JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Via twitter (@josvanderlans, sinds oktober 2010) en onderstaand weblog (sinds augustus 2004) kunt u op hoogte blijven van artikelen en columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardig-heden.

Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb.



.

Reacties worden enorm op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - juni 2007
Klein Suriname revisited

Vandaag opent de Volkskrant met het bericht dat stadsdeelraadsleden van met name de PvdA tegen alle afspralken in tussen 2004 en 2006 geen enkele poging hebben gedaan om belangenverstrengeling te voorkomen en niet geaarzeld hebben om zich in te spannen voor subsidies aan organisaties waar ze zelf persoonlijk gewin bij hadden. Ook een ex-Leefbaar-raadslid en een ex-SP-raadslid treft in deze blaam.
Opmerkelijk aan de berichtgeving, en ook die in Het Parool van gisteren, is dat het als een incident wordt gepresenteerd. Het probleem is echter dat het geen incident is, maar een hardnekkige cultuur die in Zuid-Oost al tot vele drama’s, ruzies en faillisssementen heeft geleid. En precies omdat deze kwesties in Zuid-Oost nu al meer dan vijftien jaar aan de orde zijn, is het gedrag van vooral de PvdA-raadsleden (al die tijd de natuurlijke machthebbers in Zuid-Oost) zo laakbaar. Het is echt onvoorstelbaar dat de huidige raadsvoorzitter zich verweerd door op zijn ‘goede intenties’ te wijzen. Alsof dit soort kwesties in Zuid-Oost geen verleden hebben.
Dat wreekt des te meer nu het zich laat aanzien dat iedereen zich in zuidoosterlijke sociaaldemocratische kringen opmaakt om de kwestie met de mantel der liefde af te doen. Want kennelijk heeft deze partij helemaal niets van de recente geschiedenis opgestoken. Alles is al honderd keer gezegd, en ze doen het gewoon nog een keer. Niet op dezelfde destructieve schaal als tien jaar geleden, maar kennelijk met dezelfde vorm van onverschilligheid ten opzichte van de basisregels van integer openbaar bestuur. Dat had ik dus graag in de Volkskrant en Het Parool gelezen, maar kennelijk kost het deze redacties te veel moeite om bij een beetje alarmerend rapport de eigen archieven eens te raadplegen.

Want laten we niet vergeten dat in feite ook de Alcides-affaire, het grootste faillissement dat het welzijnswerk ooit in Nederland gekend heeft, terug gaat op een volkomen ondoorzichtige financiële structuur die in de Bijlmer zijn geboortegrond had. In mijn weblog van 6 juli 2005 berichtte ik daar het volgende over en omdat anderen hun archieven niet lichten doe ik het dan zelf maar:
10.00 uur. . Vandaag kreeg ik een telefoontje van iemand die mij terugnam naar het begin van de jaren negentig naar Amsterdam Zuid-Oost. Door een toevallige samenloop van omstandigheden had de persoon in kwestie zich verdiept in de Stichting Buurtwerk Zuid-Oost, afgekort als BZO en dus de voorganger van Alcides. Dat bleek een vreemde club, het bestuur stond onder leiding van Evan Rosenblad, die zich in die jaren als Surinaamse allochtoon kandideerde voor de Tweede Kamer op de lijst van de PvdA, maar toen hij eenmaal verkozen was bleek hij zijn curriculum goeddeels uit zijn duim gezogen te hebben en moest hij alweer na drie weken het veld ruimen.
Aan de stichting hing, aldus mijn zegsman, een geur van gerommel. De statuten waren niet opvraagbaar, er waren geen heldere oprichtingsstatuten, namen waren onduidelijk, er lagen geen integrale financiële jaarverslagen, er werd alleen per subsidie en project afgerekend. Er heerste, kortom, schimmigheid. Die sfeer maakte onheldere verknopingen mogelijk met wat ik hier maar even aanduid als de informele Surinaamse economie met contacten tot diep in Paramaribo.
Feit is bovendien dat Albert van Wingerden al die jaren directeur van BZO was, hij stond in 1987 aan de wieg van de fusie die deze stichting mogelijk maakte. In die zin zou je kunnen zeggen dat de financiële ondoorzichtigheid die Alcides uiteindelijk de kop kostte al veel eerder geboren is. Er is sprake van een lange traditie die zich in de nieuwe organisatie heeft doorgezet en die zich het best laat omschrijven als beleidsmatige ondoorzichtigheid. Ik heb het zelf wel eens grappend samengevat als “Klein Suriname’. Financiële informaliteit behoorde tot het wezen van de moederorganisatie van Alcides.
En in het weblog van 10 juli:
Suriname Nieuws Waterkant berichtte in 2004 het volgende over de Suriname-Alcides-connection:

