JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Via twitter (@josvanderlans, sinds oktober 2010) en onderstaand weblog (sinds augustus 2004) kunt u op hoogte blijven van artikelen en columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardig-heden.

Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb.



.

Reacties worden enorm op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - januari 2012
Reactie op column INzet

Hieronder een reactie op de column in Inzet, die u na kunt lezen door op bovenstaande afbeelding te klikken.

Geachte heer Van der Lans,

Vandaag kreeg ik het blad Inzet onder ogen met daarin op pagina 51 uw column met de titel ‘Comeback van burgers’. De inhoud daarvan geeft mij aanleiding om bezwaar te maken tegen het feit dat u daarin professionals collectief weg zet als een groep die a) blij was dat bemoeizuchtige burgers in de jaren zestig het veld ruimden voor deskundigen en b) dat zij de pretenties op het gebied van deskundigheid niet hebben waar gemaakt.

Iedereen heeft natuurlijk recht op zijn eigen overtuiging, maar ik merk op dat er m.i. in de jaren zestig absoluut nog geen sprake was van bemoeizuchtige burgers (die zijn juist de afgelopen decennia op gekomen). Het is niet zozeer te danken (wijten?) aan de professionals, maar aan de politiek dat er meer en meer werd geďnvesteerd in professionele deskundigheid vanuit het idee van de maakbaarheid van de samenleving, en zoals u weet: ‘het systeem creëert zijn eigen kinderen’, met perverse prikkels als handvat. Overigens is dit fenomeen niet maatgevend voor de jeugdzorg, maar op veel maatschappelijke terreinen is deze tendens de afgelopen decennia zichtbaar.

Met de wetenschap van nu constateren we dat er grenzen zijn aan de maakbaarheid van de maatschappij; morele, professionele en financiële. Daarnaast is het besef ontstaan dat een belangrijke groep, t.w. cliënten en hun ouders, als ervaringsdeskundigen ook recht van spreken hebben; een ontwikkeling die dankzij de mondiger wordende burger in de afgelopen jaren steeds meer doorklinkt op allerlei terreinen, en die ik van harte toejuich.

Pikant detail daarbij is wel dat de zeggenschap van de burger toeneemt op een moment dat de politiek roept dat de financiering van het systeem onbetaalbaar dreigt te worden. Toeval of niet, zowel cliënten als professionals zullen daarvan het slachtoffer zijn, elk vanuit hun eigen referentiekader. Cliënten zullen meer zelf moeten gaan betalen voor ondersteuning en zorg, en professionals moeten steeds meer deskundigheid inzetten voor een steeds lagere vergoeding. Is dat dan de oorzaak van het ‘niet waar maken van de staat van dienst’, zoals u stelt. Allerminst. Ik durf de stelling wel aan dat de meeste professionals hun staat van dienst waar maken, roeiend met de riemen die ze hebben. Dat die riemen soms te kort zijn is evident, getuige ernstige incidenten, maar de staat van dienst is vele malen groter dan u suggereert.

Het is voor mij overigens de vraag wat de gevolgen zijn van de door u geschetste comeback van de burger, als dat er een is die feitelijk uitmondt in een ‘muis die brult’. Alle goede initiatieven in jeugdzorg en opvoedingsland ten spijt, de kwaliteit van de samenleving wordt bepaald door wat we er voor over hebben als het gaat om de kwetsbaren. Daarin zijn burgers en professionals geen tegenstanders, maar medestanders, vanuit verschillend perspectief maar met eenzelfde doel. Betrokkenheid is daarbij de verbindende schakel. Ik betreur dat u een ander beeld oproept waarmee u - naar ik aanneem onbedoeld - bevestigt dat de professionals in deze ontwikkelingen aan de touwtjes trekken, en hebben getrokken, ten koste van de kwetsbare burger. Politieke krachten voeren hierin echter de boventoon; daaraan zijn de professionals ondergeschikt, en zo hoort het ook in een democratie.

