JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Via twitter (@josvanderlans, sinds oktober 2010) en onderstaand weblog (sinds augustus 2004) kunt u op hoogte blijven van artikelen en columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardig-heden.

Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb.



.

Reacties worden enorm op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - maart 2007
BADT zoekt vrijwilligers


Klik voor de oproep hierboven, voor meer info over BADT hier
Antwoord van de hoofdredactie Elsevier
Waarde Heer,

Ik zie dat u uw brief aan mij openbaar heeft gemaakt. Over fatsoen gesproken. Als het zo gaat, heb ik geen behoefte meer om u persoonlijk te schrijven.

We zullen uw persverklaring op de site zetten.

Met dank & groet,

J.A.S. Joustra
Hoofdredacteur Elsevier
Postbus 152, 1000 AD Amsterdam

Verzoek tot aanpassing van Elsevier-website
Aan de hoofdredactie van Elsevier,
t.a.v. Arendo Joustra


Geachte heer Joustra,

Gisteren ben ik onaangenaam verrast, om niet te zeggen overvallen, door de weergave op de website van Elsevier van het Hugo Camps-interview met mij. Toen Hugo Camps mij enige weken geleden belde om een afspraak te maken, heb ik medewerking toegezegd mits het interview over mijn publicaties en werk als senator zou gaan en niet louter en alleen over Femke Halsema. In de weergave van het gesprek komt haar naam ook maar één keer voor, en dan in de context van de vraag of zij als intellectueel in het huidige hitserige politieke klimaat nog wel tot haar recht komt.
Daar heeft uw webredactie geheel ten onrechte in gelezen dat ik mij zou afvragen of Femke Halsema wel de juiste leider van GroenLinks is. Ik kan mij die uitspraak niet herinneren, ik heb hem dan ook niet gedaan en hij is ook niet te herleiden uit de tekst in uw weekblad. Te vrezen valt dat de drang tot het prikkelen van de lezers hier tot een vertekening van de waarheid heeft geleid.
Ik kan mij niet voorstellen dat u lezers naar de Elsevier-site wil laten komen om ze daar op onwaarheden te tracteren. Daarom zou ik u willen verzoeken om het bericht zo snel mogelijk zo te veranderen dat daaruit niet meer te lezen valt dat ik mij afvraag of Femke Halsema wel de juiste leider is van GroenLinks. Mocht u daartoe niet bereid zijn dan zou ik u tenminste willen verzoeken ervan melding te maken dat ik mij (evenals overigens de auteur van het interview Hugo Camps) niet in deze weergave op uw website kan vinden. Daarbij kunt u verwijzen naar de persverklaring die ik inmiddels op mijn website heb gezet.
In afwachting van uw antwoord, tekent,

met vriendelijke groeten,

Jos van der Lans
reactie Hugo Camps
Ben zelf heel verbaasd. met website heb ik niks te maken. Het spijt mij dat anderen je niet zorgvuldig geciteerd hebben.

hugo
Femke moet blijven


PERSVERKLARING JOS VAN DER LANS


Op de website van Elsevier wordt naar aanleiding van een interview van Hugo Camps met mij de suggestie gewekt dat ik van mening ben dat Femke Halsema niet de juiste leider is van GroenLinks. Ik hecht er aan om te melden dat ik geen uitspraken in die richting heb gedaan en dat ook de volledige tekst van het interview geen reden kan zijn om een dergelijke conclusie te trekken.

In een uitgebreid gesprek dat ging over opkomend populisme in de politiek, over verschralende intellectualiteit en opkomende hitserigheid heb ik mij op enig moment hardop afgevraagd of Femke Halsema als intellectueel, waar ik een grote bewondering voor heb, in deze cultuur- van-snel-scoren nog wel haar kwaliteiten kwijt kan. De politiek is immers steeds meer een anti-intellectuele praktijk aan het worden. Hugo Camps heeft daar in het interview het volgende van gemaakt: ‘Je kan moeilijk je eigen kwaliteiten kwijt in de politiek. Dat geldt zeker voor kleine partijen. Ik ben niet zo zeker dat Femke Halsema nu op de plek zit waar ze het liefst wil zitten. Femke kan iets moois bedenken, kan nadenken en analyseren, maar daar zit de politiek niet op te wachten. Dan ben je al snel dat betweterige meisje dat heel vaak bij de interruptiemicrofoons is te vinden.’