De Amsterdamse welzijnsstichting Alcides heeft zeker een half miljoen euro in Suriname en Amsterdam-Zuidoost gespendeerd, geld dat niet te verantwoorden is. Er zijn door Alcides, dat grotendeels bestaat van overheidsgeld, onduidelijke betalingen verricht aan personen die niet zijn gemeld aan de eigen accountant. Ook blijkt het bestuur een aparte stichting, Alcides Suriname, te hebben opgericht zonder de eigen raad van toezicht hierover te informeren.
Dat heeft interim-bestuurder Paul Sturkenboom begin december geschreven aan de raad van toezicht. Bij het doornemen van het dossier Suriname stuitte hij onder meer op 'hotel-, reis-, verblijfs- en telefoonkosten in Suriname van personen die niet in dienst zijn (geweest) van Alcides' en 'facturen van (reis)organisaties aan Alcides van fl. 107.000 respectievelijk fl.67.000, gedateerd eerste kwartaal 2001'.
Wat met de rest van het half miljoen is gebeurd, is onduidelijk. Sturkenboom vond de aanwijzingen voor fraude in elk geval sterk genoeg om een forensisch accountant (financiële bedrijfsrecherche) in te schakelen. Van dit voornemen zag hij later af, mogelijk onder druk van de raad van toezicht. Die is het niet eens met de strekking van de brief. Na eigen onderzoek blijken de beweringen van Sturkenboom 'niet te staven', zegt voorzitter Anne Lize van der Stoel.
Alcides, dat tientallen kinderopvangcentra heeft in Amsterdam en in een groot deel van de stad buurthuizen beheert en activiteiten organiseert, raakte vorig jaar in ernstige financiële crisis. De administratie bleek een chaos te zijn; inmiddels zijn al ruim honderd medewerkers ontslagen. Bestuursvoorzitter Albert van Wingerden moest het veld ruimen en Sturkenboom werd ingehuurd om de stichting weer financieel gezond te maken. Hij raakte echter in conflict met de raad van toezicht, die Van Wingerden altijd heeft gesteund.
De raad erkent wel dat er het nodige is misgegaan in Suriname. In Zuidoost begonnen de contacten met Suriname door het verschepen van spullen van sloopflats, zoals wc-potten en deuren. Later werden ook tweedehands spullen van ziekenhuizen en scholen naar Suriname vervoerd. De voormalige projectleider dreef met geld en medewerkers van Alcides een eigen handel tussen Zuidoost en Suriname. Hij klaarde de spullen deels in met een eigen stichting en gebruikte personeel en opslagruimten van Alcides. Volgens bronnen binnen de stichting werden goederen soms verkocht in plaats van weggegeven, zoals de opzet was.
Alcides had enkele jaren lang ongeveer vijf gesubsidieerde medewerkers (ID'ers) in Suriname. Alcides raakt daar ook verknoopt met vakbond C47 en de hieraan verbonden Surinaamse Partij van de Arbeid (SPA). Een aan Alcides verbonden stichting in Suriname opereerde vanuit een kantoor van de politieke partij. SPA maakte zo goede sier met de vrijgevigheid van Alcides.
Ook zond Alcides vanuit Amsterdam goederen naar Willemstad, de hoofdstad van de Nederlandse Antillen, waar de spullen werden ingeklaard door de Frente Obrero Liberashon, de politieke partij van Anthony Godett, wiens zus nu als premier optreedt. Van der Stoel benadrukt dat de toenmalige Alcides-top ingreep toen dat werd ontdekt.
Toen de nieuwe Alcides- directeur in Zuidoost, Ellin Robles, in 2002 aantrad, zette zij al snel de projectleider op non-actief. Later wilde zij bij justitie aangifte doen van fraude. Dit werd haar verboden door Van Wingerden, één van de initiators van de activiteiten in Suriname. Hij weigert commentaar. Ook Sturkenboom wil niets toelichten; het is hem verboden door de raad van toezicht. De vakbond AbvaKabo onderzoekt of gerechtelijke stappen tegen Van Wingerden of de raad van toezicht mogelijk zijn.


Van probleemtaal naar prachttaal

Minister Ella Vogelaar nam zich tijdens haar honderddaagse rondreis langs onze vaderlandse achterstandswijken voor om niet langer over probleemwijken te spreken. Dat zou te denigrerend, te negatief zijn. Er gebeurt immers ook veel goeds. Het toeval wil dat deze week bij Aedes een bundeltje verschijnt in de reeks COMPACT, waarin naar aanleiding van het VROM-raadadvies Stad en stijging de tien aanbevelingen van de VROM-raad voor wijkvernieuwing in korte essays worden uitgewerkt. Mij werd de vraag voorgelegd om de tweede aanbeveling: 'Let op de taal en pas op voor stigmatiserend taalgebruik' uit te werken. Koren op de molen van minister Vogelaar dus. Uiteindelijk gaat het niet om de taal op zichzelf, maar om de vraag of de taal aanzet tot handelen. Mijn beschouwing begint als volgt:


Elke volkshuisvester kent de gevleugelde uitdrukking van Jan Schaefer: In geouwehoer kan je niet wonen. Er wil nog wel eens debat ontstaan over de vraag of de stoere wethouder nu ‘geouwehoer’ of ‘gelul’ zei, maar over de betekenis van zijn verzuchting bestaat geen misverstand: geen woorden, maar daden. In zijn hart was de Amsterdamse rouwdouw Schaefer misschien wel een beetje een Rotterdammer.
Toch is het de vraag of hij gelijk heeft. Natuurlijk voorzover hij daarmee zijn ergernis uitte over het schier eindeloze en oneindige vergadercircuit dat in dit land in het geweer komt als er ergens een steen verplaatst moet worden, heeft hij het grootste gelijk van de wereld. Nog steeds, want het is zeer de vraag of Schaefer als hij nu op het politieke toneel had mogen opereren niet compleet gestoord zou worden, want sinds zijn roemruchte uitspraak begin jaren tachtig is het geouwehoer bepaald niet minder geworden. Integendeel. Vandaar dat zijn verzuchting zo graag in herinnering wordt geroepen.
Maar hij heeft ongelijk, voor zover hij suggereert dat er een fundamenteel onderscheid zou zijn tussen praten en handelen, tussen denken en doen, tussen plannen en actie, tussen hoofd en handen. Was het maar waar, want als de actie zo evident superieur zou zijn ten opzichte van het plan, als de handen evident de baas waren over het hoofd, dan was de bureaucratie ons niet boven het hoofd gegroeid. Dan waren we gewoon aan de slag gegaan.
Het probleem is daarom niet dat er te veel gesproken wordt, en nog meer wordt opgeschreven. Het probleem is in welke mate de taal die wij in al deze gesprekken en geschriften bezigen correspondeert met de werkelijkheid waarin we tot handelen en actie moeten overgaan. Dat is vermoedelijk ook wat de VROM-raad bedoelt als zij zegt dat het taalgebruik problemen in stedelijke vernieuwingswijken ‘mystificeert en oversimplificeert’.
En eindigt zo:
Kan dat anders?
Jazeker. Maar dan moeten de institutionele professionals buiten hun organisatorische thuislogica treden en andere vormen van kennisproductie toelaten. Dan moeten ze statische kennis van hun eigen systeemwereld combineren met de dynamische kennis van de leefwereld, dan moeten ze de abstractheid van de statistiek combineren met de concreetheid van de straten, dan moeten ze zorgen dat ze weet hebben van de mensen.
Dat is wat de WRR bedoelde in het Winsemius-rapport Vertrouwen in de buurt met het pleidooi voor streetwise professionals. Dat is wat Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting probeert in kaart te brengen met het experiment Achter de Voordeur, waarin corporaties uit hun kantoren trekken om met de mensen achter de deur in gesprek te raken over hun perspectieven, over de leefbaarheid, over de renovatie, over..ja over wat niet eigenlijk. Dat verklaart ook precies waarom de opdrachtgever van het Bling-onderzoek onmiddellijk door de concrete kennis over concrete mensen begon te bladeren: daar stond kennis van vlees en bloed.
Dat is een beweging die in de hele publieke sector op gang aan het komen is. Daarbij wordt het front verplaatst van het kantoor, van de spreekkamer, van het loket naar de leefwereld van mensen, die tegelijkertijd als kennisbron en als operatietafel gaat dienen. Dat levert – als het goed is – andere oriëntaties, andere interventies, andere professionals, andere kennis, andere instituties op. En uiteindelijk tot een taal waarin bewoners niet meer louter als pseudo-concrete abstracties verschijnen, maar óók als levende wezens. Een taal die niet alleen spreekt over problemen, maar over mogelijkheden en kansen.
Een prachttaal. Waarin je kunt wonen, waarmee je kunt handelen.
Wie het hele boekje (CAMPACT 32, Kansen voor bewoners. Een nieuwe koers voor wijkvernieuwing) wil bestellen kan een mailtje sturen naar publicaties@aedes.nl. Of surfen naar: www.aedes.nl.
De tekst van mijn bijdrage kunt u lezen door hier te klikken.

Cheryl Braam uit Statenfractie GroenLinks

PERSBERICHT Cheryl Braam heeft besloten geen gehoor te geven aan het verzoek van de Statenfractie GroenLinks Noord-Holland om haar zetel ter beschikking te stellen. Zij gaat als zelfstandige fractie verder. De fractie betreurt deze stap ten zeerste, omdat zij vindt dat deze zetel aan GroenLinks toebehoort.

Op 29 mei stemde Cheryl Braam verkeerd bij de Eerste Kamerverkiezingen. Door deze gebeurtenis, maar met name ook door de nasleep, ontstond een ernstige vertrouwensbreuk. Dit gebrek aan vertrouwen werd versterkt doordat Braam, in de ogen van de fractie, de ernst van de situatie en ook de impact op de andere vier fractieleden onvoldoende leek in te zien.

Fractievoorzitter Harmen Binnema verzocht daarom Marius Ernsting, oud- Kamerlid en oud-Statenlid, als mediator op te treden. Zijn opdracht was na te gaan of het mogelijk was het vertrouwen te herstellen. In de afgelopen tien dagen heeft Ernsting gesprekken gevoerd met alle betrokkenen over de ontstane situatie. Zijn conclusie is dat herstel van het vertrouwen niet mogelijk is.