Met vriendelijke groet, Hans Bosman
directeur Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO)

ANTWOORD

Geachte heer Bosman, Dank voor uw reactie, leuk ook. Je zou hopen dat dat vaker gebeurt en professionals meer voor hun vak gaan staan.

Staat u mij een paar opmerkingen toe? Wat dacht u dat die 7000 burgers, waarvan in de column sprake is en die halverwege jaren zestig actief waren in de voogdijverenigingen van dit land, deden? Dat zij zich niet met andere burgers bemoeiden? Denkt u dat ze aan vergaderen waren of folders aan het uitdelen?

Nee dus, die begeleidden gezinnen, gingen er langs, hielden een oogje in het zeil. En waar gingen de jaren zestig en zeventig anders over dan dat de paternalistische, moralistische, regenteske bedisselarij aan de kant moest worden gezet, en dat daar fatsoenlijke deskundige en democratische professionele hulp voor in de plaats kwam.

Wat was volgens u het idee achter de Bijstandswet? Volgens de overlevering is de Bijstandswet het symbool dat mensen, in de woorden van Marga Klompé, niet langer afhankelijk waren van de genade (de charitas,de bedeling, de bemoeizucht), maar dat zij recht hadden op bijstand. In materiële en immateriële zin. Dus uit welk gerschiedenisboek u uw stelling baseert dat mensen zich vroeger niet met elkaar en tegenwoordig juist meer met elkaar bemoeiden is mij een raadsel. Het is wel een originele gedachte, dat geef ik toe.

En u heeft gelijk, niet alle professionals falen. Maar toch zouden ook professionals als u zich zorgen moeten maken over het feit dat 1 op de 7 kinderen een etiket van jeugdzorg of passend onderwijs krijgt opgeplakt (cijfers zijn van Jo Hermanns). Dat lijkt me tocjh niet echt iets waar we trots op moeten zijn, en het zijn immers niet de burgers die deze etiketten uitdelen, dat zijn professionals.

Ander voorbeeld: Nederland telt in de wereld het meest aantal psychologen per 1000 inwoners. Op basis daarvan zou je mogen verwachten dat het aantal psychische problemen vermindert, juist ook in vergelijking met andere landen. Helaas is dat niet het geval. Integendeel zelfs, de consumptie van geestelijke gezondheidszorg is in dit land hoger dan elders in de wereld. Is dat een verdienste van het professioneel handelen? Of zouden ze zelf hier kritischer op moeten zijn? Of is dit ook de schuld van de politiek? Bij dit soort verschijnselen kunnen professionals onder elkaar niet langer hun handen in onschuld wassen. Zij maken immers gebruik van publiek geld, en kunnen simpelweg niet eeuwig als vanzelfsprekend een groter deel van de schaarser wordende middelen opeisen.

En dan de veranderende positie van de client. Kijk naar de eigen kracht conferenties, de wraparound-aanpak, waarin de client niet alleen eigenaar is van een probleem, maar ook macht krijgt over de oplossing. Heel goed zegt u, heel goed zeg ik, maar is dat een vernieuwing die voortgestuwd is door de professionals en hun professionele instellingen. Nee, die is er buitenom ontstaan. Die is min of meer afgedwongen. Ook al niet iets waarin professionals voorop gingen.

Waar ik voor pleit is een andere vorm van professionele dienstbaarheid, waarin de kracht van burgers veel centraler komt te staan en professionals hun deskundigheid daaraan ten dienste stellen. Dat is een andere mindset dan dat die thans in institutioneel professioneel Nederland wordt aangetroffen. Ik denk dat veel professionals dat willen. Ik denk ook dat u gelijk heeft en dat veel professionals in staat zijn om goed werk te doen, alleen hebben we ze in organisatorische structuren neergezet waarin ze dat steeds moeilijker kunnen doen.
Ja, zegt u, dat is niet hun schuld. Daarvoor moeten we bij de vermaledijde politiek zijn. Ik vind dat te gemakkelijk. Ik ga al heel lang mee en heb eigenlijk maar verdomd weinig professionals te hoop zien lopen tegen de omstandigheden waar ze hun werk moesten doen en de productie die er van hen verwacht werd. Dat zou moeten veranderen. Daarin lijkt me nu echt een mooie taak weggelegd voor uw organisatie. Ik denk dat u met kritische zelfbewuste professionals die daadwerkelijk veranderingen nastreven verder komt dan met een leger angstige naar Den Haag en het grote onrecht wijzende bromberen.