Dat daaruit de conclusie te trekken valt dat ik Femke Halsema niet de juiste leider van GroenLinks zou vinden, is een gedachtegang die geheel voor rekening is van de Elsevier-redactie. Het is inmiddels een bekend verschijnsel in de journalistiek: je neemt een interview af, laat de geïnterviewde de tekst lezen, maar niet de sensationele verdichting daarvan die om de aandacht te trekken op de voorpagina of de website komt te staan. Over die tekst gaat alleen de redactie zelf, en de praktijk leert dat zij zich daarin steeds minder laat leiden door elementaire fatsoensregels. Daarom is het goed dat ik ten overvloede nog maar eens verklaar dat ik van mening ben dat Femke Halsema het prima doet als leider van GroenLinks en dat wat mij betreft ook moet blijven.

Wel vind ik dat er andere accenten gelegd moeten worden en dat GroenLinks daar de komende jaren stevig over moet gaan discussiëren. In dat opzicht ben ik kritisch op de vrijzinnigheidsagenda die de afgelopen jaren door Femke is ingebracht, maar dat is geen nieuws want die kritiek heb ik op meerdere momenten en plaatsen al geuit. Ik meen dat door die agenda kansen op andere terreinen zijn blijven liggen en dat GroenLinks op meerdere punten de ‘aansluiting’ heeft gemist. Wie daar het fijne van wil weten, kan ik verwijzen naar een artikel van mijn hand in het zojuist verschenen lente-nummer van de Helling. Klik hier.

En natuurlijk raad ik iedereen aan om de volledige tekst van het Hugo Camps-interview te lezen. Ga daarvoor niet naar de kiosk om Elsevier te kopen. Maar haal – uit protest-tegen zoveel onfatsoen – de tekst van mijn website. Is nog een stuk goedkoper ook.

Amsterdam, 28 maart 2007
Jos van der Lans

Tekst Elsevier-interview van Hugo Camps.

PS: Inmiddels heeft Elsevier zelf het hele interview op haar site gezet.
Essay in de Helling: 'Aansluiting gemist'

Vandaag verscheen het lente-nummer van De Helling, het kwartaaltijdschrift voor linkse politiek, uitgegeven door het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks. Op verzoek van de redactie heb ik daarin een essay geschreven over GroenLinks, de verkiezingen en hoe het verder moet. Hieronder een citaat uit de tekst:
Wat ik maar wil zeggen, is dat het mij niet zozeer gaat om wat er nu precies in de nota Vrijheid Eerlijk Delen staat, maar dat ik mij sindsdien de vraag stel waarom juist voor die nota en niet voor andere politieke investeringen is gekozen. Er is een theoretisch bondgenootschap gezocht met de outsiders van de verzorgingsmaatschappij, terwijl in de praktijk de werkers op de werkvloer van die verzorgingsstaat als pionnen op het schaakbord van managers moeten bewegen en hun passie niet meer kwijt kunnen. GroenLinks liet deze ongenoegens letterlijk links liggen. Dat type gemiste aansluitingen hebben het imago van GroenLinks versterkt een elitaire partij te zijn, een partij die de kilte van de studeerkamer uitstraalt. Dat beeld is de partij inmiddels gaan bevestigen door ook zichzelf als ideeënpartij en zelfs nichepartij te betitelen. De VPRO van de Nederlandse politiek. In het land van bekrompenheid: de laatste der vrijzinnigen.
Je kunt de tekst ook van deze site downloaden. Klik hier.

Weerzien PON in Boxtel

Het prachtige riviertje de Dommel loopt dwars door Boxtel

Ik ging naar de Dommel om het PON te zien. Dat wil zeggen, voor het eerst sinds een paar jaar mocht ik vandaag weer wat voor het PON doen. En wel een lezing houden naar aanleiding van de presentatie van een rapport van het PON over ‘De maat van welzijn’, een aardig rapport over de ontwikkelingen in het welzijnswerk en de nieuwe realities tussen overheden en welzijnsorganisaties. Ik mocht de vraag beantwoorden: hoe nu verder en hoe ziet de nieuwe welzijnsprofessional er uit. Daarom trok ik over de Dommel naar Boxtel om in het gemeentehuis weer eens wat van het PON te zien, en nog eens zo’n tachtig andere belangstellenden.
Het was leuk. Mijn lezing ging erin als koek (al zeg ik het zelf), maar ook de discussie was interessant. Moet je nu alles op resultaat sturen of kan je ook nog wat overlaten aan het oordelend vermogen van de professionals. Ik heb sterk de indruk dat de Bossche welzijnsorganisatie Divers daar toch wat gemakkelijker mee om gaat dan de Tilburgse welzijnsorganisatie De Twern, en dat ondanks het feit dat ze nauw samenwerken in het zogenaamde TRILL-project. Een nieuwe vorm van registratie waarin tellen en vertellen samenkomen.
Grappig was dat PON-medewerker Sjaak Cox na afloop de beste samenvatting had toen hij zei: ‘Eigenlijk komt het allemaal neer op enthousiasme.’ Zo simpel is het eigenlijk.

