JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Via twitter (@josvanderlans, sinds oktober 2010) en onderstaand weblog (sinds augustus 2004) kunt u op hoogte blijven van artikelen en columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardig-heden.

Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb.



.

Reacties worden enorm op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - juli 2008
Reactie
Geachte heer Van der Lans,

Graag wil ik reageren op de columns op uw weblog, te weten 'Czaar Peterstraat' en 'Slow politics'. Ik hoop dat u tegen kritiek kunt.

U schrijft over de onthaaste en de doordachte politiek van GroenLinks alsook over het onthaaste leven van veel GroenLinks-ers. Veel politiek van GroenLinks is wel doordacht maar niet links naar mijn mening, om over groen maar te zwijgen.
Zo is de weigering van GroenLinks-Amsterdam om te investeren in de werkgelegenheid voor de laaggeschoolden in het verlengde van de afbraak van de sociale woningbouw. Doordacht maar niet links. Of met andere woorden, GroenLinks-Amsterdam richt zich op de midden-en hoge inkomens ten laste van de lage inkomens. Niet links, maar wel doordacht ja. Beetje sluw zelfs. Op landelijk niveau is deze trend ook zichtbaar. Met electoraal gevolg, dat wel.
Niet iedereen is in staat tot onthaast en doordacht leven, bv door economische of sociale omstandigheden. Zo ook veel bewoners van de Czaar Peterstraat voor de grootschalige renovatie. U noemt deze mensen een conservatieve factor, terwijl de verantwoordelijkheid voor de verloedering van de Czaar Peter-buurt lag bij de woningbouwcorporaties en de politiek. Immers, zij lieten alles bij het oude. Over hen schrijft u positief. Zij hebben de verloedering zelfs bevorderd door woningen en gastransportnetwerken te tolereren welke in bijzonder slechte staat verkeerden. De gasexplosie van 15-8-2001 was illustratief voor de verwaarlozing door de politiek van de Czaar Peter-buurt waar de bewoners het slachtoffer van waren. Er vielen twee zwaargewonden.
Op 11-10-2002 heeft de Raad voor Transportveiligheid een rapport uitgebracht naar aanleiding van de gasexplosie in de Czaar Peterstraat. Een citaat: "De Raad dringt er opnieuw (!) op aan dat de gemeente Amsterdam en het Rijk de toezichthoudende functie, die zij hebben op het gebied van veiligheid bij gasdistributie, beter vervullen." etc.

Zoals er in de mondialisering verliezers zijn, zijn er ook verliezers bij het renoveren van de Amsterdamse wijken.Een aantal wijken is jarenlang genegeerd door de politiek op het gebied van leefbaarheid. Deze leefbaarheid had ten goede kunnen komen aan de bewoners en in het verlengde hiervan de openbare orde. Het is helaas nagelaten. Nu krijgen de bewoners van deze wijk voorgeschoteld dat hun aanwezigheid tot verloedering heeft geleid. Dit is het verdraaien van de feiten.
GroenLinks is naar mijn mening helaas te vaak slechts een invulling van een levensstijl voor bepaalde mensen. Het koffiehuis op de hoek Cruquiskade/Czaar Peterstraat bv was niet welkom in deze wereld. Tot mijn spijt sluiten uw columns hierop aan.

Hopend dat GroenLinks-Amsterdam in de toekomst weer groen en links gaat worden groet ik u hartelijk,

Rolf Uhlhorn
Amsterdam
GroenLinks-stemmer (met vaak pijn in het groene, linkse hart)