Vriendelijke groeten,
Jos van der Lans

TSS-column: Een ongekende revolutie

Moderne informatietechnologie slecht de muren tussen professionals en amateurs, tussen deskundigen en leken, tussen betrouwbaren en beunhazen. Dat is, volgens Jos van der Lans, een ongekende revolutie, die diepe sporen zal trekken in de sociale sector.

De toekomst is aan platforms

We leven in revolutionaire tijden. Het vreemde is dat maar weinigen dat echt lijken te beseffen. Het is een revolutie waar we dagelijks aan deelnemen, zonder dat we in de gaten hebben dat we nieuwe revolutionaire omstandigheden aan het creëren zijn. En zelfs als we daar wel een notie van hebben dan betrekken we de revolutie niet op ons dagelijkse werkomstandigheden, op de wijze waarop we bijvoorbeeld een beroep als sociale professional of hulpverlener uitvoeren. Het is, met andere woorden, een ongekende revolutie.
Maar zij dendert voort. En omdat we wel een vermoeden hebben dat er iets gaande is, zeggen we dat het belangrijk is dat we ‘sociale media’ gaan gebruiken, waarmee vooral LinkedIn en Facebook wordt bedoeld. De grootste digitale durfals onder ons gaan twitteren (@josvanderlans), maar dat gebeurt nog vooral omdat je anders ‘de boot mist’.
En daarmee houdt het zo’n beetje op.
Maar door deze modieus getinte belangstelling zien de meesten van ons (en dan doel ik op de generatie boven de 45, waartoe de meeste lezers van dit tijdschrift gerekend moeten worden) niet wat er precies gaande is. Wat zich de afgelopen tien jaar ontwikkelt, is een totaal andere manier van kennisproductie, kennisdeling en kennisverspreiding. Alle grote technologische innovaties van de laatste twee decennia komen van bedrijven die platforms ontwikkelen waarop deze nieuwe vormen van kennisproductie en kennisverspreiding geperfectioneerd worden.
Windows is niets meer dan een steeds geavanceerder platform waarop steeds meer specifieke programma’s draaien, Google biedt miljarden mensen niets meer dan een platform waarmee je steeds intelligenter en verfijnder kan zoeken en verbinden, Apple levert ons een structuur waarop een oneindig aantal apps kunnen gaan draaien, Facebook is een extreem krachtig netwerkplatform waarop een eindeloos aantal verbindingen tot stand gebracht worden. De kracht van deze platforms is dat zij bestaande economische organisatievormen revolutionair op de proef stellen.
Want in de oude economie werd kennis zo snel mogelijk afgeschermd. Ze was het eigendom van professionals die bij elkaar kropen in gespecialiseerde afdelingen waar de buitenwereld buitengesloten werd. Zo organiseerden bedrijven hun kennis, maar zo deden dienstverleningsinstellingen en ambtelijke apparaten het ook. Die neiging tot afzondering werd nog eens versterkt door allerhande restricties uit te vaardigen via professionele beroepsverenigingen en beroepscodes, waardoor er een scherp onderscheid gemaakt kon worden tussen professionals en amateurs, tussen de echte deskundigen en de leken, tussen de betrouwbaren en de beunhazen. Zo werd kennis afgezonderd in hiërarchische systemen, die als een soort gesloten kennisfabriek werd georganiseerd, compleet met voormannen, uitvoerders, productieleiders en voorlichtingsafdelingen. De professionaliteit was ingesloten, de buitenwereld uitgesloten.