De powerpoint-presentatie van de lezing kan gedownload worden als u hier klikt. Het is een fors bestand dus het laden kan even duren.
Zie voor het PON-rapport: www.ponbrabant.nl
Ontsnappen aan eenzijdig managementsdenken

De oratie van Geert van der Laan heeft tot een inspirerend boekje geleid. Titel: Maatschappelijk werk als ambacht: inbedding en belichaming. Het is ene boekje waarin hij de professionele logica van de maatschappelijk werker aan een soort fenomenologische inspectie onderwerpt. Daarmee probeert hij te ontsnappen aan het domiante bureauctratische beheersingsdiscours, waarin het denken over professionals gevangen is. Het is niet altijd even makkelijk na te vertellen, maar dat maakt het niet minder interessant.
Vanmiddag stond het boekje centraal op de eerste bijeenkomst in een serie van vier minisymposia over dialogische verbindingen tussen professionals en clienten. De reeks is georganiseerd door de sectie Kritische Organisatie- en Interventiestudies van de Universiteit van Humanistiek in samenwerking met de Stichting LESI en probeert te ontsnappen ‘aan de eenzijdige managementmodellen en kwaliteitssystemen, die momenteel de sector domineren’en aan ‘smalle opvattingen over professionaliteit’. Nu ja, daar kan je mij mindden in de nacht voor wakkermaken, dus ik ben snel ingegaan op de uitndoging van Frans berkers om een soort publieke boekbespreking van het boek van Geert van der Laan te verzorgen. Een mooie gelegenheid om een pleidooi af te steken voor het ontwikkelen van een theorie (of een fenomenologie) van de betrekking tussen de logica van de client en de logica van de professional. Eigenlijk sluit dat precies aan op mijn opmerkingen over k-DOEPS (de kleinst denkbare organisatorische eenheid in de publieke sector: de relatie tussen een professional en een burger).
Dat was een leuke discussie met veel oude bekenden, die hopelijk nog menig vervolg krijgt. Voor het boek van Geert van der Laan kan men terecht bij: www.swpbook.com