Antwoord aan Rolf
Beste Rolf,

Even een korte reactie. Ik ben niet op de hoogte van de weigering van GroenLinks-Amsterdam ‘om te investeren in de werkgelegenheid voor de laaggeschoolden in het verlengde van de afbraak van de sociale woningbouw’. Eerlijk gezegd lijkt me dat ook stug. Voor zover ik weet ijvert GroenLinks juist voor een vast aandeel sociale woningbouw in alle vormen van stedelijke vernieuwing.
Maar je hebt gelijk, dat percentage ligt lager dan vroeger toen alles zo ongeveer sociale woningbouw was. Dat heeft in veel opzichten eenzijdig samengestelde wijken opgeleverd, met de westelijke tuinsteden als treurig voorbeeld. Dat daar nu wat meer differentiatie in wordt gebracht, kan je uitleggen als ‘een zich richten op hogere en middeninkomens ten laste van de lagere inkomens’. Dat kan. Je kunt het ook zien als een poging om een stad niet te verdelen in rijke buurten en achterstandsbuurten, maar waar mogelijk te vermengen, zodat de werelden van verschillende bevolkingsgroepen in elkaars zicht blijven. Dat is een toekomstbeeld dat mij meer aanspreekt dan de opeenhoping van de armste groepen in wijken met overweldigende aantallen sociale woningbouw. Ik ken in Nederland en in de wereld geen voorbeelden waarin dat tot aantrekkelijke woongebieden heeft geleid. Maar misschien vergis ik mij. Ik hoor graag van jou hoe jij de leefbaarheid en eenzijdigheid westelijke tuinsteden in Amsterdam zou aanpakken? Ik kan me toch niet echt voorstellen dat je ze in dezelfde gedaante als vijftig jaar geleden zou willen vernieuwen.
Natuurlijk heb je gelijk als je zegt dat de Csaar Peterstraat verwaarloosd werd. Aan de andere kant: de woningen waren op, de dubbeltjespandjes uit het einde van de negentiende eeuw waren versleten en pasten niet meer in deze tijd. In zo’n proces wordt zo’n straat vanzelf het souterrain van de woningmarkt. De vraag is dan: hoe kom je daaruit? Volgens bewoners door alles zoveel mogelijk bij hetzelfde te houden, woningen opknappen, lage huren, niet te veel veranderen. Een ander perspectief is: drastisch veranderen, verder kijken dan de neus van de zittende bewoners lang is. In jouw ogen is dat louter zwichten voor ‘de levensstijl van bepaalde mensen’, in mijn ogen is dat een dynamiek die in historisch opzicht de Nederlandse steden leefbaar en vitaal heeft gehouden.
Ten slot: ik ben niet GroenLinks, ik ben geen partij, wat ik schrijf is ook geen partijstandpunt. Integendeel zelfs. Mijn opvattingen over volkshuisvesting worden niet in alle opzichten door GroenLinks gedeeld. Maar dat laat onverlet, dat je redenering wat mij betreft te gemakkelijk is. Zonder dat je je precies in standpunten en redeneringen hebt verdiept volg je het algemene oordeel dat GroenLinks elitair is en zie je in mijn stukjes het bewijs daarvan. Bingo. Het linkse karakter van deze vorm van redeneren mag je me nog een keer uitleggen.
Maar ik ben het met je eens dat het buitengewoon treurig is dat het koffiehuis op de hoek van de Cruquiuskade en de Csaar Peterstraat in dit stedelijke geweld het onderspit heeft moeten delven. Dat is inderdaad een gevaar van mijn redenering: stedelijke transformatie maakt meer kapot dan je lief is. Daar moet links ook veel alerter in worden. Wat willen we behouden? Wat willen we veranderen? Hoe kunnen we het oude en het nieuwe combineren? Maar met de sanering van de Csaar peterstraat had dit trieste overlijden weinig te maken, het koffiehuis sneuvelde als gevolg van de latere plannen voor het gebied daarachter.

