JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Via twitter (@josvanderlans, sinds oktober 2010) en onderstaand weblog (sinds augustus 2004) kunt u op hoogte blijven van artikelen en columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardig-heden.

Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb.



.

Reacties worden enorm op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - oktober 2009
De tien geboden van de wijkaanpak

Onlangs mocht ik in het Kontakt der Kontinenten in Soesterberg, lange tijd een broedplaats voor missionarissen, de dagsluiting verzorgen van een conferentie over de wijkaanpak. Dat leverde – hoe kon het ook anders - tien geboden op.


Toen het vierde kabinet-Balkenende uit de startblokken kwam was het duidelijk dat het succes van deze ploeg gevonden zou moeten worden in de probleemwijken van ons land. Interim-minister Winsemius had een mooie basis gelegd door zijn eigen WRR-rapport ‘Vertrouwen in de buurt’ in de strijd te werpen, de woningcorporaties waren met een ‘Antwoord aan de samenleving’ met honderden miljoenen over de brug gekomen en minister Vogelaar hoefde de bal alleen maar in te koppen. Het optimisme droop ervan af, en we namen ons voor om niet meer zo negatief over probleemwijken te spreken. De juiste aanduiding was: prachtwijken of krachtwijken of desnoods Vogelaar-wijken.
Inmiddels zijn we twee jaar verder, en moeten we constateren dat dit kabinet er een potje van heeft gemaakt. Onder aanvoering van Wouter Bos is de regering met honderden miljoenen gaan knoeien, waarbij het iedereen tegen het verkeerde been schopte. Per saldo had dat tot gevolg had dat het momentum totaal verdween. Wat er nu nog in de prachtwijken van de grond is gekomen is niet dankzij, maar ondanks de regering.
Deze tragedie heeft maar een voordeel. En dat is dat het overspannen optimisme over ‘de wijkaanpak’ er behoorlijk door getemperd is. De wijk had iets bovennatuurlijks gekregen, een soort sociale werkplaats waar alle maatschappelijke problemen tot oplossing zouden worden gebracht. Werkloosheid, armoede, achterstanden, integratie, emancipatie – samen met bewoners komen ‘we‘ er in de wijken wel uit.
Vergeet het maar. Eigenlijk is dat de kortste samenvatting van twee adviezen die de regering onlangs mocht ontvangen van respectievelijk de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (De wijk nemen. Een subtiel samenspel van burgers, maatschappelijke organisaties en overheid) en de VROM-raad (Stad en wijk verweven. Schakelen, verbinden en verankeren in de stad). Beide adviezen proberen de wijkaanpak met de voeten op de vloer van de stad te zetten. De RMO waarschuwt tegen overspannen verwachtingen en wil geen wijkkeurslijf voor professionals en al helemaal geen handboek wijkaanpak. De VROM-raad denkt door over hoe de schaalniveaus van wijk en stad zich tot elkaar verhouden, en vooral hoe je daartussen kunt schakelen. Centraal in dat advies staat dan ook niet zoiets als wijkleefbaarheid, maar ‘stedelijkheid’.
Het zijn interessante rapporten, die tot discussie uitnodigen. Daartoe diende de conferentie ‘Meer dan de wijk’ die beide adviesorganen, samen met KEI/NICIS, op 9 oktober hadden georganiseerd in het Soesterbergse conferentieoord dat sinds mensenheugenis luistert naar een naam die ruikt naar missionarissen: Kontakt der Kontinenten. Mij was die dag ook een soort missionarisrol toebedacht: ik mocht na een programma met tal van workshops bij wijze van afronding de dagsluiting doen. Wat was mij na lezing van de adviezen en het volgen van de discussies opgevallen? Welke boodschap had ik voor de wijkaanpak in Nederland? Zo kwam ik tot de volgende tien wijkgeboden.

1. Weg met de wijkromantiek
Eigenlijk geldt: naarmate wijken meer veranderen (door schaalvergroting, modernisering, individualisering, heterogenisering), wordt er meer over gesproken. We beginnen iets te zien op het moment dat het er niet meer is. We willen van de wijk weer het oude beschermde dorp in de stad maken (heel, schoon, veilig). Dat is achterhaalde romantiek. Wijken zijn paradoxale eenheden, die om nieuwe begrippen vragen. Sociale cohesie bijvoorbeeld heeft iets nostalgisch, terwijl een begrip als ‘afstandelijke familiariteit’ (van Talja Blokland) meer begrip toont voor wat moderne stedelijkheid is.
2. Stop met de mythe van ‘de’ bewoners
Het is modieus mantra: de bewoners moeten centraal staan. ‘De’ bewoners bestaan niet. Waar het om gaat is dat professionals echt kennis hebben van wat er leeft en in staat zijn mensen in hun kracht en vermogen aan te spreken. Dat is heel wat anders dan ‘de’ bewoners een beslissende stem toedichten. Wie dat mantra blijft herhalen, zaait teleurstelling en onbegrip.

