daarachter een prachtige tuin, en een aantal bedrijfsgebouwen. Die bedrijfskantine toveren we om tot een geweldige horecavoorziening, met een aantal prachtige publiekszalen, waarvan er een geprogrammeerd gaat worden door Paradiso. Buiten komt het grootste terras van Amsterdam. De bedrijfsgebouwen worden werk en kantoorruimte voor allerlei inspirerende culturele organisaties, zoals – onder meer - de Hiphopschool Noord, Mediametic en Noordje’s Kinderkunst. Er wordt nu hard gewerkt om dat allemaal vanaf de zomer van 2009 mogelijk te maken. Maar wie iets van de geweldige sfeer en potentie van deze bijzondere plek wil proeven, moet op zaterdag 4 en zondag 5 oktober een bezoek brengen aan het Tolhuistuinfestival. In feite een klein oefenprogramma voor wat in 2009 dag-in-dag-uit aan de oever van het IJ zal gaan gebeuren.

Kijk op http://www.tolhuistuinfestival.nl
Recensie Volkskrant van Het rode geluk

Vanochtend stond er van de hand van Aleid Truyens een mooie recensie van Het Rode Geluk in de boekenbijlage van de Volkskrant. Ik vreesde al een beetje dat dit prachtige boek – al zeg ik het zelf – een beetje onopgemerkt zou blijven. Laten we hopen dat het boek (en daarmee de geschiedenis van een van de meest bewogen woningcorporaties van het land) als nog die waardering krijgt die het verdient. Om het nog een beetje de goede kant op te duwen, hieronder de volledige recensie.

Geluk in de vorm van baksteen

Huizen met fleurige voor-tumtjes en intieme groene piemen. Amsterdamse architectuur die kenmerkend is voor de jaren twintig van de vorige eeuw. Jos van der Lans beschrijft het 'rode wonen'.