'Een Ander Nederland' opgeheven



Formeel bestond het nog steeds; Een Ander Nederland – het informele platform waarin linkse parlementariërs het afgelopen jaar spraken over linkse samenwerking. Maar na de verkiezingen waren we niet meer bij elkaar geweest en inmiddels zijn de kaarten natuurlijk behoorlijk anders geschut. De PvdA zit in de regering en GroenLinks en de SP vormen de oppositie.
Hoe nu verder? Dat was de vraag die vanmiddag op de agenda stond, en omdat PvdA-Tweedekamerlid Diederik Samsom (tweede van rechtsop de foto)iets in Het Parool had gezegd over een fusie van de PvdA met de SP (op termijn, maar toch) en SP- senator Tiny Kox (links op de foto) in het NRC had geantwoord dat we eerst maar eens rustig in het verband van Een Ander Nederland met elkaar moesten spreken, stond er zowaar pers voor de deur van de Eerstekamerfractie van GroenLinks, die als gastheer optrad. Pim van Galen van Den Haag Vandaag zag er een leuk cynisch item in: linkse samenwerking ten dode opgegraven en was er met een cameraploeg op uit getrokken.
Is dat cynisme terecht? Ogenschijnlijk wel, want de linkse samenwerking heeft niet veel opgeleverd, en op het moment suprème, dat wil zeggen aan de onderhandelingstafel van de informateur begrepen de partijen elkaar niet echt goed. Volgens de PvdA had de SP zich niet moeten terugtrekken, volgens de SP was het evident duidelijk dat het CDA niet met de SP wilde en had de PvdA ondubbelzinnig voor de SP moeten kiezen, enzovoorts, etcetera. Ook de communicatie tussen Wouter Bos en Femke Halsema in de daarop volgende informatieronde was niet echt een toonbeeld van voortvarende linkse samenwerking te noemen. Integendeel, vaagheid en vermoedens bepaalden de individuele partijstrategie. Kortom: dat was niet links op haar best.
Aan de andere kant: voor het eerst in de politieke geschiedenis was een links kabinet lange tijd een heel reële optie, daar heeft Een Ander nederland echt aan bijgedragen. Belangreijker misschien nog wel is dat de onderlinge betrekkingen tussen linkse parlementariërs behoorlijk zijn verbeterd. De eerste koudwatervrees is er nu wel uit, mensen weten elkaar sneller te vinden. Op het niveau van alledaagse contacten is het wantrouwen verminderd. Dat is dus winst. Dat is ook een goede basis om op termijn verder te gaan, al was het maar om op het moment dat het er ooit echt toe doet niet de kans door gepruts en gestuntel te laten lopen.
Maar dat moet niet gebeuren onder de noemer van Een Ander Nederland. Dat was het affiche waarmee we tegen Balkenende III streden. De politieke context is nu geheel anders, dus is die titel geen wervende formule meer. Bovendien zitten niet alle partijen meer in de oppositie, wat alles ook anders maakt. Vandaar dat we hebben besloten om Een Ander Nederland op te heffen en in het najaar als alles een beetje gesetteld is, de koers van het kabinet duidelijker is, en de rol van de oppositie vorm krijgt, dat we dan weer een nieuwe informele infrastructuur opstarten om op termijn de linkse samenwerking van de grond te krijgen. We blijven er dus aan werken, maar laten de nieuwe verhoudingen eerst even betijen. Natuurlijk hebben Tiny Kox (middelste foto) en Leo Platvoet (onderste foto) dat nog proberen uit te leggen aan Pim van Galen, maar die zag er toch weinig meer in dan de teloorgang van een linkse droom. Dus dat zal wel een cynisch itempje worden in Den Haag Vandaag.

De website blijft nog even in de lucht, maar zal vanaf 1 april ergens in archief gaan. Zie: www.eenandernederland.nl
GeuzenMiddenmeer C4 overtreft zichzelf

De verwachtingen waren laag gespannen. Vorige week hadden de Geuzen een wanprestatie geleverd door zich thuis met 0-6 te laten afdrogen door BFC, de nummer drie op de ranglijst. Hoe erg zou het vandaag tegen nummer 1 ARGON dan wel niet worden? Maar goed, het weer was mooi, de lente hing in de lucht en in de thuiswedstrijd hadden de geuzen, als één van de weinige teams, het gepresteerd om de koploper een puntje af te snoepen.
Voor het eerst startte de Geuzen dit seizoen met een zogenaamde ruit op het middenveld, met Dani in de punt verdedigend en Lewis in de punt achter de twee spitsen Joaquim en Thomas. Dat werkte goed, de organisatie stond vanaf het begin als een huis en Argon had duidelijk moeite om in het gebruikelijke spel te komen. Desondanks hadden de Mijdrechtenaren vanaf het begin een veldoverwicht. Na een minuut of tien openden zij de score, toen hun spits ineens vrij stond, het strafschopgebied binnen snelde en onhoudbaar in de linkerhoek doel trof. Helaas voor Argon stond hij echter buitenspel, en keurde de scheidsrechter het doelpunt af.
Een paar minuten later viel het doelpunt aan de andere kant. Thomas rommelde op rechts, via Quim en Lewis sprong de bal voor de voeten van Dani die via het been van de laatste man de bal op doel schoot waar de keeper meteen liet zien dat hij het keepersvak niet echt onder de knie had: 0-1.
Dat was even schikken voor Argon. Zij schakelden een tandje bij en begonnen opnieuw op het doel van Shaquille te drukken, maar de verdediging met de beide backs Tycho en Jan, en in het midden Daan en Max hield goed stand. Sterker, na zo twintig minuten onderschepte Daan een aanval van Argon met een enorme knal naar voren, waar de uiterst attente Joaquim de bal vlak voor de keeper oppakte en beheerst het doel in schoof: 0-2.
Nu leek Argon pas echt wakker te worden, de aanvallen werden nog soepeler opgezet, en vijf minuten voor rust eindigde slordig uitverdedigen in een snelle overname en de eerste tegentreffer: 1-2. Argon leek nu snel orde op zaken te stellen, want vlak voor rust brak de rechtsbuiten door. Een vlekkeloze voorzet werd vervolgens keurig bij de tweede paal ingetikt: 2-2.
Gelukkig floot de scheidsrechter toen voor de rust.