De GroenLinks Statenfractie Noord-Holland acht de fractie van GroenLinks als geheel zodanig beschadigd dat met elkaar verdergaan niet mogelijk is. Zij heeft daarom maandag 18 juni Cheryl Braam gevraagd haar zetel op te geven. Aan dit verzoek heeft Braam geen gehoor gegeven, zij gaat verder als zelfstandige fractie.

Morgen in de Volkskrant



Mooi stuk in Het Parool




Paul van Weert kon twee dingen heel hard. Snurken, maar vooral lachen. Zijn vrienden, en dat zijn er veel, zullen zich boven alles zijn bulderlach voor altijd herinneren, een zware, donkere schater, vanuit zijn tenen, en dan schudden niet alleen de wanden, maar ook zijn hele lichaam. Je ging vanzelf meelachen.
Deze week overleed Van Weert, uit het niets. Hij gleed waarschijnlijk uit op een trapje naar de zolder van zijn woning in de Jordaan, viel met zijn hoofd tegen een kastje en brak zijn nek. De politie sprak van ‘het suffigste ongeluk dat je kunt bedenken’.
Zijn vrienden nemen komende woensdag afscheid van Van Weert, op een wijze die bij de Bourgondiër past: in café Skeve Skaes. Daar ziet Van Weert de humor vast van in. Anneke Ekelschot, een goede vriendin: “Hij kon helemaal niet schaatsen. Hij gleed al uit als hij ijs zag op televisie.” Paul van Weert (Den Haag, 1954) was een levensgenieter. Hartelijk, warm, en een drankje en een lekker hapje liet hij niet snel staan. Paul met zijn sjekkie, Paul met zijn pilsje, Paul met zijn lach.
Hij was een geboren vrijgezel en woonde alleen. Jeugdvriend Frans Romkes: “Dat was Paul. Hij was zijn eigen uitvalsbasis.” Zijn vriendenkring was omvangrijk, veel oude vrienden en vriendinnen ook, van twintig, dertig jaar geleden.
Sinds 1980 was Van Weert docent economie op het ROC van Amsterdam, bij de horecaopleiding, waar zelfs de leerlingen hem lief en aardig noemden. De liefde was wederzijds. Romkes: “Als je met Paul in een café of restaurant zat, en er ging weer iets mis in de bediening of de gastvrijheid, dan kon hij verontwaardigd roepen dat zijn leerlingen dat veel beter zouden doen. Maar hij kon er ook weer bulderend om lachen.”
In 1973 kwam Van Weert naar Amsterdam, want in Amsterdam gebeurde het. Romkes: “Lekker vrijgevochten, rebels, de kont tegen de krib, mee met alles wat links was en een kapsel waar een Afro jaloers op was.” Op de lerarenopleiding leidde hij een staking.
Het diepe gevoel van socialistische rechtvaardigheid zat er al in. En dat terwijl zijn vader in de olie-industrie werkte. Zijn zus Liesbeth van Weert: “Elke avond ging het aan tafel over de toestand van de wereld en dan wilde Paul het debat winnen van mijn vader. Als dat niet lukte, kon hij erg emotioneel worden.”
Ook de status die het gezin in de Haagse wijk had, omdat de broer van vader Van Weert daar pastoor was, stond de jonge Paul tegen. Als ze weer eens in een rijtje moesten staan tijdens een kerkreceptie noemde hij zich van de weeromstuit Paul Pietersen.
Liesbeth van Weert: “Maar toen vierhonderd gulden studiebijdrage van mijn ouders kreeg, en hij vijfhonderd, gaf hij mij vijftig gulden en verkondigde dat luidkeels aan mijn vader. Dat was zijn gevoel voor rechtvaardigheid.”
Hij was een echte grote broer, al nam hij dat iets te serieus, toen zijn vader in hun tienerjaren vaak bij olieprojecten in het buitenland verbleef, en Paul ‘de man van het gezin’ werd.
Zus Liesbeth: “Hij heeft wel eens mijn make-up uit het raam gegooid. Hij kon heel streng voor me zijn, ook jaren later nog. Hij vond het een schande dat ik in Leiden ging studeren, die ballenstad, en hij heeft me ook hartelijk uitgelachen toen ik onlangs naar Almere verhuisde.”
Want er was maar één stad voor Van Weert, en dat was Amsterdam (al had hij een indrukwekkende imitatie van Haagse Harrie in huis). Hij hield van de stad. De kroegen, de Noordermarkt, de Jordaan.
Zes jaar geleden verruilde hij zelfs een prachtige benedenwoning in de Watergraafsmeer voor een bovenetage in de Jordaan. Jeugdvriend Sjaak van Wieringen: “Hij wilde per se in de Jordaan wonen. Hij is ook een echte Jordanees geworden. Het trieste is wel dat juist zo’n smalle, stijle Jordanese trap hem fataal is geworden.”
Zus Liesbeth heeft één troost: “Hij is blij gestorven. We hadden net een fijn telefoongesprek gehad. Hij heeft vast nog even de poes geaaid en wilde toen nog lekker iets doen op zijn computer op zolder.”