'Wie hiei binnengaat, laat elke hoop varen', schreef Gerard Reve over de Amsterdamse wijk waar hij opgroeide, Tuindorp Water-graatsmeer, in de volksmond 'Be-tondoip' geheten. Het frisse buurtje met lage huisjes, fleurige voortuintjes, een brink, een bibliotheek en een gemeenschapshuis - maar geen kerken of cafes - leek in alles een dorp. Dat was pieces de bedoeling van de socialisten die begin jaren twintig dit tuindorp heten ontwerpen. De propere omgeving, ver van de verloederde binnenstad moest de arbeider, en de lageie middenstand, verleiden tot een oppassend bestaan.
De verstikkende braafheid en de voelbare opvoedkundige bedoelingen waren neerdrukkend voor de kleine Gerard - begrijpelijk. Toch bleek Betondorp een kweek-vijvei voor talent; veel van die ar-beiderskinderen schopten het ver. Als je er nu rondfietst dan denk je: wat is het hier mooi. Dat geldt voor alle wijken die tussen 1920 en 1930 aan de toenmalige Amsterdamse stadsranden verrezen: aan de zuidkant Berlages magistrale Plan-Zuid-, in het noordwesten de Spaarndammerbuurt, de buurten rond het Olympisch Stadion en de Sloterkade, de Transvaalbuurt in Oost en de tuindorpen in Noord. Het waren wijken waar je fijn kon opgroeien. De woningen, met zonnige erkers, waren redelijk ruim tot groot, sommige hadden zelfs een badkamer. Op de intieme, groene pleintjes konden kinderen veilig spelen.
Deze bloeiende jaren van stedenbouw voegden enorme schoonheid toe aan de stad. Op de bouw werd niet beknibbeld: fraaie, golvende daken met rode dakpannen, uitbundige ornamen-tiek. Laat alles wat in deze gelukkige jaren gebouwd is door architecten als M. de Klerk, P. Kramer, J.C. van Epen weg, en je houdt de oude binnenstad, de nauw opgezette negentiende-eeuwse ring en de woondozen uit de jaren vijftig en later over. Dan hangt er een grauwsluier over de stad.
Nog altijd is in deze buurten de overtuiging van de makers voelbaar: ook de arbeiders en middenstanders hadden recht op een omgeving met allure. Geluk was maakbaar. Vooruitgang had de vorm van gestapeld baksteen. Nu zijn deze woningen gewild, en voor een groot deel ten prooi gevallen aan de vrije markt.
De komst van deze wijken was niet mogelijk geweest zonder een nieuw fenomeen aan het begin van de vorige eeuw: de woningbouwvereniging, een 'bouwvere-niging zonder winstbejag'. Vanaf de invoering van de Woningwet in 1901 bemoeide de overheid zich met de volkshuisvesting.
Dat was hard nodig, want door de explosieve bevolkingsgroei in de I9de eeuw was de woningnood groot; velen woonden in de oude wijken in barre omstandigheden: met grote gezinnen in een kamer zonder sanitair, of in vochtige kelderwoningen. Particuliere wo-ningbezitters lieten winst prevaleren boven de belangen van de bewoners.
De woningbouwverenigingen deden dat niet: zij kochten met geleend overheidsgeld grond, bouwden degelijke huizen en hielden de huren zo laag mogelijk. Er waren katholieke en protestantse verenigingen, en eentje voor onderwijzers, maar een socialistische pendant bestond nog met. Deze, de Algemene Woningbouwvereniging, werd in 1910 opgericht, op initiatief van bevlogen SDAP-voormannen, onder wie Arie Keppler. Voortaan konden mensen met een rood hart wonen in hun eigen sfeer: dansen rond de meiboom op hun eigen pleintje. De architect die als eerste een opdracht kreeg, was de minste niet: H.P. Berlage.
Jos van der Lans, die eerder al enkele boeken schreef over volkshuisvesting, tekende de geschiedenis op van deze 'Algemene', maar volbloed rode vereniging op, die generaties arbeiders goed liet wonen. Hij deed dat bij wijze van afscheid: in juli 2007 werd de AWV opgeheven; zij luseerde met woningbouwvereniging Het Oosten tot het bedrijf Stadgenoot.
Een dramatische passage in deze beeldend vertelde geschiedenis - met prachtige foto's - is het treurige lot van de bewoners van het Iransvaalplein, voornamelijk joodse diamantaibeiders; zij werden bij een razzia in 1943 vrijwel allemaal weggevoerd. Sterk is ook Van der Lans' beschrijving van de Nieuwmarkt rellen in 1972. Het waren jaren van ultieme inspraak voor 'de buurt'. Bewoners - vee! kunstenaars en krakers - kiegen voor elkaar dat grootscheepse stadsvernieuwing werd omgezet in kleinschalige, vriendelijke projecten.
Veel gebouwd wordt er niet meer in Amsterdam, en helemaal al weinig voor de 'sociale sectoi'. Een groot deel van het woningbezit werd verkocht aan particulieren. Veel leden vertrokken naai Purmerend of Almere. De nieuwe arbeiders, veelal allochtonen, wonen nu in de buitenste ringen van de stad, in verpauperende wijken - ontwikkelingen die de pioniers van de vorige eeuw niet vrolijk zouden stemmen. Jarenlang waren AWV-leden ook medebezitters; hun contributie gold als een aandeel. Zij hadden zeggenschap in een ledenraad. Vrijkomende huizen waren uitsluitend bestemd voor leden, een privilege dat zij kwijtraakten.

De moderne woningbouwvereniging is allang niet meer een kroonjuweel van de gemeenschap, maar een bedrijf dat de markt bedient, aangestuurd door een fors management - conform de vooruitgangsidealen van onze tijd.

Aleid Truijens

Jos van der Lans
Het rode geluk. Een geschiedenis van de Algemene Woningbouwvereniging.
Uitgeverij Bas Lubberhuizen
ISBN 978 90 5937 198 9
Geïllustreerd
Pp.: 304
€ 24,50
Bestellen via: www.lubberhuizen.nl


Meer informatie over het boek op de boekenpagina van deze site .

Frontliniewerkers gevraagd

Op woensdag 1 oktober 2008 organiseren het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de Stichting Beroepseer de werkconferentie Publieke Beroepstrots in Den Haag. Deze heeft als doel de omstandigheden waarin de’ frontsoldaten’ in de (semi-)publieke sector hun werk doen, te verbeteren. Bent u bijvoorbeeld leraar, gezinsvoogd, politieagent, opbouwwerker , huisarts of verpleegkundige? Wilt u actief meepraten? Reageer dan! De conferentie is eigenlijk al volgeboekt, maar de organisatie stelt nog 10 extra kaarten beschikbaar, uitsluitend voor ‘frontsoldaten’. Meld u aan op het e-mailadres conferentieberoepstrots2008@beroepseer.nl onder vermelding van uw functie en uw motivatie. Wie het eerst komt….

De werkconferentie zal op woensdag 1 oktober plaatsvinden in Den Haag van 15.00 uur tot 21.00 uur. Deze wordt geopend door staatssecretaris van het Ministerie van BZK, mevrouw Ank Bijleveld- Schouten. Ook zal Marc Chavannes, columnist van de NRC spreken. Voor het debat is een discussiepaper geschreven door Thijs Jansen, oprichter en bestuurslid van de Stichting Beroepseer. De bijeenkomst is de aanloop naar het boek over beroepstrots dat Jansen met Gabriël van den Brink (Universiteit van Tilburg)en Jos Kole (Vrije Universiteit) in voorbereiding heeft.

