JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Via twitter (@josvanderlans, sinds oktober 2010) en onderstaand weblog (sinds augustus 2004) kunt u op hoogte blijven van artikelen en columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardig-heden.

Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb.



.

Reacties worden enorm op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - mei 2009
Einde GeuzenMiddenmeer B4



Afgelopen weekend speelde GeuzenMiddenmeer B4 (onderste foto) zijn laatste wedstrijd van het seizoen, tijdens een toernooi in Zaandam, Volgend jaar valt het team uit elkaar, een paar jongens stoppen, een paar gaan hogerop spelen, weer anderen vertrekken naar een andere vereniging en een paar blijven voetballen in de lagere regionen van de B-jeugd. Daarmee komt een einde aan een periode van zo’n zeven jaar (de bovenste foto stamt uit de beginjaren), waarin ik deze jongens iets van de edele voetbalkunst heb proberen bij te brengen. Dat is (ondanks twee kampioenschappen) niet in alle gevallen even goed gelukt, maar het is tot op het einde een sportief team gebleven. Een beetje te lief zelfs, hoewel je dat op de onderste foto er niet meer meteen aan afziet.
Achter Amsterdam CS, veerpont naar noord


Geert Knieschijf

Er is maar een partij die onze Geert uitsluit: GroenLinks. Het is jammer dat hij die uitspraak niet deed voor een draaiende camera, anders zouden we er een aardig verkiezingsspotje van kunnen maken. Met als aftiteling: Neem geen risico, stem GroenLinks!
Overigens is het wel een bizarre vertoning dat uitgerekend bij de enige verkiezing waarbij er een parlement gekozen wordt dat zelf geen regering kan vormen, partijen zich verdiepen in de vraag of er met Geerts PVV geregeerd kan worden. Mooi voorbeeld dat politici op geen enkele wijze meer de regie hebben over hun eigen campagne en dus aan de mediagoden en persgrillen zijn overgeleverd.
Ondertussen spint Geerts club daar wel garen bij, want doodzwijgen, een cordon sanitaire of meebewegen met zijn populisme - in alle gevallen trekt onze Limburger aan het langste eind. Dan maar de troef van de knieschijven uitspelen, moet Femke Halsema gedacht hebben. ‘Als je vindt dat Marokkaanse jongens in hun knieschijf mogen worden geschoten dan ben je ver weg’, zo zette ze Wilders tijdens de laatste aflevering van Pauw & Witteman in een zin even weg. Ik dacht: ‘Goed zo, Femke, zo moet het.’ Gewoon van PVV’ers cowboys maken, waarbij het recht uit de lopen van hun pistolen komt. Dat wil niemand. Zo ga ik het ook doen.
Toch maar even gekeken wat hij nu echt gezegd heeft. Ik kom niet verder dan een uitspraak twee jaar geleden na rellen bij een interland tussen Jong Oranje en Jong Marokko in Tilburg. Bij die gelegenheid verklaarde hij dat de politie bij ernstige rellen, en na een duidelijke waarschuwing, met scherp moet kunnen schieten op relschoppers, maar dan wel op de benen. Dat kan in bedreigende situaties allang, liet minister Ter Horst destijds weten.
Ai, Geert Knieschijf is een karikatuur. Een verleidelijke, ik geef het toe. Maar of we daar de oorlog mee winnen, is de vraag. En eigenlijk denk ik niet dat wij Wilders op deze manier moeten diskwalificeren, uiteindelijk zal hij dat – opgejaagd door de populismewedloop of kritische vragen – zelf doen. Wat dat betreft is het zo’n slecht idee niet om een verkiezingspotje te maken van zijn bizarre uitspraken. Die zeggen genoeg.
Deze column verschijnt in het juni-nummer van het GroenLinks Magazine.

Spectaculair vernieuwd!!!!!


In de tussentijd

Stedelijke vernieuwingsprocessen kennen prachtige eindplaatjes. Maar voor het zover is zijn we jaren verder. Wat gebeurt er ondertussen? Jos van der Lans op expeditie tussen bouwvallen en nieuwbouw in Amsterdam Nieuw West.