In de tweede helft startten de Geuzen weer net zo geconcentreerd als in de eerste helft. Tot verrassing van de Argon-spelers namen ze steeds vaker het initiatief en er ontstonden zowaar wat kansjes. In één van die aanvallen rommelden Thijmen en Maarten zich door de defensie, waarna Lewis de bal voor de voeten van Dani speelde die met een droge schuiver de keeper het nakijken gaf: 2-3.
Nu begon het Argon-publiek echt te vermoeden dat er iets mis kon gaan. Op weg naar het kampioenschap kon Argon zich immers geen misstappen veroorloven. De blauwwitten werden nu luidkeels aangemoedigd en zetten zich met nieuwe energie in beweging richting doel van Shaquille. Maar de Geuzen-verdediging gaf geen krimp.
Sterker, op rechts zette Thijmen Lewis aan het werk die de ene na de andere boom van een verdediger van zich af schudde. In een onmogelijke hoek bij de achterlijn leverde hij een onverwacht hard schot af, waar de keeper niet meer op rekende en van schrik sloeg hij de bal in eigen doel: 2-4.
En het feest was nog niet voorbij. Een paar minuten later legde Lewis vanaf zo’n twintig meter nog eens aan en zag de bal prachtig in de linkerbovenhoek verdwijnen. Dat was de genadeslag. Nu geloofde Argon er zelf niet meer in, en als het vizier wat scherper was geweest dan hadden de afstandsschoten van David en Joaquim voor een monsteruitslag gezorgd.
Maar met 5-2 was iedereen meer dan tevreden. Althans het apetrotse Geuzen-publiek dat haar ogen niet geloofde en getuige was geweest van niets minder dan een voetbalwonder. Waren dit dezelfde jongens waar ze het hele seizoen al naar hadden gekeken? Was dit het lentegevoel? Hoe dan ook, zij waren het over eens dat ze een geweldige wedstrijd hadden gezien. Het Argon-smaldeel was uiteraard minder tevreden: ze hadden hun jongens (wellicht) een kampioenschap zien verliezen.

Vergeet niet te ondertekenen!
GL verliest een zetel in EK

Ik dacht meteen toen ik de eerste prognose zag van de zetelverdeling in de Eerste Kamer: dat kan niet kloppen. Overal verloor GroenLinks licht, maar als Ferry Mingele in beeld kwam dan stonden we toch nog op vijf zetels in de Eerste Kamer. Bij de Tweede kamer verkiezingen ging dat net zo: de hele avond stondenw e op acht zetels (geen winst, geen verlies) om op het laatste moment toch op zeven uit te komen.
Dat bleek nu ook het geval te zijn. Met vier zetels is GroenLinks weer terug op haar zetelaantal in d eperiode 1991-1995 en 1995-1999 toen de GroenLinks fractie ook steeds vier zetels had. Tussen 1999 en 2003 (mijn eerste periode) waren dat er acht, de laatste vier jaar vijf en nu dus weer vier. Heel erg dramatisch is dat niet, want niemand zal er verder veel van merken. maar voor de GroenLinksers die het werk moeten gaan doen scheelt het wel. Een kamerlid krijgt nu zo'n vier a vijf ministeries in zijn portefeuille, en dat is eigenlijk niet te doen. Je moet dan echt gaan kiezen, en er is domweg mindert ijd beschikbaar om binnen GroenLinks ook nog wat te doen. Dat is jammer.
Voor de verhoudingen in de kamer zelf maakt het niet zoveel uit. Er zijn - als je alles optelt - niet veel verrassende meerderheden te maken met vier of vijf GroenLinks zetels. Opgeteld komt 'links' tot 31 zetels, met de PvdD en D66 erbij wordt dat 33. En da tis te weinig, er is niet echt een progressieve dreiging in de senaat die als een schaduwwolk boven dit kabinet zou hangen.
Een rechtse dreiging is er wel. VVD en CDA hebben bij elkaar 37 zetels, eentje erbij is 38 en maakt een meerderheid. Die kan dan komen van de SGP, die voor het eerst sinds mensenheugenis terug gaat van 2 zetels naar één zetel, maar door deze bijzondere wippositie machtiger is dan ooit. Maar het zijn brave borsten van de SGP die altijd nauw samenwerken met de ChristenUnie, die ongetwijfeld hondstrouw zullen zijn aan d eregering, dus er valt de komende jaren weinig te verwachten van de Senaat.
Maar goed dat ik er uit stap.
Klink heeft groot gelijk