Nieuw boek Ed van Thijn 'Kroonprinsenleed'


8 Oktober verschijnt een nieuw boek van Ed van Thijn, onder de titel Kroonprinsenleed. De opvolger in de politiek. Mij was de eer toebedeeld om Ed van Thijn (vier jaar lang mijn bankjesgenoot in de Eerste Kamer) over dit boek te mogen interviewen op de officiële opening van het boekenseizoen, Transcripta, afgelopen zondag op het terrein van de oude Westergasfabriek in Amsterdam. Het was een vermakelijk gesprek over een vermakelijk boek, waarin de inmiddels 74-jarige Van Thijn (dit jaar op de kop af vijftig laar lid van de PvdA) vrijwel alle recente machtswisselingen in de Nederlandse, Israëlische, Duitse, Franse en Engelse politiek de revue laat passeren. Zelfs de Clintons en het recente demasqué van Hillary komen nog aan bod.

Het is een amusant, maar misschien nog wel meer een tragisch boek. Van Thijn haalt een bekende uitspraak (van ’t Hart en Ten Hoopen) aan dat ‘als god een politicus wil straffen, maakt hij hem of haar tot kroonprins’. Dit boek levert daar het bewijs voor. Het gaat eigenlijk nooit goed. In de machtswisseling tekenen zich Shakespeariaanse tragedies af. De leider die van geen wijken wil weten, de kroonprins die maar niet aan de bak komt. Denk aan de martelgang van Ad Melkert, wekelijks door de journalist Gerard van Westerloo in Vrij Nederland neergezet als de ‘arme kroonprins’. Om medelijden mee te krijgen. En met Ad Melkert is het dan ook niet goed afgelopen.
Het interessantste blijven natuurlijk die machtswisselingen die Van Thijn zelf van dichtbij heeft meegemaakt en waar hij als een insider over kan rapporteren. Ontluisterend is het als in 1981 bij de val van het kabinet Van Agt II (met de superminister Joop den Uyl) alle prominenten in de PvdA (Jos van Kemenade, Wim Meijer, Ed van Thijn, André van der Louw, Marcel van Dam) aan Den Uyl proberen duidelijk te maken dat zijn tijd gekomen is. In zijn bijzijn geven ze een voor een te kennen dat de Partij beter met André van der Louw verder kan gaan. Den Uyl haalt zijn schouders op en trekt zich er niets van aan. Uiteindelijk laat hij zich pas in 1986 opvolgen door de kroonprins die hij zelf al sinds 1981 in gedachten heeft: Wim Kok. De partij zucht vervolgens nog vier jaar onder een leider die al lang over zijn hoogtepunt (houdbaarheidsdatum) heen is en waarvan het gezag afbrokkelt. En niemand doet er wat aan.
Tamelijk genadeloos is Van Thijn over Wim Kok. Ik mag natuurlijk nog niks verklappen, maar hij beschrijft een bijeenkomt met Kok in het bestuur van de stichting Den Uyl-lezing, nadat Kok zijn beroemde Den Uyl-lezing heeft uitgesproken over ‘het afschudden van de ideologische veren’. Een aantal bestuursleden merkten op dat ze het woord ‘solidariteit’ niet waren tegengekomen in Koks betoog. Waarna Kok geïrriteerd reageerde: ‘Solidariteit?! Wat is dat? Kan iemand mij dat uitleggen? Solidariteit is een leeg begrip. Ik heb een hekel aan lege woorden.’
Tja, ik geloof dat het staatssecretaris Frans Timmermans was die onlangs nog in een uitvoerig verhaal in het NRC beweerde dat de sociaal-democratie zo ongeveer was uitgevonden om inhoud te geven aan solidariteit. Gelijk heeft ie, maar dan is het wel treurig dat de partij vijftien jaar geleid is door een leider die daar weinig mee op had. Enfin, is een onderhoudend, maar in feite dus dieptragisch boek, dat hoofdzakelijk over mannenmachtswisselingen gaat. De komende eeuw zal – zo laat het zich aanzien - meer en meer de eeuw worden van vrouwelijke leiders. Laten we hopen dat zij het er beter van afbrengen. Waarschijnlijk is dat echter niet, want als een ding duidelijk wordt uit Van Thijns boek is het dat macht verslavend en verbindend werkt. En waarom zou dat bij vrouwen anders uitpakken dan bij mannen?

