JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Via twitter (@josvanderlans, sinds oktober 2010) en onderstaand weblog (sinds augustus 2004) kunt u op hoogte blijven van artikelen en columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardig-heden.

Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb.



.

Reacties worden enorm op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - september 2007
Hardlopen = doodlopen

Het ziet er altijd een beetje raar uit, zo’n foto waarop mensen zijn vastgelegd die hardlopen. De snelheid is er uit, evanals de soepelheid. Wat overblijft is een soort verstilde stijfheid. Mensen die zichtbaar moeite doen om een volgende stap te zetten. Overigens was dat ook wel het gevoel dat ik had toen deze foto afgelopen zondag werd gemaakt, vlak voor de finish van de Van-Dam-tot-Dam-loop. Ik was weer eens te hard van start gegaan, zeker gezien het weer. En dan worden hardlopers vanzelf doodlopers die moeite hebben om hun ene been voor het andere te zetten. Ik heb de finish gehaald (1:21:22), vier minuten langzamer dan vorige jaar, en vermoeider dan ooit, maar dat zijn zaken die je snel weer vergeet. Wat blijft is het anagename gevoel dat je het toch weer volbracht hebt. Tot je de foto’s ziet.

Wiie foto’s wil bekijken kan terecht op: www.startpagina.nl/damloop
Overigens valt het ten opzichte van het gehele deelnemersveld nog wel mee, zoals uit onderstaand plaatje blijkt. Het geelgekleurde lopertje is mijn relatieve finishpositie in het totale deelnemersveld van de 10 Engelse Mijl businessloop recreatie individueel.




De dertig HVO Querido-medewerkers (HVO Querido = maatschappelijk opvang en begeleid wonen in Amsterdam, ik zit in de Raad van Toezicht) hier voor de loop op de foto voor het Centraal Station. De held van de dag was de man met de muts Danny Karnabrata. Hij is een cliënt, en liep de loop uiteindelijk in 2:14:52, wat in de wereld van dak- en thuislozen vermoedelijk een wereldrecord is.
De angst van het CDA

Het is eigenlijk ongelooflijk hoe het CDA in onze mediacratie altijd goed wegkomt. Het lijkt wel of hier de hand van God in het geding is. Bij andere partijen hoeft er maar een vaag gerucht te zijn van een mogelijk conflict of de perstroepen trekken er met camera en microfoon op uit om desnoods in Zeewolde een recalcitrant geluid op te nemen. De SP hoeft maar een artikel te weigeren voor haar partijblad De Tribune en het bewijs van haar ondemocratische karakter wordt wekenlang breed uitgemeten. En voordat Rita Verdonk bij de VVD al iets gezegd had stond er in de krant te lezen dat zij Mark Rutte ‘alweer’ aanviel. En als een bijna gepensioneerde PvdA-burgemeester als Thijs Wöltgens in het verre zuiden iets roept dat geïnterpreteerd zou kunnen worden als kritiek op Wouter Bos dan staat de hele verzamelde pers bij het ministerie van Financiën op de stoep met de vraag of de positie van de partijleider niet wankelt.