Eind van de hiërarchie
De revolutie die nu al meer dan een decennium gaande is bestaat er uit dat deze muren systematisch gesloopt worden. Buiten de oude bastions kunnen via de nieuwe online platforms mensen elkaar vinden om kennis te delen, initiatieven te nemen, nieuwe diensten uit te vinden en te distribueren. Het enige dat je nodig hebt is een laptop en een internetaansluiting. De mogelijkheden voor mensen om samen te werken, met elkaar waarde te creëren, denkbeelden te delen en dienstverlening te organiseren worden dus niet langer gemonopoliseerd door bolwerken van professionals, maar zijn in principe voor iedereen toegankelijk.
Dat is precies wat we overal zien gebeuren. Deskundigen moeten overal in de wereld het podium delen met amateurs die de oude professionele alleenrechten steeds nadrukkelijker ondermijnen. Sterker, in de buitenbastionse gezamenlijkheid is meer kennis aanwezig dan op de loonlijst van een bedrijf, universiteit of gemeente. Daarom is Linux een beter, goedkoper en stabieler besturingssysteem als Windows. Daarom wist Wikipedia in no time de gerespecteerde encyclopedie-industrie weg te vagen. Daarom maken slimme bedrijven tegenwoordig steeds vaker gebruik van een soort publieke wetenschappelijke marktplaatsen (platforms) om kennis op te halen voor hun productontwikkeling. Wie #durftevragen op Twitter, verbaast zich er elke keer weer over dat hij razendsnel een adequaat antwoord krijgt.
Deze revolutie zal diepe sporen trekken in de wijze waarop de sociale sector haar dienstverlening vorm gaat geven. En het opmerkelijke is dat daar eigenlijk zo weinig over wordt nagedacht. Ja, er wordt wel een wat geprobeerd met online-hulpverlening (eerste vraag: hoe declareer je dat?), elke zichzelf respecterende instelling twittert tegenwoordig beroepspropagande in 140 tekens, maar echt nadenken over het feit dat de organisatie van professionals in hiërarchisch geordende instituten en hun monopolisering van kennis in beroepsverenigingen en gesloten beroepsprofielen langzaam maar zeker middeleeuwse gestaltes aan het worden zijn, daar hoor je maar weinig professionals en managers over.
Dat zal snel gaan veranderen. Zeker voor alle praat- en mensberoepen omdat deze maar heel beperkt over een eenduidig en exclusieve kennisdomein beschikken, waardoor hun bastions nooit al te sterk zijn geweest. En let op: de kentering zal niet op gang komen, omdat men in deze dienstverlenende instellingen plotseling het licht ziet, maar vooral omdat deze organisaties een steeds groot probleem hebben met hun transactiekosten - de kosten die gemaakt worden om hun diensten aan de man te brengen. Die vormen – zeker in tijden van economische crisis – in toenemende mate hun achillespees.
Deze kosten zijn namelijk door de omvang van de organisatie, de lasten van het vastgoed, de oplopende CAO-uitgaven, de uitdijende overhead, de stijgende kosten van management en bureaucratische verplichtingen zo hoog geworden dat ze de concurrentie met buiteninstitutionele, goedkopere en ook nog vaak snellere vormen van dienstverlening niet aan kunnen. En die nieuwe vormen zijn realiseerbaar door het actief en creatief aanwenden van de mogelijkheden van de nieuwe technologie. Zij manifesteren zich niet als een professionele productie- en declaratiefabriek, maar organiseren zich als een platform, waar kennis publiek beschikbaar wordt gesteld en kan worden aangevuld. En dat platform maakt nieuwe, minder kostenintensieve interacties tussen professionals en burgers/cliënten mogelijk.

