JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Via twitter (@josvanderlans, sinds oktober 2010) en onderstaand weblog (sinds augustus 2004) kunt u op hoogte blijven van artikelen en columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardig-heden.

Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb.



.

Reacties worden enorm op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - februari 2011
Interview(tje) in GLOED



GroenLeaks
Ambtsbericht 83621, 26 januari 2011 Hedenmiddag uitgebreid geluncht met Pieter de G. van het ministerie van AZ, waarbij later ook Floris-Jan B. en Rogier S. van EZ en BuZa aanschoven. De sfeer was, zoals altijd, plezierig. Het gespreksonderwerp was de bijdrage van Nederland aan het opleiden van een civiele politiemacht in Afghanistan Pieter, Rogier en Floris-Jan zijn niet zonder meer optimistisch gestemd. De grootste onzekerheid zit bij de politieke leider van GroenLinks, Jolande Sap. Zij is nieuw, dat maakt de contacten wat onwennig. Maar goed, op zich is Sap voor een missie, per slot heeft GroenLinks daar eerder in een motie zelf om gevraagd. Alleen ziet zij geen brood in de voorgestelde invulling daarvan, vooral ook omdat haar partij in meerderheid tegen is. Te riskant, te militair en wat haar boven alles schijnt te storen is dat er geen echt overtuigend investerings- en opleidingsprogramma aan ten grondslag ligt om in Afghanistan daadwerkelijk een rechtsstaat op te bouwen.
Haar strategie, aldus Pieter, Rogier en Floris-Jan, zal zijn om zulke politieke voorwaarden aan een missie te formuleren, dat het kabinet daar niet op in kan gaan. Denkt zij. Om die reden hebben wij nauwgezet doorgenomen wat Rutte allemaal moet toezeggen. Die F16’s waren sowieso al als wisselgeld ingebouwd, en de militaire bescherming kunnen we ook volledig overlaten aan de Duitsers. In dat opzicht loopt alles volgens plan.
Of dat voldoende is, blijft onzeker. Wij hebben daarom gesuggereerd om het scherper te spelen. We moeten er een publieke lakmoesproef van maken of GroenLinks klaar is voor het dragen van bestuurlijke verantwoordelijkheid. Zo hebben we dit vorige week ook met Maxine Verhagen besproken. Die had al aangegeven dit signaal bij Sap te doen belanden. Volgens Pieter is ook Rutte bereid indirect aan Sap duidelijk te maken, dat een nee in de toekomst niet zonder consequenties zal blijven. Nu nee, is voor altijd een streep door paars-plus of regeren met het CDA.
Wij hebben ten slotte laten weten, dat de president bereid is om Sap deze week persoonlijk te bellen, want wij weten dat Sap daar als nieuwkomer gevoelig voor is. Bovendien heeft zij grote bewondering voor Obama.
Als Washington nog meer suggesties heeft, horen wij dat graag. En snel.

Deze column is begin februari in het GroenLinks Magazine verschenen.

Het publiek en de gebouwen (17)

60
61
62
63
Van boven naar beneden. Feitelijke gegevens:
60. 2 februari - expertmeeting gemeente Oosterhout - plaats: stadhuis Oosterhout - lezing/presentatie - 35 mensen.
61. 3 februari - symposium integrale schuldhulpverlening - organisatie Rietveldfonds Breda, in samenwerking Instituut Maatschappelijk Werk - lezing/presentatie - 125 mensen.
62. 4 februari - strategische conferentie van de gemeenteraad, college en ambtenaren van Hoogeveen - theater De Tamboer, lezing/presentatie - 40 mensen (foto publiek niet van deze bijeenkomst).
63. 5 februari - GroenLinks-congres - Utrecht Vredeburg - pleidooi van 1 minuut voor de antiblokkenmotie - 1000 mensen.

Antiblokkenmotie - eindelijk!!!! - aangenomen
Wat begon met een column in het GroenLinks-magazine van mei 2010, eindigde gisteren op het GroenLinks-congres in Utrecht in een klinkende overwinning op een wat halsstarrig partijbestuur. Het congres toonde zich verstandiger en schrapte het zogenaamde blokkensysteem uit de procedure om tot een samenstelling van kandidatenlijsten te komen.

Voor buitenstaanders: bij GroenLinks mocht een kandidatencommissie tot gisteren niet een volgordelijke lijst voorstellen aan congres/ledenvergadering, maar moest voor de verkiesbare plaatsen een groep/blok kandidaten voordragen. Bijvoorbeeld: voor de vier plaatsen 2 t/m 5 moesten dan acht geschikte kandidaten worden voorgesteld, waarna het congres/ledenvergadering wel de volgorde bepaalde. Het gevolg daarvan was dat het vaststellen van een kandidatenlijst uitmondde in een soort tombola, waar de bekende gezichten het per definitie wonnen van nieuwkomers en onbekende talenten en de mogelijkheid om tot een goede mix van deskundigheden en achtergronden te komen aan het toeval werd overgelaten.