Paul van Weert

Godverdomme. Mijn schoolkameraad Paul van Weert is dood. Hij is zondag van een binnentrap in zijn woning gevallen en met zijn hoofd tegen een kastje gevallen, dat hij al veel eerder had moeten weggooien. Dinsdagochtend heeft de politie hem gevonden.
Paul vormde het middelpunt van een hecht vriendenclubje dat elkaar op het St. Janscollege in Den Haag had gevonden. Paul had een Zundapp wat in dit Puch-tijdperk een niet geheel politiek correcte keuze was, hij had een indrukwekkende tweesporen bandrecorder en aardige ouders die alles goed vonden. Dus verzamelden wij (halverwege onze tienerjaren) ons elk weekend wel bij Paul, waar we sherry dronken en shit rookten. En naar popmuziek luisterden, tot in de kleine uurtjes. Waarna we stoned en dronken moesten proberen onze ouderlijke huizen binnen te komen.
Paul deed Havo, ik VWO, dus we hebben eigenlijk nooit in elkaars klas gezeten. Maar dat deed er niet toe. Bij Paul kon je altijd aanwippen, was het altijd gezellig. Hij was ook altijd goedgemutst en je babbelde met Paul in de buurt gemakkelijk een paar uur aan elkaar.
Na de middelbare school ben ik Paul en het clubje eigenlijk uit het oog verloren. Dat kwam omdat ik in Nijmegen ging studeren en zij in de Randstad bleven. Ik heb hele onscherpe herinneringen dat we Paul nog verhuisd hebben naar een woning in de Bijlmer, maar daarna beginnen de herinneringen te vervagen.
Tot een paar jaar terug: het zal 2002 geweest zijn. Toen ontving ik totaal onverwacht een mailtje van hem. Een van ons clubje, Carl Govers, was overleden en het was toch vreemd dat zijn begrafenis zonder mij (ik wist van niks) had plaats gevonden. Zullen we eens wat afspreken, vroeg hij.
We troffen elkaar in een bruin café aan het begin van de Zeedijk, en het was alsof we weer aan het babbelen waren zoals we dat altijd in onze Haagse tijd deden. Alleen de sherry en shit ontbraken, maar verder was het als vanouds. Sindsdien zagen wij, de jongens van het St. Jan, elkaar weer regelmatig. We zeilden jaarlijks een weekend, een deel van de groep ging elk jaar een paar dagen skiën en we gingen uit eten. Dat was altijd leuk.
Dat moeten we nu ineens zonder Paul doen. Zonder onze shagjesrokende oude gabber, zonder zijn vrolijke lachje, zonder zijn verhalen over zijn reizen, zonder zijn herinneringen aan die oude Haagse tijd, met die verschrikkelijke Zundapp van hem.
Alleen omdat hij na een val ongelukkig terecht is gekomen.
Godverdomme.


Het rare is dat Paul nauwelijks sporen achter laat op het net. Google hem en je zult niks vinden. Dat is een onterechte leegte. Hij verdient een digitale plek om even bij hem stil te staan. Bij deze.

DAKLOZENDAG en daklozencamping

Daklozen-bijeenkomsten zijn eigenlijk altijd leuk. Tenminste als je over een beetje geduld beschikt en bereid bent om de chaos ruim baan te geven. Want denk niet dat een gesprek een gestructureerd verloop kan krijgen, laat staan dat een vergadering een kop en een eind krijgt. Dat merkte ik op de Daklozendag in Amsterdam, dit jaar georganiseerd in een prachtige tuin achter de diaconie aan de Nieuwe Herengracht. Het weer was goed, de organisatie (het BADT en de Diaconie) geweldig, de opkomst goed en het programma leuk. Er werden prijzen uitgereikt aan het leukste project (een man die zijn huis heeft opengesteld voor daklozen) en er werd een schilderij van Youssef per opbod verkocht. Ik had het bijna voor € 200,- , maar iemand anders bood € 250,- en dat vond ik toch wat te prijzig worden.

Er waren ook discussies en een daarvan ging over de vraag of er in Amsterdam niet een daklozencamping moest komen. In een prachtige regentenkamer van de diaconie zaten daar tien vertegenwoordigers van echte instanties om tafel met vijf dak- en thuislozen. Het was hun dag dus zij voerden het hoogste woord. Het ging om de eenvoudige vraag: hebben jullie behoefte aan een daklozencamping en hoe zou die er uit moeten zien.
Dat leverde een kakofonie aan geroep en gedoe op. Want eerst wilden de heren weten die dan wel daklozen waren, want zo’n camping zou een ‘aanzuigende werking’ hebben op Oost-Europeanen die nu al alles jatten wat er los en vast zit. Dus er moest wel een hek omheen en dan zo ongeveer voor twintig mensen, want meer viel niet te controleren. Dat was het moment dat drie van de vijf daklozen opstapten om even te gaan roken buiten. De andere twee bogen zich vervolgens over de vraag of er voorzieningen moesten komen. Eigenlijk niet, ja behalve stroom voor het opladen van de telefoon, want je moet wel bereikbaar zijn, zei de een. De ander vond een telefooncel op de hoek, ook wel goed. Een WC, nu ja vooruit. Koken doen we wel op een kampvuurtje, maar dat zal wel niet mogen van de milieupolitie, die zo bleek al snel een van de grootste vijanden vormt van de daklozen in de stad. Want als ze ergens hun bivak op trekken, staat er al snel iemand van de milieupolitie voor hun neus die een heel boek van geboden te voorschijn tovert waar de dames en heren tegen zondigen. Dat zal dan ook nog wel een hele klus worden om deze regelfreaks te laten instemmen met een minimaal voorziene daklozencamping. Ach, zei Ruud, een van de twee daklozen, anders mag gedogen ook wel. Ben heel benieuwd of die camping er ooit komt, en zo ja hoe lang die gedoogd wordt.