Soms breekt mijn klomp. Gisteren bijvoorbeeld toen fotograaf Krijn van Noordwijk met droge ogen op de voorpagina van de Volkskrant beweerde dat zijn foto’s die hij had gemaakt voor de reclamecampagne voor orgaandonatie niets ‘seksueels of erotisch’ hadden. Nee, want als hij dat bedoeld had, had hij – zo liet hij dapper weten – ‘wel uit een ander vaatje getapt’. Wat de inhoud van dat vaatje is, liet hij in het midden, maar met een beetje verbeeldingskracht kunnen we vermoeden dat de gefotografeerden dan helemaal uit de kleren zullen gaan. Want dan wordt het pas echt ‘seksueel en erotisch’.
Wat een hypocriet.
Natuurlijk zijn die foto’s seksueel en erotisch. Dat ziet een kind, en je bent wel heel erg schijnheilig om daar doekjes om te winden. Sterker, het is een bewuste keuze om juist deze beelden te kiezen als aandachttrekker in een campagne waarmee je het grote publiek wil bereiken. Dan laat je geen begrafenissen zien van mensen die zijn overleden omdat ze niet op tijd over een orgaan konden beschikken, dan zoek je niet naar een plaat waar het verdriet afdruipt vanwege een overleden naaste, want dat schikt af. Les 1 van de moderne reclamekunde: breng je boodschap aantrekkelijk, zorg dat de kijker/lezer er een warm gevoel van krijgt.
Ja, en dan heeft de fantasie van de hedendaagse massavermaakdeskundigen tegenwoordig niet veel meer in de aanbieding, dan de aantrekkingskracht tussen de seksen, de uitdagende ogen van een wulpse schoonheid, de warme glimlach van een mooie vrouw of de geurende aantrekkingskracht van een jonge adonis. Er is een tijd geweest dat feministen ageerden tegen de publieke degradatie van vrouwen tot verkooppoezen in dienst van auto’s, scheerapparaten, televisies en ander koopwaar, waarvoor de mannelijke beurs moest worden opgengetrokken. Maar sinds een paar decennia zijn ze er mee opgehouden. Vermoedelijk, omdat het onbegonnen werk geworden is.
Onze alledaagse beeldcultuur is inmiddels geheel doordesemd van seksualiteit en erotiek. Kijk naar TMF, kijk naar MTV en de erotiek spat werkelijk van het beeldscherm. Er passeert geen STER-blok meer zonder dat de tinteling der seksen aan de orde is. De covers van boeken, van tijdschriften, de reclamezuilen, overal waar de blik terloops op kan blijven rusten wordt in toenemende mate geseksualiseerd. Het lijkt er op alsof in de wereld van kil individueel consumentisme de restwarmte door de erotiek gebracht moet worden. Alles is berekend, ieder staat op zichzelf, elke burger zijn eigen baas, en dit moderne wezen kent maar een zwakte: zijn blik is verleidbaar.
Op die onderbewuste laag van de hedendaagse cultuur spelen de beeldproducenten gretig in. Wie zoveel mogelijk mensen wil bereiken lijkt maar een keuze te hebben: hij moet de blik verleiden, hij speelt in op de lust die alle mensen verbindt en plakt een kleine stikker over de borst met het verzoek je te laten registreren als orgaandonateur. Dat laatste is willekeurig, het had ook wat anders kunnen zijn: een levensverzekering, een zorgpolis, een hypotheek of zonder moeite een tandenborstel.
Daar heeft minister Klink van Volksgezondheid nu van gezegd dat hij dat niet passend vindt bij de campagne die hij voor ogen heeft. Het is hem te gemakkelijk, te platvloers. Meteen is het land te klein: de preutsheid regeert, nieuwe betutteling. Hou toch op.
Ik zie geen enkele reden waarom de rijksoverheid alles maar moet slikken wat de beperkte fantasie van de massavermaakdeskundigen voortbrengt. Waarom zou erotiek het glijmiddel moeten zijn om burgers tot de medemenselijkheid van orgaandonatie te brengen? Kan je over zo’n mooi onderwerp nu echt niet iets beters verzinnen? Sterker, het lijkt mij toe dat overheidsorganen zich niet moeten leiden door de commercie aangedreven voortgaande seksualisering van de beeldcultuur en de publieke ruimte. Dat heeft niks met preutsheid, fatsoensrakkerij of betutteling te maken, dat getuigt van de heel wel verdedigbare opvatting dat er bij serieuze kwesties meer aan mensen te verbeelden is dan een hand op een borst, buik of dij.