Met vriendelijke groeten,
Jos van der Lans
Reactie VPRO-boeken interview
De VPRO herhaalde vandaag het interview dat eerder op 30 maart werd uitgezonden in het programma VPRO-boeken. Hieronder een reactie:
Ik zag vanochtend een deel van het interview met u bij VPRO. Ineens moest ik denken aan de postdoctorale lerarenopleiding. Ik volgde die opleiding bij ICLON in 1999 in Leiden, na mijn universitaire studie aan die universiteit.
Wat mij opviel bij de lerarenopleiding was het verschil in wensen en verwachtingen tussen de docenten en de studenten. Studenten die net als ik voor de klas stonden en college volgden bij ICLON wilden zo veel mogelijk feedback. Feedback of, praktischer gezegd, tips. Die feedback kwam er bijna nooit. Als je vroeg hoe de ICLON-docent vond dat het ging en of hij of zij nog tips had voor bepaalde veel voorkomende situaties, kwam er altijd de wedervraag: wat vond je er zelf van? Wat denk je zelf dat handig is in zo'n situatie? Je moest zelfredzaam worden en je eigen ontwikkeling sturen. En dus ook je eigen feedback verzorgen, alleen of met medestudenten. Gek werden we ervan. Alsof je als jong-volwassene niet je eigen ontwikkeling kunt sturen aan de hand van concrete feedback van anderen.
Een tweede deel van de kritiek van mij en medestudenten was dat er - naast dit gebrek aan praktische inzichten, tips en feedback - ook weinig theoretische verdieping was. Ik heb in het hele jaar aan de postdoctorale lerarenopleiding nooit een tentamen gemaakt, ben ook nooit mondeling getoetst. Ik mocht een boek over kinderpsychologie lezen, maar daar deden we verder niks mee. Als ik maar een portfolio had waarin ik verslag deed van m'n zelfreflectie en m'n eigen ontwikkeling.
Geen theorie, geen praktische feedback, wat blijft er dan over? Ik kan het bijna 10 jaar later nog steeds niet goed navertellen wat ik daar heb geleerd. Maar achteraf - ook nu ik het interview met u zag - denk ik dat het precies een scharnierpunt was, een overgang naar een andere tijd. Een docentencorps dat nog volop in de wat-denk-je-er-zelf-van-modus stond, en een nieuwe generatie (geboren in de jaren 70) die daar niets meer van snapte en er meer als volgt over denkt: "Zeg me wat JIJ denkt, hoe jij het ziet. Ik ben mans genoeg om het vervolgens zelf in perspectief te plaatsen en ermee aan de slag te gaan."
Ik ben van nature erg dociel, maar heb op de lerarenopleiding toch 1 opdracht geweigerd: maak een tekening waarin je je eigen ontwikkeling uitbeeldt.
Maar goed, dit alles even terzijde want het heeft niet echt met procedures en 'ontregelen' te maken, waar uw boek over gaat. Overigens ben ik uiteindelijk niet het onderwijs in gegaan, dus ik weet niet hoe de nieuwe generatie docenten wordt opgeleid.

Met vriendelijke groet,

Jeroen vd Hee

P.S.: in m'n werk kom ik nog steeds wel eens de 'wat denk je er zelf van'-methode tegen, meestal in de softe sector. Vaak als opmaat voor concrete, negatieve feedback. Je voelt al van verre aankomen dat de mening van de ander negatief is, maar moet eerst zelf door het stof. Als je zegt dat je tevreden bent over de prestatie, heeft de ander aan aanleiding om daar verbaasd over te zijn en gespeeld de wenkbrauwen te fronsen. Als je zegt dat je zelf ook niet tevreden bent over de prestatie, dan kan de ander dat beamen. Hang yourself; een vileine methode
Slow politics

Het gaat goed met GroenLinks. Geen onvertogen woord in de media, de partij is lekker met zichzelf bezig met discussiëren, van kritisch-links is lange tijd niets meer vernomen (heeft het duo Platvoet-De Wilt een baan of zo?). Perfect.
En je ziet meteen het resultaat: we stijgen in de polls.
Dat is geen toeval. Ik denk dat we eindelijk onze politieke draai gevonden hebben. We laten ons niet meer gek maken, we doen het rustig aan. Slow politics. Dat is een politieke stijl waarin we de opgewonden standjes graag aan anderen overlaten. Wij bedrijven politiek zoals we willen leven en eten: onthaast, doordacht. Wij nemen de tijd. Wij laten ons niet meer opjutten door mediarelletjes die voor je het weet een loopje met je nemen. We halen steeds vaker onze schouders op. Als er een journalist belt, vragen we of hij morgen nog eens terug kan bellen, want wij willen eerst even nadenken. Op de meeste vragen geven we sowieso geen antwoord meer: omdat we het gewoon even niet weten, of omdat ze er niet toe doen. Of – het meest waarschijnlijk - allebei.
Voor GroenLinks geldt voortaan dat we niet meer elke dag in de krant willen staan. Dat is het namelijk het onheil over je afroepen. Scoren in de media laten we graag aan de anderen over, aan de hijgerigen, de politieke slijmjurken die bij de media op een goed voetje willen komen, de wellustelingen van de waan van de dag, de neurotici die dagelijks de krant opslaan op zoek naar zichzelf. Wij gunnen hen hun chagrijn. Laat ze maar.
We moeten daarom ook niet het eindrapport van de commissie-Van Ojik uitbrengen, tenzij het meer dan duizend pagina’s dik is, want dan leest niemand het. Je moet geen slapende honden wakker maken. Daar komt alleen maar rotzooi van. GL – GoedLeven, GraagLezen, LangGenieten. Ik denk dat daar langzaam maar zeker een deel van het electoraat wel aan toe is. Of niet. Ook goed.
Don’t hurry, be happy!
Deze column verscheen in het juli-nummer van het GroenLinks Magazine.
Csaar Peterstraat