Fotobijschriften: Op de foto boven keert een woedende bezoeker zich af van het daklozenkoor de Straatklinkers. Op de voorgrond rechts: wethouder Marijke Vos. Onder: Simon Vinkenoog (inmiddels al 76, maar nog uiterst vitaal) spreekt het publiek toe, alvorens hij de bokaal 'SAMEN VOOR ONS EIGEN' uitreikt.

Powerpoint voor studiedag

De bezoekers van de studiedag ‘Inspriratie en vervreemding op het werk’ waar ik vanochtend een openingslezing mocht verzorgen, kunnen alsnog genieten van mijn power-point-presentatie, zij het vanwege de zwaarte van het bestand, als pfd-file. Klik hier. Zij moeten nu het verhaal er zelf bij denken. Voor het eerst sinds tijden meldde de laptop namelijk dat de disk beschadigd was en het bestand niet gelezen kon worden. Daarmee was ik meteen mijn structuur kwijt en natuurlijk had ik (het gaat immers altijd goed) geen print gemaakt. Enfin, al improviserend heb ik me er doorheen geworsteld, hoewel het soms wat chaotisch zal zijn overgekomen.
Zie voor meer info over de studiedag en de organisatie ervan: www.deprofessionelemens.nl

Afscheid als senator

Dat was wel even schrikken in de Ridderzaal vandaag. In een grote afscheidsreceptie ter ere van 36 vertrekkende senatoren, temidden van zo’n vierhonderd notabelen en familieleden, nam, de speechende Jan Peter Balkenende ineens mijn naam in de mond. Hij had de VVD’ster Nicolien van den Broek Laman Trip genoemd, die na zo’n 25 jaar openbaar bestuur afscheid nam, hij noemde Eric Jurgens, de beste (PvdA-)-senator aller tijden en ineens rolde daar mijn naam uit zijn mond, dat het verlies van deze ‘denker’ toch een gevoelige aderlating was voor de Kamer. Natuurlijk, hij moest alle partijen een beetje bedienen, maar toch…. ik had ineens een kleur. Zoals mijn zoontje het later zei: ‘Ik vind het toch wel bijzonder hoor, als je vader door de minister-president wordt genoemd.’ Waaraan hij – uit het juiste politieke hout gesneden – toevoegde: ‘…..ook al is het Jan Peter Balkenende’. Ik ben hem meteen een handje gaan schudden en verliet geruime tijd later tot mijn stomme verbazing zo ongeveer als laatste terugtredende senator de ridderzaal. Ik had alle handjes geschut, het zit er op. Ik ben (hoewel formeel pas met ingang van volgende week dinsdag) senator af.

Eerder de middag had de voorzitter van de Eerste Kamer, Yvonne Timmerman- Bück de volgende mooie woorden over mij gesproken (alle vertekkende leden kregen een paar aardige woorden van haar):
Aan vele debatten is de naam verbonden van onze collega Jos van der Lans. Van het Schipholdossier tot het debat over de ruimtelijke economische ontwikkeling in Nederland, van het energiedebat tot de discussie over de AWBZ, de van oorsprong cultuur- en godsdienstsocioloog bleek een politieke omnivoor die de degens met de regering met vaak zichtbaar genoegen kruiste en menig bewindspersoon het vuur na aan de schenen legde. Jos koos in zijn rol als senator regelmatig voor verrassende invalshoeken, die een verrijking waren voor het debat van deze Kamer. De behandeling van de cultuurbegroting luisterde hij op met het voorlezen van gedichten, hetgeen ertoe heeft geleid dat de staatssecretaris van Cultuur de Kamer prompt een dichtbundel cadeau deed. Buiten de Kamer is hij ook bekend als publicist. Veel van zijn publicaties hebben betrekking op de relatie tussen burger en politiek, zo ook het recent verschenen, mijns inziens lezenswaardige boek "Koning Burger" over, onder andere, de kloof tussen politiek en burger die er niet is en volksvertegenwoordigers die gewoon weer moeten doen waarvoor ze gekozen zijn. Dit laatste kenmerkt ook Jos' opstelling in de Eerste Kamer: we hebben allen kunnen zien dat Jos van der Lans de nieuwe senatoren heeft bedacht met een geestige handleiding "Hoe overleef ik de tweede termijn". Jos maakt daarin melding van de moeite die het kan kosten om in de tweede termijn adequaat te opereren. Maar Jos, juist dat is ons bij jou nooit gebleken; jij bent het levende bewijs van het tegendeel. Het zal de collega's die volgende week worden beëdigd nog niet meevallen om jouw welsprekendheid in eerste en tweede termijn te evenaren!