Onder een gevel vol schotelantennes verzamelen zich op deze eerste dag in mei, vlakbij het eindpunt van tram 13 in het Amsterdamse Geuzenveld, een kleine vijftig mensen. Ze komen voor Expeditie Nieuw West, een theaterreis door Geuzenveld, een van de grootste stedelijke vernieuwingsgebieden in Amsterdam. Dit deel van de Westelijke Tuinsteden is sinds de eeuwwisseling op de schop genomen en voordat de hijskranen dit stadsdeel zullen verlaten is het toch al gauw 2015, zo niet later.
De bezoekers zijn jong, blank en als ze in de zon voor een voormalige tapijt en parketwinkel midden in de straat zich te goed doen aan een bordje eten (couscous en een pittig worstje) kijken de mannen die op weg zijn naar de paar deuren verder gelegen moskee nieuwsgierig op. Vreemd volk in Geuzenveld, dat zien ze niet elke dag.
Het gezelschap wordt om zes uur in de oude winkel bijeengedreven om te worden toegesproken door Pieter Konings, projectontwikkelaar te Geuzenveld. De voorstelling, pardon De Expeditie, is begonnen.

Onttakeling
Het grootste probleem van grootschalige stedelijke vernieuwingsoperaties is de overbruggingsperiode tussen het begin en het einde van het proces, die dus al gauw zo’n tien tot vijftien in beslag kan nemen. Dat is een fase van totale onttakeling van een buurt, alles wordt door elkaar geschut, mensen vertrekken om nooit meer terug te komen, nieuwe bewoners betrekken duurdere woningen, niks staat vast, alles verandert en het misnoegen lijkt met de dag te groeien. Al was het maar omdat de mensen die het meeste gehecht zijn aan de buurt en er vaak ook het meeste voor betekenen tot het laatste moment hun onvrede kenbaar maken.
De vraag is nu hoe overbrug je die periode? Wat kan je eigenlijk doen tussen de bouwputten, kale plekken en oprukkende sloophamers? Tot voor kort werd deze overbruggingsperiode vooral gezien als ‘collateral damage' en door overheid en corporaties zoveel mogelijk genegeerd. Wat betreft bewoners werd alle energie gestoken in wat je woonzekerheid zou kunnen noemen – zo redelijk mogelijke terugkeergarantie- en verhuisregelingen. Dat is belangrijk, maar de praktijk heeft geleerd dat geen enkele regeling voldoende is om de negatieve spiraal van bewonerswantrouwen te keren.
Er moet dus in die belangrijke ‘tussentijd’ meer gebeuren – een soort politiek van de tijdelijkheid. Dat is precies wat op verschillende plekken de laatste jaren tot ontwikkeling is gekomen. Een mooi voorbeeld was Hotel Transvaal, gelegen in de Haagse wijk Transvaal, waar stevig wordt geherstructureerd. Door de hele wijk bevonden zich hotelkamers in slooppanden, nog niet verkochte nieuwbouw, ongebruikte ruimtes bij bewoners thuis en op braakliggend terrein. De kamers waren op bijzondere wijze ingericht door winkeliers uit de buurt en kunstenaars. Het aanbod was zeer gevarieerd qua aankleding, luxe en prijsniveau, zodat er voor een ieder, toeristen, bewoners uit de wijk, en andere geïnteresseerden een plek was. Hotel Transvaal ontving op deze wijze in twee jaar zeshonderd hotelgasten, die vrijwel allemaal in de wijk op avontuur gingen. Want het Hotel introduceerde zijn gasten bij Turkse en Marokkaanse en Surinaamse restaurants, verse bakkers, beautycentra, een ayurvedisch massagesalon, bars met live muziek, kappers en internetcafés. Daarmee werd de wijk een hotel, met de straten als gangen.