3. Zorg voor spinnen in het web
De wijkaanpak draait om mensen, niet om instanties. Het gaat om contacten, niet om vergaderingen. Het gaat om professionals die aanwezig zijn, mensen met elkaar kunnen verbinden, herkend worden op straat, die spinnen in het wijkweb zijn.

4. Stop de projectenwedloop
Vogelaar wilde alleen ‘nieuwe’ projecten. Dus maakte de zoek- en vervangprogramma’s overuren en kregen we na een nieuwe nietjesronde wijkactieplannen die uitpuilden van nieuwe projecten. Met alle regie- en afstemmingsproblemen vandien. En dan zwijgen we nog over de onmogelijkheid om deze projecteninflatie op haar effectiviteit te onderzoeken. Hoe minder projecten, hoe beter de wijkaanpak werkt.

5. Zorg voor slagbomen en wildroosters
Elke wijkaanpak is nep als alle instanties in feite hun eigen ding doen en met elkaar vergaderen om een en ander af te stemmen. Dat is gewoon dagelijks werk. In een wijkaanpak committeren alle partijen zouden zich aan een gezamenlijk doel, bijvoorbeeld het verbeteren van het onderwijs- en opvoedingsklimaat, en maken hun activiteiten daaraan dienstbaar. Wie dat ene doel niet dient, passeert de wildroosters en slagbomen van de wijk niet meer.

6. Breng cultuur de wijk in
Eind 19e eeuw werden studenten arme wijken in gestuurd om zich onder het volk te bewegen en kennis en beschaving te verspreiden. Tegenwoordig zijn het kunstenaars die in broedplaatsen en cultuurvoorzieningen in wijken cultuur brengen. Cultuur maakt een wijk verrassender. Het brengt stedelijke dynamiek in een wijk. Wijkaanpak moet een wijk niet alleen aantrekkelijker maken voor bewoners, maar juist ook voor niet bewoners.
7. Creëer bijzondere ontmoetingsplekken
De Indische buurt in Amsterdam heeft sinds een paar jaar Studio K en een Stay Oké-Hotel in een gebouw. Dat werkt, de wijk wint aan aantrekkelijkheid, plus aan stedelijkheid want de autodiefstallen nemen fors toe. Wie een wijk op de kaart wil zetten, moet een publieke plek van niveau creëren. Dat kan ook een plein zijn, een markt, een winkelcentrum. De wijk moet een dynamisch stedelijk knooppunt vormen in het grotere weefsel van de stad.

8. Maak een kettingreactie mogelijk
Blauwdrukken zijn dodelijk. Zorg dat de ene verandering de volgende kan uitlokken. Hou ruimte open voor later. Durf een politiek van tijdelijkheid aan te gaan. Zet een wijk niet meteen vast voor de komende twintig jaar. Zorg dat deze kan blijven bewegen.

9. Bedenk het zelf
Hou op met al die deskundigen uit te nodigen. Creativiteit is niet te koop. Bovendien: elke wijk is anders, elke wijk vraagt om zijn eigen originaliteit. Met het kopiëren van ideeën van anderen kopieer je niet de gedrevenheid. Die moet je toch echt zelf opbrengen. Vermijd clichématige vernieuwing op papier, jaag op goede ideeën, organiseer enthousiasme.

10. Gedurfde plannen vragen om een gedurfde organisatie
Als je alleen al de lijst van organisaties ziet die bij een wijkactieplan betrokken zijn, word je al moe. Je ziet de vergaderingen en afstemmingsoverleggen al voor je om het integraal werken te bevorderen. En dan zijn het vaak ook nog parttimers die hun beperkte uren over meerdere wijkaanpakken verdelen. Dat is bouwen op institutioneel drijfzand. Daadkracht moet je organiseren.

Deze column verschrijnt in het november-nummer van TSS – Tijdschrift voor sociale vraagstukken. Zie ook dit weblog van 9 oktober.