Maar niet bij het CDA. Vorige week ontsloeg het Wetenschappelijk Instituut van het CDA Thijs Jansen, de hoofdredacteur van het kwartaaltijdschrift Christen Democratische Verkenningen (CDV). Dat is een regelrechte schande. Thijs Jansen werkte al vijftien jaar bij het Wetenschappelijk Instituut en was (is!) een christen-democraat in hart en nieren, die buitengewoon loyaal is aan het CDA. CDV vormde hij de afgelopen vijf jaar om van een suffig partijstandpunten-blaadje tot een interessant intellectueel podium, waar serieus nagedacht en geanalyseerd werd over belangrijke onderwerpen.
Thijs Jansen was ook de motor achter de stichting Beroeps(z)eer, de club die van de bureaucratische disciplinering van professionals in de publieke sector een politiek agendapunt heeft gemaakt. Met deze activiteiten bracht hij het CDA in verband met interessante en spraakmakende intellectuelen als Dorien Pessers, Gabriel van der Brink en Ad Verbrugge. Voor een partij die sinds het einde van de verzuiling alleen maar aan intellectuele diepgang heeft ingeleverd, was dat een verfrissende ontwikkeling. Zowaar leek het erop dat men ook bij het CDA open en fris begon na te denken. Dat nu bleek een misvatting. Het opengooien van de luiken werd in het Wetenschappelijk Instituut met argusogen bekeken. Directeur Ab Klink wilde van geen kritiek op de partij weten en begon Jansens project angstvallig te bewaken. De inleidende artikelen van CDV (waarin de pointe van elk nummer nog eens uiteen werd gezet) werden aan een politieke tekstexegese onderworpen. In 2005 ontstond er een conflict over het stuk ‘Beroepszeer’ van Dorien Pessers. Volgens Klink keerde Jansen zich in een hoofdredactioneel commentaar, samen met Pessers, tegen het nieuwe zorgstelsel waarvoor Klink zelf jarenlang had gepleit. Het stuk van Pessers is toen zelfstandig gepubliceerd, het commentaar is neutraal gemaakt. Pessers trok zich daarop terug uit de redactie van CDV. De haar voorgespiegelde onafhankelijkheid bleek in de praktijk niet mogelijk. Jansen probeerde verder te werken aan zijn project maar zag het wantrouwen in hem toenemen. Zelf spreekt hij van een ‘intimiderende sfeer’ (NRC, 31 augustus), woorden die over het algemeen zijn gereserveerd voor de omgangsvormen in de SP. Klinks opvolger Evert Jan van Asselt voltrok het vonnis dat Klink zelf al had uitgeschreven maar dat hij door zijn vertrek naar het departement van VWS niet kon voltrekken. Hij ontsloeg Jansen wegens ‘niet functioneren’. Na vijftien jaar loyale dienst en zonder ook maar een negatief functioneringsgesprek of personeelsdossier dat daar bewijs voor aandraagt is dat natuurlijk een grote schande. De rechter zal daar ongetwijfeld een stevige afvloeiingsregeling van maken, en dat is dan ook wel het minste wat Thijs Jansen verdient.
Maar misschien moeten al die intellectuelen die de laatste jaren richting CDA zijn opgeschoven en publiekelijk kenbaar hebben gemaakt op de partij gestemd te hebben - van Jos de Beus tot Paul Scheffer, van Gabriel van den Brink tot Dorien Pessers (overigens allemaal intellectuelen met een min of meer Nijmeegs verleden) – zich in al hun kritiek op de PvdA toch ook eens realiseren dat zij steun geven aan een partij die in zijn kern angstig en verkrampt blijft en aan openheid geen boodschap heeft. En dat zouden de dames en heren van de media de CDA-prominenten wel wat vaker voor de voeten mogen werpen. Tussen Klink en Marijnissen zit niet zoveel verschil.

Uit de flaptekst van het CDV-nummer over BEROEPSZEER:

In Nederland zit veel beroepszeer in de miskenning van beroepseer. Vroeger was het parool op de werkvloer 'wie er verstand van heeft, mag het zeggen'. Tegenwoordig maken daar juist degenen die er geen verstand van hebben de dienst uit. Stop de wildgroei van duurbetaalde bestuurders, managers en consultants. Respecteer de beroepseer!
Zie ook: www. www.beroepseer.nl/
Verdonk tekende in 2006 politiek doodvonnis