Hotel Transvaal is inmiddels gestopt, omdat de Haagse woningcorporatie Staedion door de crisis gedwongen de stekker er uit heeft getrokken. Dat is jammer want het was een van de meest fascinerende tussentijdse initiatieven, waarin de onvermijdelijke leegstand en kaalslag op een creatieve manier wordt opgepakt om er leuke dingen mee te doen. In Den Haasg noemde men dat het laboratorium van de tussentijd.
Grappig genoeg wordt daarbij een geheel nieuwe invulling gegeven aan een oud (eind 19e eeuw) idee van Arnold Toynbee en dat bekend is geworden als university settlement, wat erop neer kwam dat studenten een tijdje in een achterstandswijk moesten gaan wonen en werken om de arbeiders te verheffen. De studenten van de negentiende eeuw zijn in de 21e eeuw vervangen door leden van wat we tegenwoordig ‘de creatieve klasse’ noemen, kunstzinnige en creatieve types, kunstenaars, kleine leuke ondernemende bedrijfjes, die in een wijk neerstrijken en er reuring veroorzaken. Het idee is om deze in de tussentijd te laten settelen in de buurt die op de schop gaat om zo alvast een nieuwe dynamiek, een nieuw leven op gang te brengen.
Dat is nu ook precies wat Expeditie Nieuw West wil laten zien. Het is een initiatief van Public Amusement, een onafhankelijk Amsterdams kunstenaarscollectief dat de buurt als podium neemt en er van alles wil gaan doen, zodat bewoners betrokken raken op hun omgeving. Dat kan gaan via het optekenen van verhalen, herinneringen, door te fotograferen en te exposeren, door theater te maken op speelse plekken. Jonge acteurs en kunstenaars strijken daarbij voor een langere periode echt in de buurt neer. Creativiteit veronderstelt ook het proeven en ervaren, ja het dagelijks werken in de buurt. Pas dan kan je je sporen gaan achterlaten.
Een wijk als atelier
Tijdens mijn Expeditie Nieuw West laat ik mij vier uur rondleiden door het veranderende Geuzenveld, langs de sloopflats en de nieuwbouw. Na de retoriek van de eerste acteur, projectontwikkelaar Koning, worden we getrakteerd op twee Marokkaanse jongens op een scooter, een Surinaamse vrouw in een ontmoetingshuis, een Turkse jongeman wiens ouders altijd gelukkig waren in Geuzenveld, en een meisje dat in een nieuwbouwwoning terechtkomt en met haar opstandige pop spreekt over het verlies van haar oude vrienden. Ondertussen hebben we tussen de solotheaterstukken zo’n beetje heel Geuzenveld gezien en ook nog een paar prachtige documentaires over mensen in de wijk. Expeditie Nieuw West vormt zo een van de projecten waarmee dit kunstenaarscollectief ‘in de tussentijd’ de buurt tot leven wekt.
Of het ook op langere termijn zijn sociale vruchten zal afwerpen, is natuurlijk de vraag. Het publiek dat op de Expeditie Nieuw West afkwam kwam voor 95 procent uit andere delen van de stad en was gewoon nieuwsgierig. Maar wat geeft het? Deze Amsterdammers weten nu dat je best wel gelukkig kan zijn in Geuzenveld, dat er wat gebeurt. Dat alleen al is winst. Tel daarbij op dat atelierruimte voor de meeste jonge kunstenaars niet te betalen is, en nu krijgen ze ineens een hele wijk als atelier. En de straten als tentoonstellingsruimte. Dat moet wel wat leuks opleveren. En zelfs als het weinig effect heeft op de lange termijn dan nog is deze politiek van de tijdelijkheid vele malen te prefereren boven het niets doen. Zelfs de meest onbegrijpelijke kunstenaar is beter dan de kale troosteloosheid van de onttakeling.

Zie voor meer informatie:

www.hoteltransvaal.com
www.public-amusement.nl
www.optrektransvaal.nl
essentielemarge.bureauvenhuizen.com/wordpress
Deze column verschijnt in het juni-nummer van TSS – Tijdschrift voor sociale vraagstukken
.
Onbetamelijk