Nog anders gezegd: als Femke Halsema zich niet in 1998, maar in 2010 had gekandideerd voor de Tweede Kamerfractie van GroenLinks, dan was de kans zeer groot geweest dat ze op een totaal onverkiesbare plaats terecht was gekomen. Deze bizarre praktijk – ooit bedacht in een opwelling dat leden meer te kiezen zouden moeten hebben – is dus nu geschrapt. Ik begon er in mei over te zeuren, vond in alle geledingen van GroenLinks gehoor, waarna het voorbereidende werk gisteren fraai werd afgerond met een motie die ervoor zorgt dat het evenwicht tussen een gegeden voorbereiding en selectie van de een kandidatencommissie en de keuzemogelijkheden van het congres/ledenvergadering weer in ere hersteld wordt. Mag ik iedereen die zich hiervoor heeft ingezet daarvoor hartelijk bedanken. Klik voor de tekst van de motie hier.

De crisis van de NVMW

De NVMW verordonneerde mij mijn weblog van 15 december aan te passen. Niet dus. Maar in de discussie die daarop volgde op de site van Zorg + Welzijn heb ik beloofd mijn bewering dat de NVMW in crisis verkeert, nader te onderbouwen. Voor het februari-nummer van TSS dat vandaag verschijnt heb ik dat gedaan.



Antwoord aan Klaas Fleischmann

Het was een koude maandag in december. De telefoon rinkelde en aan de andere kant van de lijn meldde zich NVMW-communicatieadviseur Klaas Fleischman. Of ik ‘per direct’ het logo van de NVMW, Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers, van mijn weblog wilde halen, alsmede ook mijn stelling dat de NVMW ‘in crisis’ was. Want daar was geen sprake van.
Het betrof een bericht in mijn weblog waarin ik een persbericht van het digitaal platform van opbouwwerkers en wijkprofessionals (voortgekomen uit de opgeheven Beroepsvereniging Opbouwwerkers Nederland - BON) had overgenomen. Deze professionals hebben zich bij LinkedIn georganiseerd onder de naam CoDe 2.0 (afkorting van Community Development) en beschikken nog niet over een website dus ik dacht hen een handje te helpen door hun persbericht in mijn weblog te plaatsen. In het persbericht leggen zij uit waarom zij zich niet bij de NVMW aansluiten. Ze zien geen heil meer in dit type ouderwetse organisatievormen. Hun advies aan de NVMW: verzin iets nieuws, hef jezelf op, ga digitaal. In een begeleidend stukje had ik daar aan toegevoegd dat de NVMW ‘in crisis’ verkeerde en om het geheel wat op te vrolijken had ik het logo van de NVMW er als illustratie bijgezet.
Dat alles was op de Utrechtse NVMW-burelen in het verkeerde keelgat geschoten, waarna Klaas Fleischman mij dus verordonneerde ‘per direct’ dit onrecht te herstellen. Ik moest Klaas natuurlijk ‘per ommegaande’ teleurstellen. Zo werkt dat niet. De dagen die hierop volgden, ontspon zich op de site van Zorg en Welzijn – waar de NVMW een alles ontkennende reactie had geplaatst - zowaar een debat over de NVMW en de functie van nieuwe sociale media. Dat debat was serieus genoeg om me een beetje schuldig te voelen dat ik geen tijd vond om me er echt in te mengen, behalve dan dat ik heb beloofd er nog een keer uitvoeriger op terug te komen.
Want Klaas Fleischmann had op een punt gelijk. Mijn constatering dat de NVMW in crisis verkeert, was inderdaad niet erg genuanceerd. Dat had beter beargumenteerd moeten worden. Die omissie maak ik bij deze goed. Hieronder mijn antwoord aan Klaas Fleischmann of te wel: tien redenen waarom de NVMW zich zorgen moet maken.