Voor meer informatie over het boek, zie: www.augustus.nl
Bezoekersexplosie na VPRO-boeken



In juli herhaalde de VPRO volkomen onverwacht (ik wist er zelf niks van, maar had er uiteraard geen bezwaren tegen) de aflevering van het programma Boeken, waarin Wim Brands mij interviewde over het boek Ontregelen. Eerder zond de VPRO dit interview uit op zondag 30 maart. Wie de uitzending desondanks nog steeds gemist heeft kan overigens bij de VPRO dit gemis goed maken: http://boeken.vpro.nl/afleveringen/.

Wat is nu het effect van zo’n uitzending, ergens op de zaterdagochtend? Welnu, onderstaande grafiek laat daar iets van zien. Het brengt het bezoek aan deze website in de maand juli in beeld. Doorgaans een maand waarin het bezoek vanwege vakantie terugloopt. Maar deze maand niet. Gemiddeld trekt de site per dag zo tussen de 125 en 175 bezokers, dat kan je ook zien in de eerste weken van juli. En dan komt de herhaling van VPRO-boeken op zaterdag 13 juli. De dag erna schiet het bezoek omhoog naar ruim 500 bezoekers per dag, de volgende dag zijn het er bijna 600 en in de week die daarop volgt zakt dat langzaam tot aan het einde van de maand de vakantie echt aanbreekt en het bezoek onder het gemiddelde duikt. In totaal kan je zeggen dat er zo’n 2500 mensen extra in de maand juli mijn site bezocht hebben. Dat is niet gering, lijkt me. Want die mensen moeten echt op zoek gaan naar mijn site, want de uitzending vermeldde het adres niet. Nu maar hopen dat ze vervolgens ook het boek zijn gaan kopen. Daar lijkt het overigens wel een beetje op, want gedurende de zomermaanden is de verkoop gestaag door gegaan, terwijl dit meestal een periode is waarin de verkoop een beetje droogvalt. Hieronder, ter illustratie, de grafiek van de bezoekersaantallen in juli.



Get
Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.


Frankenstein op een behangrol


De Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher heeft eind vorige jaar het aanpakken van de jeugdsector in de hoofdstad ‘operatie Frankenstein’ gedoopt. Niet meteen een aanduiding waar je vrolijk van wordt, want de jonge dr. Frankenstein baarde in de gelijknamige films (op basis van een boek dat geschreven werd in 1818) een monster dat hem vervolgens boven het hoofd groeide. Die uitkomst – zo zou je denken - kan de hoofdstedelijke PvdA-leider niet voor ogen hebben. Maar volgens Asscher heeft Amsterdam (en misschien wel heel Nederland) echter al een monster gebaard; een duizendkoppig projectenmonster van bemoeienissen met jongeren (en hun ouders) waarvan de effectiviteit ver te zoeken is. Misschien heeft hij er even over gedacht om zijn tegenoffensief operatie-Kafka te noemen of ‘Het Moeras’, maar dat zijn uitdrukkingen die in het verleden al zo vaak gebruikt (en versleten) zijn, dat hij iets angstaanjagenders zocht. Zo kwam hij bij het monster van Frankenstein uit.
Laat ik meteen maar zeggen dat ik voor dit soort vergelijkingen niet meteen warm loop. Ze zijn vaak modieus en populistisch. En dat risico is extra groot als ze uit de koker komen van een wethouder economie en financiën, die er na het vertrek van een vorige wethouder jeugdzaken er maar bij is gaan doen. Zonder iets af te willen doen aan het talent van Lodewijk Asscher (door PvdA-ingewijden steevast getipt als een mogelijke opvolger van Wouter Bos), kleeft aan zo’n uitstapje naar de welzijn- en zorgwereld het risico van het rondpompen van vaak afgekloven vooroordelen over zachte heelmeesters die stinkende wonden maken, en dat onverbeterlijk doen in een bureaucratische sfeer van geitenwollensokken. Als Asscher die weg in zou slaan, wordt het niks. Dan zou de operatie Frankenstein de zoveelste afrekening met de softe sector worden en kunnen na afloop de computers overuren draaien omdat alles niet één maar drie keer gemeten moet gaan worden.
Waardoor we nog verder van huis zijn.