De choreograaf

Als ik met schrijven begin, het programma Word start, staar ik tegen een blanco beeldscherm. Dat is dan mijn werkveld, daar moet het op gebeuren. Dat blanco begin is ook een beetje een unheimisch moment. De ruimte moet immers wel gevuld worden, de deadline staat te wachten. Zou het weer lukken?
Daarom was mijn oog in de tv-gids bij het woord Blanco blijven hangen. Met dat woord heb ik wat. De documentaire ging weliswaar niet over schrijven, maar over het werk van de choreografe Conny Janssen. Volgens de aankondiging legt Blanco, gemaakt door cineaste Sonia Herman Dolz, het allereerste begin van een choreografie bloot. Dat eerste begin, de overgang tussen beweging, dans en uiteindelijk een choreografie is altijd moeilijk uit te leggen, aldus Conny Janssen: "De film laat de eerste aanzet tot beweging zien, de eerste vonk van inspiratie tussen de danser en mij. Dat proces blijft altijd voor iedereen verborgen. Blanco heeft dat moment nu gevangen."
Dat fascineerde me meteen. Want ik vraag mij bij dansvoorstellingen vaak af hoe de choreograaf dat nu doet. Hoe gaat hij/zij om met zijn blanco dansscherm? Bedenkt hij/zij elke beweging, zoals ik elke zin zelf opschrijf? Is de choreograaf een soort schrijver van danstaal? Of een coach die overgeleverd is aan de grillen van de dansers?
In de documentaire Blanco zien we Conny Janssen zich in het zweet werken met haar dansers. Je ziet ze eigenlijk niet praten, taal is bijna hinderlijk. Wat je hoort is gestampt, gedrentel van voeten, gesteun, ruizende lichamen. ‘Je maakt muziek met je adem’, zegt Janssen op een gegeven moment, een zin waar ik als schrijver apetrots op zou zijn, maar die Janssen bijna achteloos fabriceert.
De zinnen die Conny Janssen schrijft zijn bewegingen. Ze schildert haar dansers, ze kneedt lichamen, ze creëert beweging op beweging en componeert danser na danser, stukje bij beetje een voorstelling. Maar waar een schrijver zijn zinnen op het beeldscherm ziet staan en ze achteloos aanpast, herschikt, omvormt of schrapt, moet Janssen al die bewegingen in haar geheugen opslaan. Als een van haar dansers een serie prachtige bewegingen maakt roept Janssen verrukt, maar tegelijkertijd bijna in paniek: ‘Zo mooi, beautiful, kan je het nog een keer doen, want ik heb het niet onthouden.’
In de documentaire zie je Janssen steeds werken met een van haar vijf dansers met wie ze een voorstelling aan het maken is. Je ziet eigenlijk niet hoe ze van de vijf afzonderlijke dansers een gezamenlijk geheel maakt. Je ziet de inspannende, zwetende onderonsje tussen de choreograaf en de danser. Uitproberen, opnieuw, beetje anders, herhalen, stop, vanaf het begin, opnieuw.
Het is inspannend, maar voor de dansers ook gewoon werk. Documentairemaker Sonia Herman Dolz benadrukt dat door de dansers ook thuis te filmen, waar je ze een eitje ziet bakken, met een baby ziet knuffelen, onder de douche ziet staan of aan een tafel ziet zitten. Niets menselijks is deze lichamen vreemd, lijkt de cineaste te willen zeggen.
Conny Janssen daarentegen zie je geen eitje bakken. Je ziet haar of met een danser aan de slag of in haar eentje oefenen, peinzen, bewegen, tjik, tjak. Een choreograaf kent geen kantoortijden. Waar haar dansers thuis ontspannen acherover leunen is de choreografe altijd aan het componeren. De opgeslagen bewegingen worden in gedachten honderdduizend keer afgespeeld, veranderd, aangepast.
Dat herken ik. Als ik met een tekst bezig ben, laat deze je ook niet los. Soms word ik midden in de nacht wakker en dan schiet me ineens een overgang naar een volgende alinea te binnen. Ik vrees dat Conny Janssen dat ook wel eens overkomt.
Maar het heeft ook iets tragisch. Als dansen the hidden language of the soul is, een uitspraak die aan het begin van de documentaire prominent in beeld wordt gebracht, dan kan een choreograaf, in tegenstelling tot de schrijver, deze taal nooit zelf spreken. Hij/zij moet zijn ziel en zaligheid verkopen aan zijn dansers, die welbeschouwd gewoon hun werk doen en na afloop eitjes bakken. Dat vereist inspirerende overtuigingskracht van de choreograaf en professionele onderdanigheid van de danser.
Voor hen is een blanco begin elke keer weer een ongewis, misschien zelfs wel onmogelijk avontuur. Want kan je je ziel in andersmans lichaam planten? Ik zou er gek van worden. Waar Janssen overgeleverd is aan haar dansers, is de schrijver uiteindelijk alleen aan zichzelf overgeleverd. Toen de prachtige documentaire voorbij was, telde ik dan ook mijn zegeningen en schreef zonder ook maar een zweetdruppel dit stukje. Dankzij Blanco realiseerde ik me ten volle dat schrijven eigenlijk een fluitje van een cent is.