Wet Waterschapsbestel haalt eindstreep (nog) niet

Ze heeft het dapper geprobeerd, de kersverse staatssecretaris voor water, Tineke Huizinga. Maar uiteindelijk moest ze zwichten voor een dreigende Kamermeerderheid. Dat betekent dat de Wet Modernisering Waterschapsbeheer vooralsnog de eindstreep niet zal halen. De staatssecretaris bezint zich over de wijze waarop zij tegemoet kan komen aan de bezwaren van de Kamer tegen de hybride vorm van verkiezingen en benoemingen die zij (of beter haar voorganger) voor het toekomstige waterschapsbestuur voorstelde. Weliswaar kunnen de ingezetenen (burgers) nu op lijsten stemmen en daarmee meer dan de helft van de zetels in het bestuur kiezen, maar de overige zetels worden toebedeeld aan belangenorganisaties en de mensen die deze zetels gaan bezetten worden benoemd.

Dat kan niet, vonden wij, maar vooral ook de CDA-woordvoerder Ed Wagemakers (foto links), die er een zeer principieel pleidooi tegen hield. Bedenk dat het bij elkaar om een bedrag van 3 miljard gaat dat de waterschappen (26 in totaal) uitgeven (dat is meer dan 9 provincies bij elkaar te verhapstukken hebben) en dan moet je de democratie behoorlijk organiseren en niet met benoemingen gaan strooien. Dat is een organisatievorm die wij ‘alleen kennen van dictaturen’, aldus de CDA-woordvoerder. De staatssecretaris sputterde tegen, maar moest uiteindelijk in haar tweede termijn zwichten voor de druk in de Kamer. Zij vroeg om schorsing van de beraadslagingen om later met een voorstel te komen hoe zij (via een novelle vermoedelijk) het probleem denkt op te lossen.
Klik voor inbreng hier.

EK: wet modernisering waterschapsbestel

Eindelijk weer wat te doen in de Kamer. Dinsdag behandelen we de Wet Modernisering Waterschapsbestel. Ogenschijnlijk een makkie voor de regering, want de wet is met algemene stemmen aangenomen in de Tweede Kamer. Dus wat moet de Eerste Kamer dan nog? Van alles want zoals het er nu naar uit ziet is deze wetswijziging helemaal geen gelopen race voor de nieuwe sataatssecretaris Tineke Huizinga (CU) (foto onder) die dinsdag aanstaande haar parlementaire debuut maakt als lid van de regering.
Over tachtig procent van de wet heeft de Kamer geen opmerkingen. Het stroomlijnen van de waterschapsheffingen, het verhelderen van de begrippen, en nog wat van die aanpassingen. Allemaal prima. Het probleem betreft echter de wijze waarop de wet de verkiezingen van de waterschapsbesturen regelt. Tot nu waren dat personenverkiezingen, waarbij er voor specifieke groepen gebruikers (bedrijven, agrariërs, et cetera) aparte plaatsen en verkiezingen werden gehouden. De nieuwe wet maakt het mogelijk dat groepen met lijsten aan de verkiezingen gaan deelnemen, waardoor ook politieke partijen aan de verkiezingen deel kunnen gaan nemen.
Tot zover niks aan de hand. Sterker, dit is zelfs een verbetering.
Maar nu komt het. Een deel van de zetels in het bestuur worden niet gekozen, maar weggegeven aan specifieke groeperingen. De ondernemingen krijgen via KvK zetels in het bestuur, natuurorganisaties via bosbouworganisaties. Die organisaties moeten dan intern wel regelen wat de procedure is, maar van verkiezingen is geen sprake.
Dat is vreemd. De waterschappen zijn onze vierde bestuurslaag en een deel van deze tak van het openbaar bestuur wordt niet gekozen, maar min of meer aangewezen. Daar is een praktisch argument voor, want de zogenaamde belangenzetels zijn eigenlijk relatief kleine kiesgezelschappen en de praktijk leert dat de persoon die beschikbaar is er ook altijd in komt. Dus ja, verkiezingen zijn dan eigenlijk een formaliteit. Dus waarom dan organiseren?
Dat deze groeperingen een aparte afvaardiging hebben in het waterschapsbestuur heeft te maken met de traditie. In de waterschappen geldt de trits: belangen, betalen, zeggenschap. De gebruiker betaalt hier dus niet alleen, maar bepaalt ook. Zo zijn de waterschappen in Nederland groot geworden, als een communaal georganiseerde groep mensen die met elkaar voor de dijken en de polders zorgden en daarbij deed en betaalde de boer meer dan de landarbeider. Die traditie resoneert nu nog steeds in de samenstelling van de waterschapsbesturen en de wet modernisering waterschapsbestel maakt daar dus geen einde aan. Sterker, het creëert in feite qualitata qua zetels.
En dat kan eigenlijk niet, vinden CDA en PvdA in de Eerste Kamer. En GroenLinks eigenlijk ook, hoewel wij zelfs menen dat het waterschapsbestel helemaal geen aparte bestuurslaag moet vormen en gewoon in de provinciale besturen moet opgaan. Wij zitten niet te wachten op nog meer verkiezingen, met nog lagere opkomstpercentages. Maar als je dan deze weg inslaat, moet democratie dan ook wel echte democratie zijn en niet een halfslachtig systeem. Vooral het CDA heeft hierover hoog in de toren geblazen, wat op zichzelf vreemd is want het zijn vooral agrariërs die nu van een aparte positie gebruik maken, en dat is van oudsher de belangengroep waar het CDA een warm hart voor heeft. Maar goed, dat kan dus nog best leuk worden a.s. dinsdag. Ben heel benieuwd hoe de kersverse en onervaren staatssecretaris Tineke Huizinga zich hier uit redt.
GroenLinks Canon 1.0