Rechts: Kamerbode Piet van Gils overhandigt Leo Platvoet zijn laatste tickets voor de Raad van Europa.
Links: In gesprek met Jan Hamel (PvdA) en Gert van den Berg (SGP)

Links: JP spreekt lof. Rechts: even zeggen dat ik dat erg leuk vond.

Links: In gesprek met Egbert Schuurman (Christen Unie).
Rechts: Henk ten Hoeve (Onafhankelijke Senaatsfractie).

Links: Ankie Broeders-Knol (VVD) en Jean Eigeman (PvdA).
Rechts: Gerrit Terpstra (CDA).

Nog een keer: GL en de nieuwe senaat

De mol in Noord-Holland is bekend. Statenlid Cheryl Braam is in paniek geraakt en vervolgens in een stroom van verkeerde handelingen terecht gekomen. Het is voor rationeel ingestelde types als ik moeilijk voorstelbaar, maar het kan gebeuren. Het komt vaker voor dat mensen in paniek handelen en dat de omstandigheden dan een loopje met hen nemen. Dus wat mij betreft: zand erover. Een goed gesprek in de fractie en weer lekker aan het werk in Noord-Holland. Als ik stel me weer graag ter beschikking om de fractie desgewenst terzijde te staan.

Bovendien blijkt nu inderdaad dat de vijfde zetel er toch niet in zat. Had Cheryl goed gestemd dan was die tweede zetel naar de Partij van de Dieren gegaan, omdat deze in de Staten van Utrecht een vertegenwoordiger van de lijst Mooi Utrecht bereid had gevonden om op de PvdD te stemmen, waardoor zij in deze doldwaze verkiezingen in de verbinding met GroenLinks net iets mee gewicht in de schaal zouden leggen en de restzetel naar zich toe zou trekken. Ik sluit niet uit dat deze manoeuvre in de coulissen heel koeltjes uitgedokterd is laat GroenLinks in de illusie dat een lijstverbinding vijf zetels oplevert en via een dealtje in Utrecht pikken wij die dan in). En daarom is het dus alleen maar rechtvaardig dat die zetel naar de SP gaat, waar GroenLinks oorspronkelijk een lijstverbinding mee zou aangaan. En als die was gerealiseerd was die twaalfde zetel ook bij de SP terecht gekomen. Dat lijkt mij ook beter besteed dan een tweede zetel voor de PvdD, waar ik helemaal niks mee heb. Eind goed al goed.

Minder vrolijk word ik van de GroenLinks-statenleden in Zuid-Holland die eindelijk naar buiten zijn gekomen met een verklaring voor hun voorkeursactie voor Jan Laurier.Zie: www.groenlinkszuidholland.nl/weblog/. En hier voor de volledige verklaring
Nee, nu blijkt dat ze er heel lang over hebben nagedacht en met iedereen en alleman gesproken hebben. Toch maar een citaatje van deze GroenLinkse volksvertegenwoordigers:
'We zijn zorgvuldig te werk gegaan om tot ons besluit te komen. We hebben er gedurende bijna drie maanden vele malen in de fractie over gesproken en alle mogelijke argumenten overwogen. We hebben erover gesproken met het afdelingsbestuur. We hebben een aantal kaderleden van GroenLinks Zuid-Holland gepolst. We hebben het afdelingsbestuur gevraagd om een (extra) ledenvergadering te beleggen voor de Eerste Kamer verkiezingen. Dat bleek om financiële redenen en gezien de tijdsdruk niet mogelijk. Het spreekt echter vanzelf dat wij ons op de eerstevolgende ledenvergadering zullen verantwoorden naar de Zuid-Hollandse leden. We hebben niet vooraf gesproken met het partijbestuur of de huidige Eerste Kamer fractie. Dit omdat wij niet door hen onder druk wilden worden gezet om toch op de lijsttrekker te stemmen.
Ach, een fatsoenlijke ledenvergadering bleek niet mogelijk vanwege financiële redenen. Wat zielig. En een reele discussie met het partijbestuur of met de andere kandidaten voor de Eerste Kamerfractie, nee liever niet, want we wilden niet onder druk worden gezet. Bij ons thuis noemen ze zulk gedrag gewoon laf. In Zuid-Holland gaat dat kennelijk door voor verstandig handelen. Tja. Zijn wij de partij die tegen achterkamertjes, gekonkel en eigen richting te hoop loopt of zijn we geen haar beter?
Ze draaien ook om de hete brij heen in hun verklaring.De kwestie is niet: mag je als je het niet eens bent met procedures in de partij vervolgens eigen rechter gaan spelen (omdat je toevallig in Zuid Holland woont en een krankzinnig kiesstelsel jouw stem ineens groteske macht geeft), want van mij mag dat (hoewel niet echt fatsoenlijk, maar dat is wat anders). Maar dan moet je wel boven jezelf proberen uit te stijgen en jezelf legitimatie verschaffen. Dat betekent dat je dan ook het volle daglicht van het debat opzoekt, dat je ervoor gat, dat je de discussie niet ontloopt, dat je ten strijde trekt, dat je ergens in een democratische arena je legitiamatie haalt.
En precies op dat punt faalt hun argumentatie. Omdat de boze buitenwereld het toch wel niet met hun eens zou zijn ('ons onder druk zou zetten') hebben ze het alleen besproken met de mensen die het toch al met hun eens zijn. Ja en dan heb je dus altijd gelijk. Onze Zuid-Hollandse vrienden willen de democratie van GroenLinks verbeteren door extreem ondemocratisch te handelen. Daardoor hebben ze dus elke geloofwaardigheid verloren. En dat is het laatste wat ik erover zeg.