Deze column verschijnt in het novembernummer van Dans Magazine.
Dag van de geschiedenis van het Sociaal Werk 2009

Symposium
in het kader van
de dag van de geschiedenis van het Sociaal Werk 2009

BUURT EN WIJK: BAKERMAT VAN SOCIALE ZORG
EEN ACTUEEL THEMA IN HISTORISCH PERSPECTIEF


Vrijdag 6 november 2009, 14.00 – 16.30 uur.
Hogeschool Utrecht, Faculteit Maatschappij & Recht,
Theaterzaal Heidelberglaan 7 te Utrecht.
U bent welkom! De toegang is gratis.

Wel graag aanmelden i.v.m. de catering:
Stuur een e-mail aan maarten.vanderlinde@hu.nl

PROGRAMMA

13.30 uur
Inloop, koffie en thee.

14.00 uur
OPENING
Maarten Hageman, historicus en directeur Faculteit Maatschappij & Recht.

14.05 uur
JOHANNA TER MEULEN, BUURTMAATSCHAPPPELIJK WERKSTER, 1894
Maarten van der Linde, docent/onderzoeker Instituut voor Social Work.

14.15 uur
BETER EEN GOEDE BUUR DAN EEN VERRE VRIEND
Llewellyn Bogaers, expert op het gebied van het sociale leven in laatmiddeleeuws Utrecht.
15.00 uur
Vragen aan Llewellyn Bogaers.

15.15 uur
Pauze

15.40 uur
BARTHOLOMEUS GASTHUIS, HUIS IN DE WIJK
Corrie Verstoep, projectleider Bartholomeus Gasthuis – Huis in de Wijk.

15.50 uur
DE JANUSKOP VAN LOKALE ZORG, HET SAMENGAAN VAN INSLUITEN EN UITSLUITEN TOEN EN NU.
Jan Steyaert, lector Fontys Hogeschool en redacteur www.canonsociaalwerk.eu

16.00 uur
WAT WE VAN DE GESCHIEDENIS KUNNEN LEREN
Jos van der Lans, publicist en redacteur www.canonsociaalwerk.eu

16.10 uur DISCUSSIE: WAT HOORT ER THUIS IN DE GESCHIEDENIS VAN SOCIAAL WERK

16.30 uur
Afsluiting, drankje.

Werkconferentie RMO-VROM-raad 'Meer dan de wijk'
Vandaag vond in Soesterberg in het Kontakt der Kontinenten de werkconferentie 'Meer dan de wijk' plaats. Aanleiding waren twee rapporten van de beide adviesraden over de wijkaanpak. Aan mij de eer om het congres af te sluiten. Klik voor mijn presentatie hier.