Sinds 1 januari 2007 ben ik tijdelijk (ter vervanging van Erica Meijers, die haar proefschrift afschrijft), voor een dag in de week, hoofdredacteur van het GroenLinks Magazine, het ledenblad van GroenLinks, dat maandelijks bij de ruim twintigduizend leden in de bus valt. Als het goed is, want de partij heeft in al haar wijsheid dit jaar besloten om gebruik te maken van de concurrentie op de postmarkt en de bezorging opgedragen aan een andere postbezorger dan de KPN, met als gevolg dat eenderde van de leden vermoedelijk het eerste nummer niet heeft ontvangen.
Maar goed, hoofdredacteur zijn van zo’n ledenblad is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de hele partij leest mee. Dat is natuurlijk ook de bedoeling, maar op het moment dat het spannend wordt en er verwijten rondzingen en kritiek wordt geuit, leest een ieder die zich aangesproken voelt met dubbele aandacht. En dan is het nooit goed, zijn woorden verdraaid, wordt er te gemakkelijk partij gekozen, etcetera. Wat dat betreft onderscheidt de debatpartij GroenLinks zich niet van willekeurig welke andere partij. Kritiek wordt daarbij binnen de kortste keer als een persoonlijke aanval opgevat, waarna de discussie zich al snel in troebel vaarwater begeeft. Dat overkwam mij al meteen in het eerste nummer, waarin uiteraard fors aandacht aan de weigerachtigheid van de Haagse fractie om te gaan praten over mogelijke regeringsdeelname. Ik vond het een accuraat en journalistiek goed afgewogen nummer, maar had niet de indruk dat de partijtop die mening deelde. Integendeel.

Het tweede nummer kwam 1 maart uit. Een week voor de Provinciale Statenverkiezingen. Met uiteraard aandacht voor deze provinciale verkiezingen, maar ook de eerste versie van een GroenLinks Canon. Typisch Van der Lans-product, al zeg ik het zelf. Het idee ontstond toen duidelijk werd dat GroenLinks het komende jaar haar beginselen gaat herijken. Dat kan natuurlijk alleen als je weet waar je vandaan komt, wat je geschiedenis is. En dan is zo’n Canon een leuke manier om die dertig tot veertig procent nieuwe leden (van de afgelopen vijf jaar) een beetje in te wijden in de gevoeligheden en eigenaardigheden van de partij. Ik heb zo’n dertig mensen gevraagd om suggesties te leveren en op basis van hun inbreng een mooie eerste versie (1.0) van een GroenLinks Canon geschreven ,die hopelijk de komende maanden verder ontwikkeld wordt. Je moet hem eigenlijk met plaatjes afgedrukt zien, dus wie geïnteresseerd is kan een nummer opvragen bij: magazine@groenlinks.nl. Je kunt de tekst ook van deze site downloaden. Klik hier.

Kies een periode: mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004