Vrijwel elke dag fiets ik door de Csaar Peterstraat in Amsterdam. Al jaren, want de straat vormt de verbinding tussen het nieuwe Oostelijk Havengebied, waar ik woon, en het centrum van de stad. Tien jaar geleden was de Csaar Peterstraat een straat in ontbinding, de straat voelde aan als een doodlopende steeg. Ik meen me zelfs te herinneren dat er ooit een gasontploffing was die een compleet pand verwoestte. Dat verbaasde niemand.
Woningcorporatie De Key besloot de verloederingsspiraal te stoppen en kwam met een groots plan om de straat te saneren. Sloop, nieuwbouw, renovatie, bedrijvigheid, moesten de straat een ander aanzien geven. De bewoners van de ‘dubbeltjespanden’ (sociale woningbouw uit eind 19e eeuw, in de volksmond vernoemd naar de eerste huur: een dubbeltje per week) waren tegen. Ze voelden zich niet serieus genomen. De voorzitter van de bewonerscommissie schreef er ooit een kwaad stuk over en toen ik daar een paar jaar geleden in aanwezigheid van de directeur/bestuurder van De Key instemmend aan refereerde, reageerde hij als door een wesp gestoken. Ze hadden alles uit de kan gehaald om bewoners er bij te betrekken, zei hij verbolgen.
Nu de Czaar Peterstraat (bijna) af is, denk ik daar nog wel eens aan. De straat heeft inmiddels een metamorfose ondergaan. Er is grappige bedrijvigheid, er is nieuwbouw, gecombineerd met vernieuwde oudbouw, de straat is geherprofileerd, er loopt een tram door. Er wonen en lopen nog steeds allochtonen, maar ook studenten en moderne tweeverdieners. De Csaar Peterstraat is veranderd in een dynamisch stukje Amsterdam.
De straat is daarmee ook het levend bewijs dat het bewonersperspectief niet altijd zaligmakend is. Sterker, het is voor ingrijpende veranderingen vaak een conservatieve factor. De kortetermijnhorizon van het bewonersbelang legt het daarom ondanks al het voorgeschreven overleg vrijwel altijd af tegen het langeternmijnperspectief van duurzame stedelijke ontwikkeling.
Dat is ook het grootste risico van de Vogelaar-verplichting dat bewoners een beslissende stem moeten hebben in alle wijkaanpakken. Dat is een uitnodiging voor eindeloos gesteggel over huurverhoging en vervangende woonruimte. De bijzondere kunst van het herstructureren is nu juist het op een creatieve wijze verbinden van deze twee verschillende perspectieven. Dat lukt nooit door te doen alsof ze vanzelf samenvallen. Want daar stinken bewoners niet in. Met alle wantrouwen en vertraging vandien.
Deze column verschijnt in het Aedes Magazine, nr. 15/16, juli 2008.
Vijfde druk ligt bij de drukker!!!

Er is een vijfde druk in de maak van Ontregelen. Dat is goed vakantienieuws, en voor alle mensen die het boek nog niet gelezen hebben: op een terras met een goed glas wijn, aan het verre stand, in de trein, het vliegtuig - Ontregelen is juist op vakantie heel goed verteerbaar. Je wordt er vrolijk van en ondeugend. Na de vakantie zal je werk er heel anders uit gaan zien.