Daarom was ik redelijk sceptisch toen ik halverwege juni tijdens een conferentie over outreacend werken, georganiseerd door de stichting Eropaf! (zie: www.eropaf.org), de Amsterdamse onderzoeker Douwe van den Berg de eerste resultaten van de operatie-Frankenstein zag presenteren. Asscher is namelijk – heel verstandig! – niet meteen begonnen met oplossingen en maatregelen, maar wilde eerst weten hoe het systeem van jeugdhulpverlening nu eigenlijk werkt. Hoe gaat het nu in de praktijk? Wie bemoeit zich er mee? Hoe wordt er samengewerkt? Wat zijn de redeneringen?
Dat leidde tot het onderzoek ‘Systeem in Beeld’, waarin heel nauwgezet, stukje voor beetje hulpverleningsgeschiedenissen van zogeheten multiprobleemgezinnen gedurende de afgelopen zes jaar in beeld zijn gebracht. Dat gebeurde aan de hand van meerdere werkconferenties rondom één zo’n gezin, waarbij alle professionele hulpverleners en betrokkenen (voor zover nog achterhaalbaar) die met het gezin te maken hadden gehad, hun eigen dossiers hadden meegenomen en precies vertelden wat ze hadden gedaan. In zes werkconferenties ontstond zo een reconstructie van hoe de systemen werken.
Douwe van der Berg, één van de onderzoekers, presenteerde de eerste resultaten. Hij deed dat heel prudent, zonder de gebruikelijke vooroordelen over hulpverleners nog eens te ventileren. Hij hield zich bij de feiten. Mar misschien daarom was zijn verhaal zo schokkend. Om niet te zeggen verbijsterend.
Door alle interventies in de tijd naast elkaar te leggen konden de onderzoekers (en dus ook de hulpverleners zelf) reconstrueren wat er de afgelopen zes jaar met een multiprobleemgezin was gebeurd. Dat was niet niks. Gemiddeld telden ze voor elk onderzocht gezin in zes jaar 40 intakes, 20 plannen van aanpak, een bemoeienis van tachtig professionals en 20 organisaties. En dat alles zonder dat het multiprobleemgezin er nu zoveel beter van was geworden.
Inderdaad, Frankenstein is zo’n gekke aanduiding niet. Zelfs de hulpverleners die meededen aan de werkconferenties schrokken zich rot. Gedurende die zes jaar was het verloop onder hen zo groot geweest dat de continuïteit eigenlijk geheel in handen was gekomen van het gezin zelf die daar zo op de eigen wijze dankbaar gebruik van had gemaakt.
He team van Van den Berg had alle interventies in de afgelopen zes jaar uitgetekend op de achterkant van een behangrol, die bij elkaar meer dan vier meter lang was. En toen alle gegevens uit de officiële dossiers op de behangrol in een tijdlijn waren uitgezet, bleek tot stomme verbazing van het onderzoeksteam tamelijk cruciale informatie niet eens in de dossiers te zijn vastgelegd. Een zelfmoordpoging van de moeder, een paar jaar eerder was niet in de dossiers terug te vinden. Een vermoeden van kindermishandeling en seksueel misbruik was vanwege privacybescherming niet aan de dossiers toevertrouwd. Naast de formele dossiers bestond er dus een behoorlijke hoeveelheid informele kennis die om praktische of principiële redenen niet aan het papier werden toevertrouwd. En dus niet werd gedeeld.


Op basis van deze informatie probeerden de onderzoekers vervolgens in kaart te brengen hoe het systeem nu eigenlijk werkt. In grote lijnen gaat dat als volgt. Elke hulpverlener maakt het probleem voor hemzelf behapbaar en daarmee oplosbaar. Hij of zij start een relatie met (leden van) het gezin waarin vertrouwen centraal staat. Stukje voor stukje moet er vertrouwen gewonnen worden en worden er afspraken gemaakt om zaken in beweging te brengen. Maar omdat de problemen altijd met andere zaken samenhangen en groter zijn dan het probleem dat de hulpverlener kan behandelen worden de afspraken nogal eens niet nagekomen. De hulpverlener ziet dat als een gebrek aan vertrouwen en concludeert al snel dat het gezin niet echt gemotiveerd is en de ernst van de problemen niet doorziet. Daarop loopt de hulpverleningsrelatie vaak stuk: of het gezin of de hulpverlener haakt af. Maar niet lang daarna (de problemen houden immers aan) herstart het proces zich via een andere ingang, met een andere hulpverlener bij een andere instanties of een nieuwe hulpverlener bij dezelfde instantie. Daarmee treedt dezelfde cirkelgang in werking, overigens vaak aangestuurd door officiële protocollen. De hulpverleningsgeschiedenis wordt vaak bewust genegeerd, omdat elke hulpverlener toch ook weer met een schone lei ‘geheel blanco’ wil beginnen en dus eigenlijk op goed (professioneel) geluk aan zijn eigen aanval op een deelprobleem begint. Waarna de cirkel zich in veel gevallen opnieuw sluit.
Frankenstein is eigenlijk nog een heel vriendelijke uitdrukking voor deze treurmars. Waarbij ook nog eens aangetekend moet worden dat Amsterdam over naar schatting zo’n 3000 zware multiprobleemgezinnen beschikt en men in de hoofdstad (zoals overal in het land) al sinds jaar en dag spreekt over integrale aanpak en ketensamenwerking. Om nog maar te zwijgen van de naïviteit van André Rouvoet die meent dat dit type problemen met een elektronisch kinderdossier en Centra voor Jeugd en gezin wel uit de wereld worden geholpen.
Vergeet het maar.