Horizontale netwerkorganisatie
Dat klinkt abstract, maar deze platformachtige plekken zijn al volop in ontwikkeling. Google de naam van Bas Bloem (foto boven, en weblog 6 december 2011), hoogleraar neurologie aan de Radboud Universiteit, in 2011 met overweldigende meerderheid gekozen tot zorgheld van het jaar, en zie hoe hij met behulp van internet (kijk op: www.parkinsonnet.nl), niet alleen een andere omgang tussen arts en patiënt realiseert maar ook een interface heeft ontwikkeld om buiten het louter professionele domein relevante kennis op te halen en te verspreiden, waardoor de kwaliteit van de zorg echt verbeterd kan worden, omdat optimaal gebruik wordt gemaakt van de kennis van patiënten. De zorg kan in zijn ogen vele malen goedkoper, maar dan moeten we het wel anders durven te organiseren en ook andere kennis dan professionele kennis toelaten.
Dat is – al jaren - de boodschap van Jos de Blok, succesvol initiatiefnemer van Buurtzorg, en zorgondernemer van 2011. Hij brak radicaal met de oude verticale georganiseerde bastions in de thuiszorg (waar managers volgens De Blok het plezier in het werk hebben gestolen). Daarvoor in de plaats ontwikkelde hij een horizontale netwerkorganisatie, waarbij het centrale apparaat niet de cockpit is met De Blok aan de stuurknuppel, maar niets meer is (en ook niet meer wil zijn) dan een effectief platform waar zelfstandige teams op zijn aangehaakt en waar medewerkers en cliënten (via het buurtzorgweb) kennis en informatie kunnen delen en verspreiden. Daarmee kregen kleine Buurtzorgteams de ruimte om hun relatie met hun klanten in zo groot mogelijke vrijheid te regelen. In plaats van protocollen en producten is bovendien de inbreng van mensen en hun netwerk sturend voor het professionele handelen. In vijf jaar tijd zag De Blok de omzet van Buurtzorg tot boven de honderd miljoen euro oplopen.
Het kan dus wel. De urgentie om daadwerkelijk te veranderen neemt ook met de dag toe. Professionals die hun kennis te gelde maken in vertikaal georganiseerde organisaties, met hiërarchische lijnen, gesloten beroepsprofielen en in omzetcijfers denkende managers - ja die moeten voor het ergste vrezen. Bij elke revolutie horen nu eenmaal slachtoffers en zij komen daar als eersten voor in aanmerking. Daarentegen kan de professional die kennis durft te delen, zich weet te verbinden met platformorganisaties en burgers als partners beschouwt met vertrouwen zijn laptop opstarten. De toekomst komt hem/haar tegemoet.

Deze column verschijnt in het februari-nummer van TSS – Tijdschrift voor sociale vraagstukken.

Burgerkracht bezuinigingsuitgangspunt in R'dam?

Ik wist het niet, maar kreeg onlangs deze vorig jaar in de Rotterdamse gemeenteraad aangenomen motie toegestuurd. Met als venijnige toevoeging, zie hier hoe jullie (Nico de Boer en ik) worden misbruikt!!! Dat zal in sommige gevallen zeker zo zijn, maar wat wat mij stoort in dit soort reacties is dat ze een vrijbrief vormen om elke kritische houding ten opzichte van de eigen praktijk te laten varen, zo die er al ooit geweest is. En misschien is juist dat gebrek aan kritische zelfreflectie wel de oorzaak dat het welzijnswerk zo machteloos staat tegen de frontale aanval die er nu van links tot rechts op geopend is. Gelukkig zijn er ook mensen die er anders naar kijken, en die de hele discussie over burgerkracht als reden zien om de professionaliteit te herontwerpen en de organisatie ervan daar op aan te passen. Die beweging is interessanter en krachtiger dan de beweging die wordt aangevoerd door mensen die als eerste reactie in een defensieve reflex schieten.