WMO-essay in Binnenlands Bestuur

Het zou mij niet verbazen als de Wet Maatschappelijke Ondersteuning ooit, in een verre toekomst, in de studiebroeken terecht zou komen als hèt voorbeeld van hoe je een wet niet moet invoeren. Want wie een wettelijke instrumentarium ontwerpt dat er toe moet leiden dat burgers meer participeren, moet de invoering van zo’n wet natuurlijk niet laten domineren door uitgerekend dat aspect van de wet, waar in die participatie misschien wel het minst aan de orde is: de huishoudelijke zorg bij mensen thuis. Dan staat meteen alles en iedereen op het verkeerde been. En dat is precies wat er de afgelopen anderhalf jaar gebeurd is: de WMO werd een wet van angst en beven.
Anderhalf jaar na de invoering lijkt het ergste voorbij. De aanbestedingen zijn overal afgerond, de WMO-loketten zijn geïnstalleerd, er is ijverig gewerkt aan de verplichte visienota’s en op een enkele dramatische uitzondering na zijn grote rampen voorkomen. Toch is er geen reden om opgelucht adem te halen, want het echte WMO-werk moet nog beginnen. Het is velen in de consternatie wellicht ontgaan, maar de WMO is niet alleen het samenvoegen van de Wet Voorzieningen Gezondheidszorg (WVG) met een deel van de AWBZ. Ook de welzijnswet is in de WMO is opgegaan, met als idee dat het oude welzijnswerk daarmee een nieuwe impuls zou krijgen. Daar is bitter weinig van terecht gekomen.
Dit zijn de eerste twee alinea’s van het essay WMO kan niet zonder nieuw welzijnswerk dat vorige week vrijdag in Binnenlands Bestuur verschijnt. Het essay probeert woorden en gedachten te leveren die aan het welzijnswerk een nieuwe draai kunnen geven. Want dat is hard nodig, en de WMO biedt daartoe een uitgelezen gelegenheid. En het verhaal sluit aan bij de opmerkingen die staatssecretaris Jet Bussemaker onlangs in een brief aan de Tweede Kamer over de WMO-maakte. Nog een klein tipje van de sluier:
In het oude welzijnsdenken wordt de persoon in kwestie geacht zich ( ) bij de garage (het loket) te vervoegen, in het nieuwe welzijnsdenken komt de wegenwacht langs om hem haar weer op gang te brengen. Vanuit die gedachtegang zou zich de nieuwe identiteit van het welzijnswerk moeten ontwikkelen. Als een vorm van professionaliteit die verbindingen tot stand kan brengen tussen kwetsbaar en krachtig, tussen ongezond en gezond, tussen zwak en sterk, tussen arm en rijk, tussen kansloos en succesvol, tussen talenten en mogelijkheden. ( ) De nieuwe opdracht die de WMO in de praktijk moet gaan brengen is dat actief burgerschap vraagt om actief professionalisme.
Wie het hele verhaal wil lezen kan hier klikken.

De gedachten die in dit essay worden uitgewerkt borduren voort op eerdere WMO-publicaties die ik in opdracht van het Amsterdamse gemeentebestuur schreef. Dit zijn nu de drie relevante WMO-publicaties die u op deze site kunt vinden:
1. WMO-ladder. De stedelijke organisatie van nieuwe solidariteit
2. WMO-ladder. Korte versie uit TSS
3. WMO-essay Binnenlands Bestuur


AWV + Het Oosten = STADGENOOT

Precies om 12 uur, het moment dat 30 juni overgaat in 1 juli, zijn de woningbouwverenigingen AWV en Het Oosten gisteren officieel gefuseerd. Met een spectaculair ‘oud en nieuw’- huwelijksfeest in de Westergasfabriek in Amsterdam, waar zo’n vijftienhonderd genodigden op af waren gekomen. De nieuwe woningcorporatie, goed voor een kleine 30.000 woningen in Amsterdam en Almere, gaat Stadgenoot heten. Die naam was lang geheim gehouden, maar werd precies om twaalf uur onthuld.