Ik hou een lijstje bij van onderwerpen waar ik – mocht de verveling toeslaan – na mijn pensionering op zou kunnen promoveren. Dat duurt nog wel zo’n jaar of twaalf, maar je kunt je, zo heb ik begrepen, nooit te vroeg voorbereiden op je oude dag. Deze week heb ik er weer een nieuw onderzoeksvraag aan toegevoegd: hoe rechtvaardigen individuele corporatiebestuurders een hoger salaris dan algemeen als betamelijk wordt gezien?
Juist door de aanhoudende commotie fascineert deze vraag mij bovenmatig. Ik begrijp heel goed dat er twee reflexen om voorrang vechten. De eerste kennen we allemaal en is heel particulier: als baas wil ik zo veel mogelijk verdienen. De tweede reflex is – als het goed is - van publieke aard: wat ik verdien moet ook maatschappelijk betamelijk zijn.
De meeste bestuurders, je zou het wel eens vergeten, lossen dit probleem op door zich nauwgezet aan branchecodes te houden, die immers een collectief compromis vormen tussen private en publieke redeneringen en bovendien toch nog steeds een behoorlijke beloning opleveren. Dat zijn de brave borsten.
Maar een niet onbelangrijke groep plaatst zichzelf daar doelbewust buiten, en aangezien het dan altijd om mensen gaat die meer verdienen laden die als vanzelf de verdenking op zich dat zij op persoonlijk winstbejag uit zijn. Een persoonlijke overweging prevaleert kennelijk boven het publieke belang van betamelijkheid.
Omdat ik zelf van de afdeling brave borsten ben, fascineren mij dat enorm. Wat beweegt deze wilde rakkers? Hoe combineren zij hun kennelijke hebzucht met een publiek engagement? Als ik nu aan mijn onderzoek zou beginnen, levert dat niks op. De betrokkenen raken – zo weet ik inmiddels uit ervaring - snel geprikkeld over dit onderwerp. Maar omdat de nieuwe Aedes-leiding onder aanvuring van minister Van der Laan in de nabije toekomst korte metten maakt met de onbetamelijken, denk ik dat mijn leeftijdgenoten over twaalf jaar – terugblikkend op deze wilde jaren - daar zeker een prettig gesprek met mij over willen voeren. Onder het genot van een goed glas cognac en een stevige sigaar.
Maar dat spreekt voor zich.
Deze ciolumn verschijnt in nr. 9/10 van het Aedes Magazine

Identiteit sociaal werk

Het was een mooi onderwerp, waarmee de Fontys Hogeschool Sociale Studies haar 70-jarige bestaan vierde op dinsdag 21 april. Het lustrumcongres had als thema meegekregen: Identiteit van de sociaal werker, verleden en toekomst. Dat is een actueel onderwerp want de identiteit van het sociaal werkers komt de laatste tijd weer volop in discussie. En dat kan geen kwaad, , want welzijnsprofessionals hebben te lang als kop van jut gefungeerd. Een nieuw elan, een nieuwe zelfbewuste identiteit, ja, dat kan het sociaal werk wel gebruiken.
Toegeven, het oogt een beetje lullig om als zeventigjarige over je identiteit te moeten spreken. De vraag wat je dan die zeventig jaar hebt gedaan ligt dan voor de hand. En die vraag kan niet alleen aan de Fontys Hogescholen worden gesteld, maar is ook te adresseren aan de sociaal werk opleiding van de Hogeschool van Amsterdam, die later dit jaar de leeftijd bereikt van 110 jaar. In 1899 startte in de hoofdstad de eerste beroepsopleiding voor maatschappelijk werkers: de Opleidingsinrichting voor Sociale Arbeid. Het zou zo maar kunnen dat ook de Amsterdammers bij hun lustrumviering bij zichzelf gaan stilstaan.