1. In elke zichzelf respecterende gemeente werd het afgelopen jaar en wordt de komende jaren intensief nagedacht en gediscussieerd over hernieuwd, herijkt of gekanteld welzijnsbeleid, grofweg samengevat als de heroriëntatie richting welzijn nieuwe stijl. Daarmee ontstaat er, aangejaagd door bezuinigingen, zicht op een nieuw soort sociale professionaliteit, een nieuw type sociaal werker die zich in de wijken moet gaan ophouden. Het gaat om generalistische werkers (zie de publicaties van Margot Scholte en Hans van Ewijk), type sociale huisarts, soms zelfs al maatschappelijk werkers-plus genoemd. Daarmee dient zich een momentum aan waarin het maatschappelijk werk zich opnieuw kan positioneren. Jammer is alleen dat dat tot de maatschappelijk werk-wereld niet echt lijkt door te dringen. Ik mag zelf op tal van plaatsen in dit land de discussie voeren, ik kom bij opbouwwerkers, bij welzijnsorganisaties, maar door organisaties voor maatschappelijk werk ben ik nog niet uitgenodigd. Sowieso kom ik in al dezer discussies zelden of nooit maatschappelijk werkers of vertegenwoordigers daarvan tegen. Ook de NVMW blinkt uit in afwezigheid. Dat lijkt mij niet een teken van blakende gezondheid.
2. Deze discussies hebben grote gevolgen voor de sociaalagogische opleidingen die al even versnipperd zijn als het werkveld. Ook in die opleidingen ontspint zich nu een debat over de het nieuwe profiel van het sociaal werk. De NVMW lijkt daarin niet geïnteresseerd. De vereniging loopt achter de feiten van het vorige profiel aan; het kan zelfs zijn dat ze geen heil ziet in deze nieuwe ontwikkelingen. We weten eigenlijk niet wat ze precies vindt. Hebben we daar een beroepsvereniging voor?
3. De NVMW gaat er prat op 4000 leden te hebben. Afgezet tegen het totaal aantal uitvoerende werkers dat potentieel lid kan zijn, volgens minimale schattingen ruim 50.000 professionals, is dat aantal niet echt indrukwekkend te noemen. Maatschappelijk werkers zien over het algemeen geen heil in de NVMW. Een organisatiegraad van onder de tien procent lijkt mij reden geen reden tot zelfgenoegzaamheid.
4. Dat zowel de BON, de Beroepsorganisatie van Opbouwwerkers in Nederland, als Phorza, de beroepsorganisatie voor professionals in (vooral) de jeugdzorg, opgehouden zijn te bestaan, lijkt door de NVMW vooral als andermans probleem te worden gezien. Maar zou het niet verstandiger zijn om dit verval te zien als een teken dat de klassieke beroepsorganisatie in de sociaalagogische beroepenwereld ernstig aan het eroderen is? Dat verschijnsel raakt vroeg of laat ook de NVMW, die zich in alles nog een klassieke beroepsbelangenbehartiger. Wat de CoDe 2.0-initiatiefnemers duidelijk proberen te maken is dat sociale professionals daar steeds minder behoefte aan hebben. Dat de NVMW nu ook twittert en op LinkedIn is te vinden is prijzenswaardig, maar verlost haar nog niet van haar oude imago. Daar is meer voor nodig, dat besef heeft de beroepsvereniging, getuige haar krampachtige reactie op de CoDe 2.0-provocatie nog niet bereikt.
5. Misschien is wel het grootste probleem dat de NVMW zich als beroepsorganisatie – al dan niet heimelijk – vooral spiegelt aan het beroepsorganisatiemodel van medische professionals. Dat is een model van in- en vooral uitsluiten, van steeds preciezer omschrijven van wie wel en wie niet tot de beroepsgroep gerekend mag worden, een model van erkenning, bescherming en registratie. De NVMW is daarom vooral een vereniging geworden van maatschappelijk werk-specialismen in ziekenhuizen, verpleeghuizen, sociale diensten, bedrijven, scholen, die zich n de beroepsorganisatie allemaal in hun eigen kringen hebben verschanst. Dat palet functioneert als een gesloten wereld die vooral op zichzelf is gericht en weinig op de maatschappelijke en politieke realiteit. Kern van zo’n organisatie is het streven naar exclusieve professionaliteit, met een grote voorliefde voor beroepsregisters die het koren van het kaf moeten scheiden.
Het probleem is echter dat maatschappelijk werkers per definitie – en dat onderscheidt hen wezenlijk van medische professionals – niet een monopolie kunnen claimen op beroepskennis en toepassingsvaardigheden. Sterker, het is in de meeste gevallen juist de bedoeling dat deze kennis en vaardigheden worden gedeeld met anderen. Het is een vrijgevig beroep, dat is juist het mooie ervan. Daar past een open, niet-exclusieve, maar inclusieve vorm van professionaliteit bij. Daar vraagt de samenleving ook om. Dat vraagt om een andere vorm van beroepsorganisatie, vooral ook gericht op een open verhouding met de buitenwereld en niet alleen op een exclusieve verhouding met de leden. Een bezoek aan www.nvmw.nl is voldoende om te concluderen dat de NVMW zo’n organisatie (nog) niet is.