Het aardige van Douwe van den Berg was dat hij dit alles vertelde zonder bij iemand de schuld neer te leggen. Zo werkt het systeem, was zijn boodschap. Sterker, uit zijn ervaring met de werkconferenties maakte hij op, dat als de professionals echt met elkaar konden overleggen, daar de tijd voor namen en elkaar de ruimte gaven, dat zowel de diagnoses als de aanpak veel preciezer en krachtdadiger konden zijn. Ze konden veel meer dan het systeem toe liet. Bevrijd de professionals van hun protocolcorsetten, hun instellingskeurslijf en hun deelprobleemfixatie en de weg naar effectiviteit ligt open, zo was – in mijn woorden samengevat – zijn devies.
Dat is andere koek dan het gangbare effectiviteitsrefrein over evidance based practises, over weten = meten, over transparantie, protocolkeurmerken en integraliteitstoetsen. Het zou geweldig zijn als Asscher daar verandering in zou kunnen brengen. Als hij een beweging van onderop zou kunnen faciliteren, als hij ruimte en mandaat zou kunnen geven aan professionals in plaats van deze nog verder op te sluiten. Dat vereist een bijna buitenmenselijke bestuurlijke kracht. Een soort politiek bestuurlijke krachtpatser die vooral slim en overtuigend moet zijn. Zo’n politicus is – op het terrein van zorg en welzijn - in Nederland nog niet uitgevonden.
Er is een wereld te winnen voor Asscher.

Deze column verschijnt in het septembernummer van TSS – Tijdschrift voor sociale vraagstukken.