Prachtige vertelling over geschiedenis NL Indië

Een piano, een wandkaart en een kist. Foto's en memoires. Een tropenhelm. Een cabaretier en een verloren kolonie. Iets meer dan twee uur. Met een ouderwetse pauze. Dat is 'Daar Werd Wat Groots Verricht' En de rest is geschiedenis. Gezien in Maastricht, absolute aanrader.
Burgerkracht-beschouwing in S&D
Gisteren verscheen een dubbeldiknummer van Socialisme & Democratie, afgekort als S&D, waarin de vierde aflevering van beschouwingen in het kader van het onderzoek van de Wiardi Beckman Sichting (WBS, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, onder de titel: Van waarde. Sociaal-democratie voor de 21ste eeuw. Na edities over ‘bestaanszekerheid’, ‘verheffing’ en ‘arbeid’ staat nu ‘binding’ centraal. Het woord binding op zichzelf zegt niet veel, het kan op van alles slaan als je niet weet waaraan gebonden (moet) worden, of waarom. De artikelen in dit themanummer stellen daarom steeds de vraag: wat is de waarde van binding voor ons in welke context? Een van de conclusies: binding in gemeenschappen is een voorwaarde voor individuen om te kunnen emanciperen. Zonder binding geen vrijheid (en geen sociaal-democratie).

Nico de Boer en ik schreven een bijdrage naar aanleiding van ons eerdere RMO-essay Burgerkracht. De toekomst van het sociaal werk in Nederland, getiteld: 'Linkse angst voor burgerschap'. In het kader hieronder de laatste drie alinea's. Als u op de afbeeldingen onderaan klikt verschijnt de pdf-versie in beeld.


Het zijn tijden vol paradoxen: een loslatende overheid, marktontmoetingen, een publiek domein los van de overheid. In de recente PvdA-resolutie over de publieke sector Samen werkt beter is veel van het bovenstaande gedachtegoed terug te vinden. Dat is mooi. Voor de landelijke politiek hooguit een beetje laat, want het sociaal beleid wordt intussen naar de gemeenten overgevlogen. Maar goed: ook de wijze waarop decentralisaties en bezuinigingen worden ingevuld zullen wel nuanceverschillen kennen en de overheveling van AWBZ-voorzieningen naar de gemeenten is vast nog niet op zijn eind.
De trend is voorlopig nog wel lokalisering. De arena’s waar zorg, welzijn, werk & inkomen en wonen nieuwe vormen en nieuwe oriëntaties nodig hebben zijn lokaal, gemeentelijk en komen tot stand in buurten en wijken waarin nieuwe interventies en nieuwe eigendoms¬structuren moeten worden opgezet. Daarbij wordt een beroep gedaan op de politiek – ook op sociaal-democraten – om te doen waar ze van oudsher niet goed in is: deels buiten het politieke domein treden en daar stevig onderhandelen, deels loslaten en ruimte maken voor burgers, voor professionals in de frontlinies van de samenleving, voor sociale ondernemers. Dat is geen eenvoudige boodschap. Cruciaal is dat de sociaal-democratie zichzelf niet spaart. Immers, de rijke institutionele orde in Nederland wijkt niet vanzelf. Onze ervaring is eerder die van een rubberen muur die met veel meebewegen elke vorm van vernieuwing omarmt maar uiteindelijk toch weer in de oude positie terugschiet. Daarvoor vormen bestuurders, koepels, belangenorganisaties, regels en systemen met elkaar de leemlaag van onze verzorgingsstaat. En in die leemlaag fungeren veel linkse mensen, en veel PvdA-aanhangers. Het is hun werk, het is hun taal, het is hun denkwijze die op de schop moet.
Marleen Barth, PvdA-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, heeft 19 bestuurs¬functies, zo lazen we onlangs in de krant, waaronder die van voorvrouw van GGZ-Nederland, een belangenorganisatie voor de institutionele GGZ. Ex-PvdA-gedeputeerde Marc Calon is voorzitter van Aedes, een niet onbelangrijke belangenorganisatie op het terrein van de volkshuisvesting. En zo zitten er vele duizenden sociaal-democraten aan de knoppen van de verzorgingsstaat. Dragen zij bij tot de burgerkrachtrevolutie? Of nemen ze een resolutie aan om vervolgens over te gaan tot de orde van dag? We hopen het eerste, we vrezen het laatste. Het goede nieuws is dat dat voor de zoektocht naar nieuwe lokale verhoudingen en de ontwikkeling van burgerkracht niet meer bepalend is: die gaat gewoon door.
Column in januari-nummer INZET