Het afserveren van Rita Verdonk door de VVD-fractie heeft weinig met het artikel in De Telegraaf van vandaag te maken, ook niet met het stuk in het AD, ook niet met de eerdere aanvaringen met Rutte door haar interview in de Haagse Post. Dat zijn allemaal niet meer dan druppeltjes op de gloeiende plaat. Haar politieke doodvonnis tekende zij in mei 2006 toen zij openlijk schutterde in de kwestie Ayaan Hirsi Ali. Toen zij iedereen bruskeerde, geen enkel spoortje van collegialiteit vertoonde. Op dat moment brak binnen de VVD-elite, binnen het keurkorps van stille liberale machthebbers het lijntje. Het wachten was alleen op het moment. Dat duurde en duurde, door het referendum in de VVD (waar de partij-elite openlijk voor Rutte koos), door de verkiezingen, door haar enorme aantal voorkeurstemmen. Maar Rita voelde aan haar water dat de partijtop haar kwijt wilde. Precies om die reden zocht ze voortdurend steun buiten de achterkamertjes van de Haagse fractie om, dat was haar enige kans om een stevige positie te houden. En precies om die reden probeerde de partijtop haar in die pogingen te disciplineren. Dat kon dus nooit goed gaan, en vandaag barstte de bom. Maar de kiem daarvoor heeft Verdonk zelf gezaaid, in mei 2006. Toen zette zij eigenhandig en onverschrokken de politieke afrekening in werking die vandaag eindelijk is voltrokken.
Hieronder nog eens mijn analyse van 16 mei 2006 in dit weblog.

Ik ken Rita Verdonk nog uit mijn studietijd. Ik vertel daar verder nooit iets over – alle journalisten die daar naar hengelen sta ik niet te woord – maar gisteren heb ik in de avondvullende vertoning in de Tweede Kamer tot mijn verbazing moeten vaststellen dat ze eigenlijk opmerkelijk weinig veranderd is. Ze kon in de jaren zeventig 'wonen' in haar eigen redenering en doet dat tegenwoordig nog steeds. Voor haar was het een optelsom: verkeerde persoonsgegevens + vreemdelingenwet + arrest Hoge Raad + gelijke monniken, gelijke kappen = geen Nederlanderschap. Dat is het zelfde als dat 1 + 1 twee is. Toen die redenering eenmaal in haar hoofd zat, was er geen speld meer tussen te krijgen. Nergens zat er lucht tussen. Daarom hoefde ze ook niet meer met Donner te overleggen, met de politieke leiding van de VVD, met het kabinet. Dat was nutteloos geweest. Niemand zou immers een andere constatering kunnen maken, dit waren de feiten. En die kun je dan maar beter meteen bekend maken. Dat heeft niks met het lijsttrekkersreferendum te maken, dat is geen vuil spelletje. Dat is Rita Verdonk ten voeten uit. Zo is ze.
Maar dat bewijst ook meteen dat ze volkomen ongeschikt is voor het politieke metier in Nederland. Daar bestaan immers geen feiten zonder draagvlak. Daar kun je niet een besluit als optelsom zien als je niet ook in staat bent alle politieke consequenties te overzien. In de politiek moet je je coalitie- en partijgenoten niet voor het blok zetten met een gesloten redenering, daar moet je - al zeker in zo'n gevoelige kwestie - je gelijk eerst gaan halen, voordat je het krijgt. En dat talent is bij Rita Verdonk slecht ontwikkeld, en ik denk nu: eigenlijk nooit geweest.
En sinds gisteren weten we dat nu allemaal. Ik denk dat we hier het begin van het einde van Rita Verdonk als politiek kanon hebben mogen aanschouwen. Zo’n gebrek aan politieke gevoeligheid, zo’n opsluiting in je eigen redenering, zo’n gebrekkige collegialiteit - dat zijn Haagse doodzondes. Dat vergeten en vergeven ze niet in Den Haag.
De VVD-senatoren die ik gisteren in de Eerste Kamer tegenkwam hadden het helemaal met haar gehad. Het ergste dat de VVD kan overkomen is dat ze een partijleider krijgt die op geen enkele steun van het kader kan rekenen. Ik denk dat het niet zover zal komen. Rita Verdonk heeft met haar optreden gisteren – tenzij de VVD-leden echt van de pot gerukt zijn - politieke zelfmoord op termijn gepleegd.
Ze kan maar het beste gaan uitzien naar een burgemeesterspost. Daar is ze ook veel geschikter voor.
Alleen: welke gemeente wil haar hebben?
Wijkaanpak, corporaties en bewonersmacht