Eerder die avond hadden de beide directeuren Frank Bijdendijk (Het Oosten) en Gerard Anderiesen (AWV)(zie foto links) de eerste exemplaren van twee boeken overhandigd aan medewerkers van hun organisatie. In die boeken is – elk op een aparte wijze – de geschiedenis van beide corporaties vastgelegd. Willem van Toorn heeft dat voor Het Oosten gedaan, met als titel De stad en Het Oosten. Het verhaal van een woningbowuvereniging en ik heb dat voor de AWV gedaan: Het rode geluk. Een geschiedenis van de Algemene Woningbouwvereniging. De AWV (opgericht in 1910) was lange tijde de grootste corporatie van de hoofdstad en toonagevend socialistisch. De AWV was het pronkstuk van de rode familie. Die rode familie vormt ook het decor van deze geschiedschrijving, waarin in negen episodes de worsteling van de oude sociaal-democratische idealen met de moderne tijd wordt omschreven.

Alle bezoekers kregen beide boeken na afloop in een cassette uitgereikt. Wie er niet geweest is kan de boeken bestellen bij: Uitgeverij Bas Lubberhuizen .

Kijk voor een sfeerimpressie op: www.samenvanoudnaarnieuw.nl . (Het wachtwoord is: happynewyear.)
En de nieuwe corporatie is te bezoeken via: www.stadgenoot.nl


Het rode geluk. Een geschiedenis van de AWV

Het Transvaalplein in Amsterdam-Oost, op de omslagfoto te zien zoals het was in 1923, speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de Algemene Woningbouw Vereniging (AWV). Hier staan de eerste huizen van de vereniging. Maar hier speelde zich in de oorlog ook een drama af, toen alle Joodse bewoners werden weggevoerd. Het ‘pleintje’ wordt in dit boek uitvoerig beschreven, maar de geschiedenis van de AWV voert ons ook naar de Staatsliedenbuurt, de Kinkerbuurt, Nieuw-West en de Nieuwmarktbuurt. En natuurlijk naar het verzorgingshuis voor oudere sociaaldemocraten, het Willem Dreeshuis in de Watergraafsmeer, want in het bouwen voor bijzondere groepen heeft de awv altijd een voortrekkersrol gespeeld.

Het rode geluk vertelt het verhaal van de Algemene Woningbouw Vereniging en de betekenis van de sociaaldemocratische idealen voor de Amsterdamse volkshuisvesting. Wie waren de bevlogen pioniers die in 1910 de awv oprichtten om betaalbare, goede huizen voor arbeiders te bouwen? En hoe zijn hun opvolgers omgesprongen met de ontwikkelingen in de stad en de banden met de rode familie? Aan de hand van gebeurtenissen en personen worden de wortels, obstakels en overwinningen beschreven van een woningcorporatie die onlosmakelijk verbonden is met de Amsterdamse geschiedenis.
Jos van der Lans
Het rode geluk. Een geschiedenis van de Algemene Woningbouwvereniging.
Uitgeverij Bas Lubberhuizen
ISBN 978 90 5937 198 9
Geïllustreerd
Pp.: 300
€ 24,95
Bestellen via: www.lubberhuizen.nl

Inhoud

Gloed van een nieuwe generatie
De oprichting van de AWV
Schoonheid is een vreugde voor eeuwen
J.C. van Epen en de eerste AWV-woningen
Tocht der herinneringskaarten
Jan de Jong en de dagelijkse gang van AWV-zaken
Vermoorde emancipatie
Joseph Bonn, het rood-Joodse Transvaalplein en de oorlog
Leven in de sfeer van het democratisch-socialisme
Het Willem Dreeshuis en de zorg voor kwetsbare groepen
Slag in Hotel Krasnapolsky
De ledenraad en de worsteling met de verenigingsdemocratie
Gevecht om Amsterdam
De Nieuwmarkt en het bouwen voor de buurt
De rode familie valt uiteen
Oude tradities in nieuwe tijden
Nieuwe vrijheden
Oude degelijkheid, moderne zelfstandigheid en fusie-ruzie
Kies een periode: augustus 2020
juli 2020
juni 2020
mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004