INZET is een gratis magazine over vrijwilligerswerk rond jeugd en opvoeding. INZET biedt inspiratie voor iedereen die zich binnen gemeenten, de jeugdsector, CJG’s, het welzijnswerk, onderwijs of sportverenigingen bezighoudt met onderwerpen als jeugd, sociale cohesie, opvoeding, buurt- en/of vrijwilligerswerk. INZET is een uitgave van het ZonMw-programma Vrijwillige inzet voor en door jeugd en gezin. In het zojuist verschenen januari-nummer staat een column van mijn hand te lezen: 'Comeback van burgers'. Als u op de afbeeldingen hierboven klikt, verschijnt de tekst in uw beeldscherm. Als u geinteresseerd bent in het tijdschrift kunt u hier klikken.

Opening juridisch steunpunt daklozen


Na een jaar voorbereiding onder meer door het BADT (Belangenorganisatie Amsterdamse Dak- en Thuislozen, waar ik bestuurslid van ben)komt het er dan eindelijk van: een juridisch steunpunt voor dak- en thuislozen. Op alle mogelijke manieren worden deze mensen in de juridische mangel genomen, zonder dat ze in staat zijn om zich te verweren. Dat is na de opening van dit steunpunt voorbij. Eindelijk.

Registratie van presentatie 'Power to the people'

Op 24 november verzorgde ik een presentatie tijdens het symposium Kern in de keten onder de titel 'Power to the people'. Tijdens dit symposium presenteerde de Noordhollandse woningcorporatie Woonwaard de contouren van een nieuwe beleidsvisie, warin de rol van burgers een prominente plaats krijgt. Vandaag was Woonwaard zo aardig om de hele presentatie van zo'n 20 minuten op YouTube te zetten.
1135;3;1;2012;Veel Twitter-respons op 'Power to the people';


2012

De allerbeste wensen voor een jaar dat ons allen weer eens vrolijk stemt.


Foto Willem Melching
Kijkcijferjaarverslag 2011

Het is weer gelukt. Het eerste jaarverslag van Nederland treft u, zoals ieder jaar, hieronder aan. Het zijn de kijkcijfers 2011 van deze website, die traditiegetrouw elk jaar op 1 januari in dit weblog worden gepubliceerd.

JAARVERSLAG 2011- www.josvdlans.nl

In 2011 was het tot in de laatste dagen van december weer spannend of het bezoekenaantal de stand van 2010 zou overtreffen. Op 31 december 2010 stopte de teller op 52915 bezoeken. Dat was toen ruim 1000 bezoeken meer dan het aantal in 2009 (51827). Pas in de laatste dagen van het jaar werd dit jaar het aantal van 2010 overtroffen. De teller hield op bij 53165, precies 250 bezoeken meer dan in 2010 – een stijging van iets minder dan een half procent.
Dat aantal bevestigt het beeld dat al sinds 2008 uit de jaarkijkcijfers spreekt: de bezoekenaantallen blijven stabiel. De aantallen groeien wel, maar steeds een heel klein beetje. Sinds 2008 is de totale groei minder dan 2%. Meer zit er kennelijk niet in. Dat hoeft ook niet, want 53000 bezoeken, met een gemiddelde van zo’n 4400 bezoeken per maand, is helemaal niet slecht voor een particuliere website. Er zijn gerenommeerde instellingen die het met minder moeten doen. Kortom, ik was de afgelopen jaren vereerd door zoveel bezoeken en dat ben ik dus nog steeds.