Het is weer helemaal terug: de wijkaanpak. De veertig prachtkrachtwijken van Vogelaar hebben een heel beleidscircuit op gang gebracht waarin de wijkaanpak met bewoners in de hoofdrol al het goede heil moet gaan brengen. Dat zijn de momenten waarop ik denk dat ik te lang meeloop. Hoorde ik hetzelfde niet bij de sociale vernieuwing begin jaren negentig? Sterker, was de wijkaanpak niet de moter van de stadsvernieuwing? Waarom is het eigenlijk niet gelukt? Zou het niet eens tijd worden om goed te analyseren waarom we het ons steeds opnieuw voornemen en waarom het klaarblijkelijk toch niet vanzelf lukt?
Toen ik gisteravond in Utrecht door Aedes was uitgenodigd om mijn licht te doen schijnen over het thema `Wijkaanpak: met elkaar, voor elkaar!’ kon ik het niet laten om mijn wantrouwen de vrije loop laten. Zo schotelde ik de aanwezigen ‘Acht wetmatigheden waarom corporaties bewoners niet meer te zeggen zullen geven’ voor. En natuurlijk, zo ben ik ook wel, zie ik wel wat lichtpuntjes. Lees hier mijn bijdrage. En o ja, een diepe indruk maakte het niet, want even zo vrolijk ging iedereen over op het heruitvinden van de wijkaanpak als de uitdaging voor de toekomst. Ach ja, misschien moet ik ook niet zo zeuren.

70's in NIJMEGEN

Gisteren opende burgemeester De Graaf in Museum Valkhof in Nijmegen de tentoonstelling 70’s in NIJMEGEN. Er waren zeker zo’n tweehonderd mensen op af gekomen, en het voelde als een reünie. Want Nijmegen was van 1973 tot 1986 mijn biotoop en ik zag vele bekenden. De lange haren van toen waren grijs geworden, zo niet verdwenen. De buikjes ronder, en de gezichten wat meer getekend. Zij vergaapten zich aan de beelden van hun jeugdjaren en haalden massaal herinneringen op.
De tentoonstelling is vooral een collage. De samenstellers hebben niet gepoogd een analyse te maken, of tot een doordenking te komen van dit roerige tijdperk. Meer dan de vaststelling dat de episode van grote invloed is geweest op de stad komt men niet. Zelfs een eenvoudige vaststelling dat het een groot bevrijdingsfeest was van een jonge generatie die ontsnapt was aan katholieke behoudzucht, zal je in de tentoonstelling niet aantreffen. 70’s in NIJMEGEN laat de vele tientallen actiegroepen, politieke clubjes en sociale experimenten zien die in die woelige jaren de stad bij de moderne tijd brachten. En de bezoeker moet daar zelf maar – zoals burgemeester De Graaf in zijn opening vaststelde – zelf maar uit concluderen of de jaren zeventig nu een periode van moreel verval inluidden, zoals Frits Bolkestein beweert, of onze samenleving juist verworvenheden brachten die nu de moeite van het verdedigen waard zijn, zoals Antoine Verbij en ik een paar jaar geleden in een manifest beweerden. (Zie: www.jarenzeventig.nl ).
Hoe het ook zij, het waren leuke jaren en het is een fraaie tentoonstelling. Wie in de buurt is moet de tentoonstelling zeker even bezoeken. Dan kan je ook de – al even chaotische – bundel aanschaffen die ter gelegenheid van de tentoonstelling is uitgebracht. Het is een soort ABC van de jaren zeventig in Nijmegen, waar ik bij de U een tekst schreef over de Unie van Studenten te Nijmegen (USN), waar ik in het midden van dat decennium voorzitter van was. Wie geïnteresseerd is in de tekst kan voor de uitgebreide versie hier klikken. In de bundel staat een sterk ingekorte versie.
Hieronder een fragment eruit. Het is het slot van mijn bijdrage:
Het waren mooie tijden. Veel vergaderen, veel doorhijsen in het café op de Oranjesingel 42, dat tot het midden van de jaren zeventig de enige openbare plek in Nijmegen was waar je tot vier uur door kon drinken. Meer dan we toen zelf wilden toegeven deden we in die jaren eigenlijk hetzelfde als de studentencorpora die we toen zo verachten: we oefenden voor later. We waren de nieuwe elite in wording, die hun smaak verfijnden door in de tweede helft van de jaren zeventig in het pand aan de Oranjesingel 42 een politiek cultureel centrum op te richten, een kruispunt van culturele ontmoetingen met een filmhuis, een politiek kafee, een werkgroep improviserende musici, literaire avonden, noem maar op. Toen was dat het toppunt van progressiviteit, tegenwoordig behoort het tot het standaard culturele aanbod van Nijmegen en van elke zichzelf respecterende stad in het land. We droomden van structurele veranderingen, ja, van echte maatschappijhervormingen, maar werkten in feite aan weinig anders dan een razendsnelle modernisering van een tot dat moment tamelijk behoudzuchtige, om niet te zeggen achterlijke, stad. We brachten Nijmegen bij de tijd. Daar plukt de stad nog dagelijks de vruchten van.
Voor meer informatie over de tentoonstelling: www.museumhetvalkhof.nl
DOE DANS-festival