Foto’s: Mike van Kreek
Schuren

Er heeft zich de afgelopen jaren een nieuwe dansvorm binnengedrongen in de schoolfeesten van middelbare scholen: het schuren. Voor mensen die zich niet dagelijks op de hoogte houden van de jongste jeugdsubculturele trends: schuren is een vorm van dansen waarbij de jongen achter het meisje staat terwijl zij haar billen op het ritme van de muziek (bij voorkeur een zwoele r & b-beat) tegen zijn kruis aandrukt en heen en weer beweegt. Andere uitdrukkingen hiervoor zijn: slijpen, droogneuken en kontdansen. Het schuren heeft de afgelopen jaren enorm aan populariteit gewonnen onder tieners en is vanuit de discotheken dus nu de schoolfeesten aan het veroveren.
Wat moeten we daar nu van denken?
Mijn eerste gedachten gaan onmiddellijk terug naar het schuifelen (tegenwoordig slowen genoemd) wat in mijn jeugd de meest gewaagde onderlinge contactvorm was op verjaardagspartijtjes en schoolfeesten. Het licht werd tijdens deze zwoele muziek (ik herinner mij vooral ‘When a Man Loves a Woman’ van Percy Sledge) steevast gedimd, waarna de spanning steeg en een enkel paartje tot voorzichtige handtastelijkheden overging. De meeste schuifelden echter onschuldig rond, niet precies wetend (of durvend) hoe met deze intimiteit om te gaan. Gelukkig werden wij meestal verlost uit deze lichamelijke ingewikkeldheid omdat op een bepaald moment de deur openging en een der ouders (of op school een leraar) het licht aandeed en wij ons haastig (en ook wel een beetje opgelucht) uit de omstrengeling losmaakten. Eenmaal weer als jongens onder elkaar spraken we later wel van een te gek feest.
Nee, dat gaat tegenwoordig dus heel anders. Nu rapt Ali B. voor volle zalen tieners op Frisfeesten (alcoholvrije feesten voor kinderen tussen de 12 en 15) dat er lekker gebounced moet worden. Of zingt de rapgroep Spookrijders de tieners voor: ‘Alle chickers willen schuren.’ Dan wel roept DJ Chuckie: ‘Zakken, zakken, zakken. Schuren, schuren, schuren. Schud, schud, schud. Schud met je billen, lekkere tanga.’
Daar durfden wij vroeger nog niet eens aan te denken.
Het behoeft dan ook geen verbazing dat in menig lerarenkamer de vraag is opgeworpen of het schuren niet te ver gaat. Moeten wij, leerkrachten, ons onverschillig tonen ten opzichte van de opdringerige omgangsvormen van de MTV-clips, waarin mannen macho’s (players) zijn en de vrouwen sletten (chickies, tanga’s)? Moeten wij ons niet, zoals minister Plasterk (toch ook onze minister van dans) ons niet zo lang geleden voorhield, teweer stellen tegen deze ongeremde seksualisering van de cultuur. Is het normaal dat meisjes van 13 en 14 zich als een geil seksobject gedragen?
Tja, dat vraag ik me ook wel eens af.
Maar ja, dan denk ik aan de heupen van Elvis Presley die in de jaren vijftig op de televisie niet in beeld werden gebracht omdat ze aanstootgevend zouden zijn, zodat op de eerste opnamen van The King of Rock-’n-roll alleen zijn bovenlijf te zien is. De ongerustheid hoort kennelijk bij de ontwikkeling van het dansen. Tachtig jaar geleden zette de regering nadat de tango, de one- en two-step, de boston, de charleston en de shimmy de benen van jonge Nederlanders in beweging hadden gebracht een heuse staatscommissie op het ‘dansvraagstuk’. Drie jaar had de commissie nodig had om het probleem in kaart te brengen. Om vervolgens te pleiten voor strenge maatregelen en verboden. De nieuwe dansen werden volgens de commissieleden door jonge mannen gebruikt om hun partner te verleiden door ‘hartstochtelijke omvattingen of betasting en zinnenprikkelende plaatsing der benen’.
Het mocht allemaal niet baten. Zoals – in de jaren negentig - ook de commotie over houseparties niet geholpen heeft. De zinnenprikkelende plaatsing der benen en tegenwoordig dus billen is kennelijk niet te stoppen. Een schuurverbod heeft geen zin. Het zou hooguit navolging krijgen op zwaar christelijke scholen. Volkomen overbodig, want de jongeren van de biblebelt schuren van huis uit toch al niet. Die verkeren nog steeds in het schuifelstadium.
Verbieden werkt dus niet. Het maakt het schuren alleen maar spannender.
Veel verstandiger is het als ouders en leerkrachten op een veel verrasender manier tegen het schuren aan gaan kijken. Niet zo bezorgd. Beschouw het als een doorbraak van vrouwen op de dansvloer, want het zijn de meisjes die het initiatief nemen, die de dans leiden en bepalen of er geschuurd mag worden. Knoop dat die meiden ook in de oren. En benoem – in het verlengde daarvan – het schuren als de definitieve nederlaag van het mannelijk geslacht op de dansvloer, als een triomftocht van de houtenklazen. Laat minachting hun deel zijn, maak van schuurders brekebenen, danslosers en begin elk schoolfeest met een korte demonstratie door de lokale dansschool van dansen waarin mannen en vrouwen laten zien dat dansen nog veel erotischer, seksueler, spannender en dynamischer kan zijn.
En ach, misschien moeten we toch ook maar erkennen dat het schuren misschien wel spannender is dan het slappe geschuifel uit onze grijze verleden.

Deze column verschijnt in het septembernummer van het tijdschrift DANS.
GroenLinks en het verleden

Mensen die bang zijn voor honden worden significant vaker door deze viervoeters gebeten. Mensen die bang zijn op straat worden aantoonbaar vaker in elkaar geslagen. Mensen die bang zijn voor de boze buitenwereld worden zo gauw het kan door de boze buitenwereld te grazen genomen. Bij voorkeur doen wij het voorkomen alsof onze beschaving deze dierlijke drijfveren te boven is gekomen. Maar niets is minder waar: we hebben de roofdieren gecultiveerd en zelfs in de machtigste en modernste bedrijfstak ondergebracht: de media.
Daarom is de tragedie-Duyvendak niet begonnen met een onhandig persbericht in komkommertijd of door de afwezigheid van het hoofd persvoorlichting, maar op het moment dat zich de angstvalligheid meester maakte van GroenLinks. Wanneer dat precies is geweest valt moeilijk te zeggen, maar ergens in de jaren negentig heeft de vrolijke eigengereidheid plaats gemaakt voor radicale weloverwogenheid. Gelijk krijgen werd belangrijker dan gelijk hebben en van lieverlee werd het denken bezet door politiek-strategische overwegingen.
Het verleden verscheen daarin niet langer als een verdienste, maar als een probleem, waar om de nieuwe moderne mentaliteit te rechtvaardigen en de mentale vooruitgang te bewijzen afscheid van genomen moest worden. Nee, we waren niet langer dogmatisch. Nee, we waren niet langer een getuigenissenpartij. Nee, we vallen niet samen met sociale bewegingen, laat staan dat we een single-issue partij zijn. Nee, wij zijn niet meer de oude, wij denken met de tijd mee.
Daarmee werd het verleden meer en meer iets waar we maar liever niet aan herinnerd wensten te worden. Liever geen oude koeien. Zo ontstond er een geur van vermijdingsangst over het onderwerp, die de media uiteraard niet ontging. Je zou het als een heldendaad van Wijnand Duyvendak kunnen zien dat hij dit zwijgen doorbroken heeft. Ik ben ook absoluut overtuigd van zijn integere intenties, maar de manier waarop hij vervolgens op een onnavolgbaar ingewikkelde manier afstand neemt van de beruchte inbraak bij het ministerie van EZ, zegt meer over GroenLinks dan over Wijnand Duyvendak. En daarna sloeg ongeveer iedereen op tilt en de roofdieren toe. Inderdaad, mensen die bang zijn worden vaker geslagen.