Mislukt
Ik was in Eindhoven om mijn steentje bij te dragen aan deze identiteitsspeurtocht. En om de nieuwe, geheel herziene, en verbeterde versie van de CANON SOCIAAL WERK ten doop te houden (zie kader). Die canon levert namelijk voldoende stof tot overpeinzing om de vraag te beantwoorden hoe het kan dat na ruim een eeuw professioneel werken en opleiden er kennelijk toch sprake is van een identiteitscrisis van sociaal werkers.
Laat ik een paar overwegingen aanreiken, misschien dat ze daar later dit jaar in Amsterdam hun voordeel mee kunnen doen. De geschiedenis maakt duidelijk dat – anders dan medisch specialisten bijvoorbeeld – sociaal werk geen vastomlijnd beroepsveld is. Zoals een arts in de loop der eeuwen over steeds meer kennis en steeds beter onderzoeks- en operatietechnieken beschikt, zo ontbeert het sociaal werk zo’n geschiedenis. De afgelopen jaren is – weten=meten, evidence based practise – een poging gedaan om voor het sociaal werk ook zo’n geschiedenis te schrijven. Het feit dat de identiteitsvraag desondanks toch weer opspeelt wijst erop dat die poging als mislukt moet worden beschouwd. Zo’n geschiedenis zit er domweg niet in, hoort kennelijk niet bij de aard van het vak. Dat is op zichzelf al een belangrijke vaststelling.
Betekent dat de sociaal werker zich dan maar bij zijn vage lot moet neerleggen? Dat hij/zij gemakkelijk aangeschoten wild kan blijven voor iedereen die maar wat wil roepen? Nou, als de geschiedenis iets duidelijk maakt, is het wel dat dat nergens voor nodig is. Want er mag dan weliswaar geen kennishandboek sociaal werk zijn, met standaarddiagnoses en standaardrecepten, tegelijkertijd maakt de geschiedenis aantoonbaar duidelijk dat de kwaliteit van onze verzorgingsstaat niet zonder de dagelijkse inspanningen van sociaal werkers kan, dat de kwaliteit van buurten en wijken voor een groot deel getekend wordt door wat sociaal werkers er uitspoken, dat de kwaliteit van nogal wat levens van mensen gestuurd wordt door de inzet van sociale professionals.
Eigenlijk heeft een arts het dus makkelijker. Hij heeft wel zo’n handboek met een enorme batterij kennis waar hij uit kan putten. Een sociaal werker heeft dat in veel mindere mate. Hij is afhankelijk van de context, van omstandigheden, van anderen, van geld, en moet in die onvoorspelbare onvoorzienigheid professionele besluiten nemen. Moeten we streng zijn of vriendelijk? Handhaven of hulpverlenen? Toespreken of meebuigen? Dwingen of dringen? Kwaad worden of glimlachen? Zo bezien stijgt het sociaal werk met stip op de ranglijst van moeilijke beroepen, want ga daar maar eens aan staan.

Levenservaring
De vraag die vanuit dit perspectief voor beroepsopleidingen relevant is: leveren wij mensen af die dit ingewikkelde werk aan naar behoren kunnen verrichten? (Mijn antwoord is: nee!) En wat hebben ze daarvoor nodig, niet alleen aan methodische en theoretische kennis, maar ook aan zelfvertrouwen, aan beroepstrots? En zijn de professionele organisaties waar de beroepsopleidingen mensen aan afleveren eigenlijk wel in staat om deze professionals optimaal verder tot ontwikkeling te laten komen? Als het zo’n ingewikkeld vak is, mag je ervan uitgaan dat levenservaring een belangrijke rol speelt? Hoe waarderen we dat dan? Speelt dat eigenlijke en goede rol in de praktijk?
Dat zijn de vragen waar de identiteitsdiscussie op de beroepsopleidingen over zou moeten gaan. Maar dan moeten ze dat niet, zoals in Eindhoven, dat aan een paneldiscussie overlaten, met wat willekeurig bij elkaar geraapte vertegenwoordigers uit het veld, die onder leiding van een slecht voorbereide voorzitter, vluchten naar een metataal waar geen levend mens meer in voorkomt, geen kritische noot gekraakt wordt en waarbij het gesprek alle kanten opslingert en niemand er eigenlijk nog een touw aan vast kan knopen. Dat soort weinig inspirerende discussies horen nu juist bij de oude welzijnsprofessionaliteit, die we achter ons moeten laten. Laten we hopen dat ze bij de lustrumviering in Amsterdam een stap verder komen. Per slot van rekening zijn de Amsterdammers maar liefst veertig jaar ouder dan de nog tamelijk jonge Eindhovenaren.
Deze column verschijnt in het meinummer van TSS - Tijdschrift voor sociale vraagstukken.