6. In feite is de NVMW nog steeds niet de gevolgen te boven gekomen van het feit dat de werksoort in de jaren tachtig op het verkeerde paard heeft gewed. In die jaren wilde men het beroep in de veilige (financiële) haven van de AWBZ loodsen door zo dicht mogelijk tegen de geestelijke gezondheidszorg aan te schurken. Maatschappelijk werkers kroonden zich tot de professionals van de psychosociale hulpverlening volgens spreekkamermodel, waarbij men voor materiële hulpverlening de neus begon op te halen. Die ambitie is in de kiem gesmoord. Het algemeen maatschappelijk werk is sinds de invoering van de welzijnswet afhankelijk geworden van lokale financieringen en werkverbanden. Dat stelt andere eisen, dat vraagt om andere oriëntaties. De roep om outreachend werken was daar een aantal jaren geleden het eerste teken van, de zoektocht naar een maatschappelijk werker-plus het vervolg daarop. Maar deze behoefte kwam niet uit het maatschappelijk werkveld zelf, noch uit de NVMW, maar uit lokale praktijken gedragen door andere organisaties in wijken en buurten, waar de werksoort - nog levend in een achterhaalde droom - het contact grotendeels mee was kwijtgeraakt.
7. De NVMW heeft twee jaar geleden een wetenschappelijke adviesraad (WAR) geïnstalleerd, waar ik zelf lid van mag zijn. De bedoeling was/is dat deze WAR de NVMW adviseert, maar eigenlijk is het volkomen onduidelijk waar de Raad nu wel of niet over moet gaan en wat ze moet doen. Regelmatige gesprekken met de NVMW-leiding hebben dat probleem niet opgelost. Dat kan aan de mensen liggen, maar na twee jaar hou ik het er toch maar op dat de NVMW eigenlijk niet weet waar ze naar toe moet. Er komt niks uit de WAR, omdat er ook niks in gestopt wordt door de NVMW. Dat wijst niet echt op koersvastheid.
8. Het is het streven van landelijke organisaties in zorg en welzijn om bestuurlijke zwaargewichten of mensen van naam en faam te vinden voor het voorzitterschap. Hans Wiegel die de Zorgverzekeraars voorzit, Jet Bussemaker die voorzitter van de MO Groep Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening is geworden. In die traditie vond de NVMW zo’n vijf jaar geleden Theo Roes, voormalig adjunct-directeur van het SCP, bereid de voorzittershamer te hanteren. Maar het vinden van een opvolger wilde maar niet lukken. Geen m/v van naam die over de streep getrokken kon worden, waardoor het voorzitterschap van Theo Roes voortdurend verlengd moest worden. Uiteindelijk vond men Jan Laurier bereid, die ik goed ken (hij volgde mij op als Eerstekamerlid voor GroenLinks). Als bestuurder niks op aan te merken, maar Jan heeft zich toch ook ontwikkeld tot een beroepsmatig verzamelaar van voorzitterschappen. Hij is ook voorzitter van de Woonbond en van de Landelijke Cliëntenraad. Met alle respect: hij is uiteindelijk voorzitter geworden omdat er niemand anders te vinden was. Mag ik zo vrij zijn om dat als een teken aan de wand te zien?
9. Eind december werd duidelijk dat bedrijfsmaatschappelijk werker Fred Spijkers, na een strijd van meer dan een kwart eeuw tegen het ministerie van Defensie, eindelijk volledig werd gerehabiliteerd. Spijkers is uitgegroeid tot een icoon als het gaat om beroepsethisch handelen. Maar die status heeft hij niet bereikt dankzij de steun van de NVMW. Integendeel, Spijkers was geen lid en de NVMW stak geen hand voor hem uit. Dat hier een kwestie aan de orde was die de hele werksoort raakte en dus de beroepsorganisatie in beweging had moeten brengen is al die jaren niet tot de NVMW doorgedrongen. Sterker, dat Spijkers destijds ruim zestig collega-maatschappelijk werkers had die jarenlang de andere kant opkeken, is een ongeschreven hoofdstuk in deze geschiedenis. Dat is geen crisis, dat is een schande, die alleen nog goed gemaakt kan worden door Spijkers onmiddellijk als erelid te benoemen. In de Canon Sociaal Werk heeft hij inmiddels wel een plek gekregen.
10. De punten 1 t/m 9 lijken mij afdoende bewijs om te mogen constateren dat de NVMW in het huidige tijdsgewricht niet lekker in haar vel zit. Er zijn mensen die zo’n toestand als crisis aanduiden. Het grootste probleem is echter dat verantwoordelijken binnen de NVMW daar zelf weinig van benul van hebben en bij elk zuchtje kritiek omstandig ontkennen dat er ook maar iets loos is. Een beetje onderlegd maatschappelijk werker weet dat je bij zo’n krampachtige ontkenning op je hoede moet zijn. De ergste crises zijn die crises waar men geen weet van wil hebben. Maar dat geeft ook weer hoop. Als het besef wel doorbreekt is de redding nabij.

Dit artikel verschijnt begin februari in het TSS – Tijdschrift voor sociale vraagstukken.

Kies een periode: mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004