Deze column verscheen in het september-nummer van het GroenLinks Magazine.
Discussie jaren tachtig

Oké, laten we discussieren over de jaren tachtig. Zowel Joost Lagendijk, Femke Halsema als Wijnand Duyvendak hebben daartoe opgeroepen. Dat lijkt mij een goed plan, maar laten we het dan wel goed doen. En als het even kan vooral niet in de vorm van een massaal mea culpa, want dat is volkomen onproductief.
Laten we eerst eens goed analyseren wat er in die jaren gebeurde, welke ingrijpende veranderingen in gang werden gebracht die onze huidige samenleving tot op de dag vandaag hebben getekend. En dan gaat het natuurlijk niet over de jaren tachtig alleen, want dat is eigenlijk vooral een stuiptrekking van de decennia die daaraan voorafgingen: de jaren zestig en zeventig. Pas als je begrijpt welke metamorfose in die jaren op gang is gebracht, dan pas is het mogelijk om de uitwassen en onzinnigheden te begrijpen.
Pas als je begrijpt waar het idee van ‘het persoonlijke is politiek’ vandaan kwam, hoe het politiek en ideologisch werd ingezet, dan pas kan je begrijpen welke perverse vertalingen daarvan in radicale bewegingen werden gemaakt. Dat is geen manier om dit soort zaken goed te praten, integendeel, maar het kan wel enig licht werpen op de vraag waarom weldenkende mensen bijvoorbeeld overgingen tot persoonlijke bedreigingen. En misschien werpt dat wel een licht op het feit dat dat vandaag de dag (op internet) op grote schaal een normale gang van zaken is geworden.
Een begin van zo’n analyse maakte ik in 2005 samen met Antoine Verbij in het ‘Manifest vóór de jaren zeventig’, dat eind maart van dat jaar in Vrij Nederland verscheen (zie ook dit weblog van maart en april 2005) en dat werd ondersteund door een heus comité van aanbeveling bestaande uit: Hedy d’Ancona, Marianne van den Boomen, Jan-Willem Duyvendak, Marius Ernsting, Herman Franke, Saskia Grotenhuis, Kiki de Haas, Femke Halsema, Pieter Hilhorst, Paul Hoebink, Paul Kuijpers, Susan Legène, Herman Meijer, Anja Meulenbelt, Pieter Pekelharing, Dick Pels, Arnold Reijndorp, Marjo van Soest, Karin Spaink, Joke Swiebel, Ed van Thijn, Lodewijk de Waal en René Zwaap. Het is, denk ik, voor iedereen die zich nu op de jaren tachtig stort een interessante voedingsbron.
Je kunt het manifest lezen via www.jarenzeventig.nl .

Ontregelen onderwerp brainstormsessies

De vijfde druk van Ontregelen is al weer bijna uitverkocht. Op naar de zesde. Opmerkelijk is dat er heel vaak meerdere exemplaren tegelijkertijd worden gekocht. Het zijn bestellingen van tien tot twintig exemplaren. Wie dat precies zijn is via de boekhandel moeilijk te achterhalen, maar het vermoeden is dat het boek steeds vaker onderwerp is van gesprek in stafbijeenkomsten, managementoverleggen en heidagen. Als dat zo is, dan ben ik meer dan tevreden. Want voor dat soort brainstormsessies is hetOntregelen ook precies geschreven. Ook hoor dan ook graag van betrokkenen wat er zoal uit deze bijeenkomsten voortspruit.



+


Kies een periode: mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004