Er is overigens een ontwikkeling waarvan ik eigenlijk verwachtte dat deze een positieve invloed zou hebben op het aantal; bezoeken. En dat is dat 2011 voor het eerst een jaar was waarin ik het hele jaar ook min of meer actief was op Twitter. Niet extreem actief, maar wel steeds als er iets gebeurde, als er een publicatie van mijn hand verscheen, als ik ergens een lezing had verzorgd en de presentatie op mijn weblog zette, in dat soort gevallen twitterde ik. En in heel veel tweets verwees ik dan door naar mijn site.
Dat is ook af te lezen aan de bezoekenaantallen. De top tien van de dagen die het meeste bezoeken trokken, zijn allemaal dagen waarin ik ook actief twitterde. Bijvoorbeeld in de periode dat Pieter Hilhorst en ik druk in de weer waren met het oprichten van een broodfonds, halverwege juli. Op 13 juli telde de site 585 bezoeken en een paar dagen later (18 juli) opnieuw 443. Dat is veel want het normale daggemiddelde schommelt zo tussen 130 en 170 bezoeken. Je ziet hier ook meteen de kracht van Twitter, want in een week in juli haalden we toen een kleine vijftig echt geďnteresseerde zzp’ers bijeen om Broodfonds Wikistad op te richten, wat inmiddels ook gelukt is. Vanaf vandaag functioneert dit Broodfonds met een kleine vijftig deelnemers als een modern soort onderlinge zzp’ers-zorgkring voor arbeidsongeschiktheid.

Een paar weken eerder draaide de teller ook op volle toeren toen eind juni het rapport van de visitatiecommissie wijkenaanpak werd gepresenteerd, waarvan ik (samen met Wim Deetman en René Scherpenisse) een van de voorzitters was. Via Twitter en mijn website was het rapport een paar dagen gemakkelijker te krijgen dan via de officiële websites. Dat leverde vier dagen achtereen bezoekenaantallen op die per dag ver boven de 300 uitkwamen. Bij elkaar zorgden deze tweet-inspanningen er voor dat het bezoekenaantal van juli (doorgaans een rustige maand) piekte, dik boven de 6000 uitkwam, terwijl het maandgemiddelde doorgaans schommelt tussen de 4250 en 4750.
Twitter is derhalve een elke dag aan kracht winnend sociaal medium om mensen te mobiliseren en te informeren. Het bereik groeit ook met de dag, want het aantal mensen dat mij (@josvanderlans) volgt is sinds 1 januari 2010 gestegen van een kleine 250 naar ruim 1250, waardoor er dus ongekende nieuwe mogelijkheden opdoemen om informatie snel te verspreiden. In zeker opzicht is er zelfs verschuiving zichtbaar in internetgedrag van mensen. Er gaat meer tijd naar het gebruik van sociale media als Facebook, Twitter en LinkedIn en dus minder naar het los daarvan lezen en volgen van weblogs. Dat valt – zo denk ik - aan mijn bezoekenaantallen af te lezen. Ik had verwacht dat de diverse media elkaar zouden versterken, dus dat meer activiteiten op Twitter tot een stijging van het aantal bezoeken aan mijn website zou leiden, maar dat is dus maar heel beperkt het geval. Sterker, de kijkcijfers laten zien dat als ik niet actief op Twitter was geweest de bezoekenaantallen van mijn website dit jaar vermoedelijk behoorlijk waren teruggelopen. Een weblog staat dus niet langer op zich, maar moet verbonden worden met acties op Twitter en Facebook (waar ik, net als met LinkedIn, verder niks mee doe).
Of het nu allemaal zoveel diepgang heeft, moet natuurlijk wel gerelativeerd worden. 83% van de 4455 bezoeken in de maand december duurde niet langer dan 30 seconden. 12% van de bezoeken duurde langer dan 2 minuten, 1,7% langer dan een uur. Dat is dus niet veel, hoewel….. op jaarbasis betekent dat er toch een kleine duizend bezoeken zijn waarbij iemand zich langer dan een uur op mijn website vermaakt. En tel daarbij de kleine 2000 mensen op die tussen de 30 minuten en een uur blijven steken op mijn website, dan begint het er toch weer aardig op te lijken.
Kortom: ik doe het ergens voor. En daar ga ik in 2012 vrolijk mee verder. Want zo’n website bijhouden doe je niet alleen voor de bezoeken (dat is mooi meegenomen), maar eigenlijk ook voor jezelf. Het is zoiets als je eigen krant maken. En nog lezers krijgen ook.
Kies een periode: mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004