Arme Huissenaren

9.25 uur.
Waar ons medeleven vandaag, de dag na de dramatische gebeurtenissen in Apeldoorn tijdens Koninginnedag, naar uit moet gaan zijn de inwoners van het Gelderse dorp Huissen. Zij zullen vandaag overvallen worden door een compleet leger journalisten die alles willen weten over een 38-jarige man die de eigenaar was van een zwarte Suzuki. Ik had gisteravond al een Willibrord Frequinachtige reportage verwacht in de Dorpsstraat van Huissen maar het journaille was daar op dat moment kennelijk niet aan toe en moest eerst haar eigen rouwverwerking etaleren in een volkomen nietszeggende aflevering van Pauw & Witteman, waar ze met elkaar hun ervaringen konden ‘delen’ en moesten constateren dat ze vol verwachting uitkeken naar het gedetailleerde onderzoek dat zal worden verricht. Vroeger gingen bij een nationale ramp de televisieschermen op ‘zwart’, maar helaas is dat tegenwoordig ondenkbaar.

Vandaag – als ze over de eerste schrik heen zijn – zullen ze dus neerstrijken in het arme Huissen. Voor menig dorpsbewoner zal eeuwige roem wachten als zij ons volk mededelingen kunnen doen over deze inwoner, waar waarschijnlijk zoals dat wel vaker het geval is met bizarre moordenaars, tot op heden niets op was aan te merken. Een beetje stille man, dat wel ja. Een beetje op zichzelf, niet onaardig. Weinig contact met de buren. Deed zijn boodschappen bij Albert Heijn, niet bijzonders. Nee, eigenlijk hadden de inwoners van Huissen, dit nooit achter hem gezocht.
Misschien dat een enkele Huissenaar, na aandringen van de reporter, nog wel wil zeggen dat zijn gedrag, achteraf gezien, misschien toch wel een beetje merkwaardig is te noemen. Er kwam ook nooit iemand op bezoek, ja, dan ontstaan er misschien vreemde gedachten. Met een laatste opname in de straat gaan we dan weer terug naar de Studio, waar zich aan tafel twee deskundigen hebben verzameld, die uit deze informatie een analyse zullen smeden over de motieven van de dader. Waarschijnlijk zal hij worden vergeleken met de idiote jongeren die de laatste jaren scholen binnen rennen om docenten en leerlingen overhoop te schieten. Omdat die wapens in Nederland niet te verkrijgen zijn, deed onze 38-jarige inwoner uit Huissen het dus maar met een zwarte Suzuki.

Er is maar een troost. Waarschijnlijk worden we vandaag verlost van de verschrikkelijke Dorine Hermans, die wij de afgelopen dagen eerst als olijk babbelende Oranjewhatcher hebben moeten doorstaan, en na de ramp kennelijk ook als serieuze rampendeskundige getuige haar optredens in EenVandaag en Pauw & Witteman. Daar presteerde ze het om alle Oranjes, van koning Willem I tot koningin Beatrix, in een open verhouding te plaatsen tot het volk. Vrolijk handenschuddende vorsten, hebben we altijd gehad en dat zal nu wel zijn afgelopen, aldus onze Dorine. Ik weet niet welke boeken zij leest, maar Willem I had toch niet echt de gewoonte zich onder het gepeupel te begeven. De lucht was begin negentiende eeuw zwanger van geweldadige opstanden. Hij keek wel twee keer uit, voordat hij een praatje ging maken. Levensgevaarlijk. Wat dat betreft zijn we er echt op vooruitgegaan. Tot gisteren.

Geweldige theaterexpeditie in Amsterdam Nieuw West

Kom je uit Amsterdam of omgeving? Dan heb je van af vandaag, 1 mei, nog twee mogelijkheden om in Amsterdam Nieuw West op een ongelooflijk aardige theaterexpeditie te gaan die je in vier uur rondleidt langs alle mogelijke dimensies van de stedelijke vernieuwing in dit grote naoorlogse gebied. En omdat je langs meerdere locaties wandelt, snuif je ook nog de sfeer op van dit stadsdeel. Kijk op:www.public-amusement.nl. Of bel naar: 06 31222810.

Kies een periode: augustus 2020
juli 2020
juni 2020
mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004