Afscheidsboekje Eerste Kamer

Dinsdag 5 juni komt er een einde aan een periode van acht jaar senatorschap. Als je daar zelf niks aan doet, zal dat een moment zijn dat ongemerkt voorbij gaat. Tuurlijk, in de Kamer zelf wordt er dinsdag iets officieels georganiseerd, en zeker, vrienden en bekenden stellen me al maandenlang de vraag: zit je nu nog in de kamer of ben je er al uit? Maar verder zal de senaatswisseling de meeste mensen ontgaan.
Op een of andere manier voelde ik de behoefte om er wat extra’s voor te doen. Om iets mee te geven aan mijn opvolgers en toch ook nog iets te zeggen over het functioneren van de Eerste Kamer. Dat heeft geresulteerd in het mini-boekje

HOE OVERLEEF IK DE TWEEDE TERMIJN?
– Een handleiding voor nieuwe senatoren
.

Het is een hilarische verzameling van argumenten die senatoren kunnen gebruiken en waar zij verder geen buil aan kunnen vallen..
In een kort intro bij het boekje is het als volgt omschreven:
Op 12 juni 2007 treedt er een nieuwe Eerste Kamer aan. Bijna de helft van de aantredende senatoren is nieuw. GroenLinks-kamerlid Jos van der Lans heeft zich acht jaar lang vastgebeten in wetsvoorstellen om het de regering zo lastig mogelijk te maken. Toch stond hij regelmatig in zijn tweede termijn met de mond vol tanden, een ervaring die de senator zijn opvolgers niet gunt. Als afscheidscadeau presenteert hij tien tips om de tweede termijn te overleven.
Vandaag is het boekje bij collega-senatoren in de brievenbus gevallen. Volgende week krijgen de nieuwe senatoren een exemplaar toegezonden. Een verkorte versie verschijnt a.s. donderdag in het tweewekelijks tijdschrift PM – het magazine voor de overheid.
Het boekje verschijnt in een eenvoudige, gekopieerde versie met een eenmalige oplage van 250 exemplaren. Wie de hele tekst wil lezen kan uiteraard ook op deze site terecht. Voor de volledige tekst klik dan hier en voor de ingekorte versie die in PM verschijnt moet u hier klikken.
Als u in het bezit wil komen van een uniek gesigneerd exemplaar, dan moet u even een mailtje sturen. Dan stuur ik u een exemplaar toe.

Noord-Hollands Statenlid maakte vergissing

Statenlid Cheryl Braam heeft dinsdag een ongeldige stem uitgebracht bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Dat blijkt uit een verklaring op de website van GroenLinks Noord-Holland namens de voorzitters van de Statenfractie en de provinciale afdeling. De inhoud van de verklaring is als volgt:

"In een gesprek met fractievoorzitter Harmen Binnema en afdelingsvoorzitter Luuk Heijlman heeft GroenLinks-Statenlid Cheryl Braam gezegd dat ze zich dinsdag vergist heeft bij het invullen van het stembiljet voor de Eerste-Kamerverkiezingen.

Braam verklaarde dat zij erg gespannen was door omstandigheden van persoonlijke aard en dat zij zich vergist heeft bij het uitbrengen van haar stem. Daarop raakte ze in paniek, waarna ze besloot meerdere hokjes in te vullen. Daarmee werd haar stem ongeldig, maar ze realiseerde zich niet welke gevolgen dit zou hebben. Braam werd vervolgens overdonderd door de commotie en gaf in reactie op vragen van de pers aan geen uitspraken te willen doen over de geheime stemming.
Fractievoorzitter Harmen Binnema betreurt de gang van zaken, maar heeft respect voor het feit dat Braam alsnog haar vergissing heeft toegegeven. Binnema zal de ontstane situatie bespreken in een spoedig bijeen te roepen extra vergadering met de voltallige fractie."
Het landelijk partijbestuur heeft nog niet gereageerd op de verklaring en wacht de uitkomst van de fractievergadering af.
Kies een periode: oktober 2020
september 2020
augustus 2020
juli 2020
juni 2020
mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004