Het Doe dans-festival beleefde dit jaar zijn 25e editie. Het is het jaarlijkse festival van wat tegenwoordig werelddans wordt genoemd, maar eigenlijk gewoon volksdansen is. Jaarlijks komen alle verenigingen en gezelschappen een lang weekend bijeen om workshops te volgen, voorstellingen te zien en feest te vieren. Vroeger was dat op de Paasheuvel, de plek waar lang geleden ook de jongens en meisjes van de AJC om de meiboom dansten, maar tegenwoordig zijn ze neergetreken op een groot terrein naast het pretpark Walibi bij Biddinghuizen in de noordelijke Flevopolder, ver achter Lelystad. Zeg maar in the middle of nowhere.
Ik was er omdat er ter gelegenheid van 25 jaar Doe dans en 25 jaar Tijdschrift DANS een boekje werd gepresenteerd waarin mijn danscolumns die ik de afgelopen drie jaar voor het Tijdschrift Dans zijn gebundeld. Meer daarover in het volgende bericht.
Zo kwam het dat ik – na de presentatie van het boekje en de overhandiging van de eerste exemplaren aan Jacques van Meel, directeur van de dansopleiding aan de Fontys Hogeschool in Eindhoven, en Marius Korpel de grote man achter Doe Dans – in een grote tent die volgepakt was met 1200 mensen getuige was van een optreden van het Internationale Danstheater, een professioneel werelddansgezelschap, die een ontzettend aardige voorstelling met prachtige Indiase dansen en ook nog eens veel Indiase humor ten beste gaven. Vanaf 6 oktober gaat dit theater met deze voorstellingop toernee en ik kan het echt iedereen aanbevelen. Bollywoord in Nederland. www.intdanstheater.nl
Ik schrijf dat hier op, omdat werelddans in Nederland gebukt gaat onder een stoffig imago. De smaakmakende elite moet er niks van weten en denkt er zeer neerbuigend over. Kneuterig NCRV-gedoe, zoiets. Dat doet geen recht aan de vaak zeer fascinerende dansen en optredens die door deze gezelschappen gemaakt worden. Kortom, werp uw vooroordelen terzijde en ga eens een kijkje nemen.


De overhandiging van de eerste exemplaren van "Minister van Dans' aan (linkerfoto) Jacques van Meel, directeur van de dansopleiding aan de Fontys Hogeschool in Eindhoven, en Marius Korpel, sinds jaar en dag de grote man achter het Doe Dans-festival (rechterfoto). (Foto's Marian van Miert.)

Nieuw boekje: MINISTER VAN DANS

Sinds 2004 schrijf ik columns voor het tijdschrift DANS, een vaktijdschrift voor mensen die zich met dansen bezig houden. Als ik dat aan mensen vertel, kijken ze me altijd vreemd aan. Mensen kennen me als een maatschappijbveschouwer, een cultuuranalist of een politieke commentator, maar dat ik iets te berde zou kunnen brengen als columnist van een danstijdschrift daar kan niemand zich een voorstelling van maken. Ikzelf aanvankelijk ook niet, maar omdat de redactie zo aandrong ben ik er aan begonnen. En eigenlijk vind ik het ontzettend leuk. Om maar een een cliché te gebruiken: er gaat een wereld voor je open. Daarom ben ik zeer trots dat Kunstfactor, de uitgever van het tijdschrift DANS besloten heeft om de beste columns van de afgelopen drie jaar in een heel aardig, leuk klein boekje te bundelen, zodat al die sceptische buitenstaanders die DANS natuurlijk nooit lezen nu ook zelf kunnen zien wat ik er van brouw. Hieronder het voorwoord van Wies Rosenboom, binnen Kunstfactor verantwoordelijk voor de sectie dansen.
‘Ik ben minister van Dans en dat zullen ze weten ook’ Zo eindigt Jos van der Lans zijn column in het juninummer van DANS. Hij vraagt zich in die column af wat hij zou doen als niet Ronald Plasterk maar hij minister van Dans zou zijn: er volgt een stortvloed van ideeën, die er uiteindelijk toe moet leiden dat zo ongeveer iedereen in Nederland de dansvloer weet te vinden, want dat zou de beste uitvoering zijn van het motto van het kabinet Balkenende: Samen Werken, Samen Leven.
Zo snel kan het dus gaan. Want toen de redactie van DANS de publicist/journalist Jos van der Lans begin 2004 benaderde om columns te schrijven, hield hij de boot nog af. ‘Ik weet van alles over de verzorgingsstaat, over de sociaal-culturele geschiedenis van Nederland, maar helemaal niks van dansen. Ik kan het zelf niet eens.’ Maar toen de redactie aanhield en zei dat het juist de bedoeling was om met een blik van een buitenstaander naar het dansen in Nederland te kijken, was zijn nieuwsgierigheid geprikkeld.
Zijn eerste column verscheen in de zomer van 2004 en drie jaar later waande hij zich dus al minister van Dans. Stuk voor stuk bieden zijn columns fascinerende inkijkjes in de wereld van de dans. Soms gaan ze over de taal van het dansen, dan weer over een voorstelling, vervolgens over seksualiteit, dan weer over nieuwe danspodia, vervolgens over dwarsverbanden en crossovers, dan weer over politiek. Ze zijn vrijwel altijd verrassend en vooral oppeppend. Hij roept de danswereld in bijna elke column op om voor verrassingen te zorgen, buiten de oevers van het theater te treden en de nieuwe media te bestormen. Als buitenstaander prikt hij heel wat vooroordelen door die er in de danswereld bestaan. Zo ook die van zichzelf. In zijn laatste column Dansgeheugen, die ook in het tijdschrift Werelddans is verschenen, stelt hij zijn eigen denkbeelden over volkdansen bij.
In de loop der jaren is er langzamerhand een rode draad in zijn columns ontstaan. Die zou je het best kunnen omschrijven als de poging om steeds opnieuw de verbinding te zoeken tussen de professionele theaterdans en de sociale amateurdans, tussen Dansen met een hoofdletter en dansen van gewone mensen, tussen het vakmatige en het plezierige, tussen het podium en de straat, tussen ballet en hiphop.
Precies om die verbinding is het Kunstfactor, waarin het Landelijk Centrum voor Amateurdans onlangs is opgegaan, ook te doen. Vernieuwing, verbinding en verrassing zijn parolen die Kunstfactor en Jos van der Lans met elkaar delen. Om daar uiting aan te geven, lag een bundeling van Van der Lans’ column ter gelegenheid van het vijfentwintigjarige bestaan van DANS en het vijfentwintigste Doe Dans Festival voor de hand. Misschien dat de echte minister van Dans er op die manier ook zijn voordeel mee kan doen.
Zie voor meer info: www.dansweb.nl
Kies een periode: augustus 2020
juli 2020
juni 2020
mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004