Rochdale (1): Samenzwering van het zwijgen

Conspiracy of silence – die woorden vatten het heftige onderzoekrapport dat het ziekenhuis Medisch Spectrum Twente in september uitbracht over het jarenlang disfunctioneren van de neuroloog Jansen Steur treffend samen. De specialist stapelde fout op fout terwijl zijn collega’s het lieten gebeuren. Ze wisten het wel, maar hielden zich aan de ongeschreven wet dat je je niet met elkaar bemoeit – de samenzwering van het zwijgen.
Dat is een wijdverbreid verschijnsel in de publieke sector, niet alleen tussen professionals, maar ook tussen professionele organisaties. Ook in de corporatiewereld! Herinnert u zich nog de strapatsen van Hubert Möllenkamp (rechts op de foto), directeur-bestuurder van de Amsterdamse corporatie Rochdale? Niemand van zijn collega’s die zich geroepen voelde om de doordravende Hubert een keer toe te spreken. Dat doe je niet.
Ook vandaag niet. Want na alle commotie startte er in november een officieel onderzoek naar het functioneren van de (inmiddels afgetreden) Raad van Commissarissen in deze affaire. Interessant, zou je denken, daar kan iedereen wat van opsteken. Helaas toen het rapport in juni klaar was, werd dat door de nieuwe toezichthouders niet – zoals men bij het Twentse ziekenhuis wel deed - in de openbaarheid gebracht, maar van het stempel ‘NIET OPENBAAR’ voorzien. Het rapport maakte weliswaar gehakt van het toezicht op Möllenkamp, maar gaf zich, zo meenden de mensen die het nu voor het zeggen hebben, onvoldoende rekenschap van externe omstandigheden. Tja…
Dat de huurders en werknemers van Rochdale, de collega-corporaties in Amsterdam en de sector als geheel recht hebben om kennis te nemen van wat er allemaal mis ging, doet er kennelijk niet toe. Dat er miljoenen aan publiek vermogen zijn verspild, daar moeten we maar even niet moeilijk over doen. Dat het imago van de sector behoorlijk geschaad is, soi. Sorry, maar nu eerst even orde op zaken stellen.
De heren kunnen zich deze nonchalance veroorloven, omdat ze weten dat niemand er wat van zegt. De pers leidt aan een korte-termijngeheugen en is het onderzoek allang vergeten en de collega-organisaties bemoeien zich er per definitie niet mee. Ieder zijn eigen sores, is het motto. In Twente noemden ze dat dus de conspiracy of silence. Zoveel zelfinzicht ben ik in de corporatiesector nog niet tegengekomen.
Deze column verschijnt op 8 oktober in het Aedes Magazine.

Rochdale (2): de reactie van Gerard Erents
Bij mijn column die op 8 oktober gepubliceerd wordt in het Aedes Magazine (zie hieronder) is interimbestuurder Gerard Erents van Rochdale in de gelegenheid gesteld om een reactie te plaatsen. Op zichzelf een beetje vreemd. Mag vanaf heden iedereen waarover in een column in het Aedes Magazine een kritische noot wordt gekraakt in een kadertje naast de column zijn gelijk halen? Maar goed, de hoofdredacteur heeft mij daarover gebeld en mij is het te doen om de discussie, als ik mijn punt mag maken, dan gun ik hem zijn weerwoord. Dus stond er het volgende kadertje naast mijn column.
Afspraak is afspraak

Beste Jos,

Naar aanleiding van je column hierbij mijn reactie.
Je beschuldigt Rochdale (RvC, externe toezichthouders en RvB) van het verdoezelen van de waarheid. Niets is minder waar. In overleg met het ministerie is aan Bureau Vlug de opdracht verstrekt tot het onderzoek naar de invulling en uitvoering van het toezicht in relatie tot hetgeen hieromtrent in het BBSH en de Governancecode woningcorporaties geregeld is. Bij deze opdrachtverstrekking is afgesproken dat het rapport ter beschikking wordt gesteld aan de RvC, de ad-interim voorzitter van de RvB, de begeleidingscommissie en de minister van WWI. De minister heeft de bevindingen van het rapport gebruikt om de Kamer te informeren en heeft tevens meegedeeld dat de toezichthouders niet op de juiste wijze toezicht hebben gehouden en dat hij hier in zijn vervolgbeleid inzake toezicht rekening mee zal houden. Hierover is in de pers gepubliceerd.
Overigens zijn de toezichthouders al in februari 2009 afgetreden. Hiervan wordt in het jaarverslag 2008 van Rochdale ook melding gemaakt.
Mijn conclusie is dan ook dat jij ons ten onrechte beschuldigt van het weghouden van feiten. Ik betreur dit zeer, omdat Rochdale er alles aan doet om schoon schip te maken en wij het principe hanteren dat wij ons aan onze afspraken houden.

Gerard Erents
bestuursvoorzitter ad-interim Rochdale, Amsterdam
Als ik voorlichter zou zijn geweest bij Rochdale had ik mijn bestuurder ten sterkste afgeraden deze reactie te plaatsen. Ik begrijp niet zo goed welk doel Erents hiermee denkt te dienen. Behalve dan dat zijn repliek een stevige bijdrage levert aan de attentiewaarde en nieuwsgierigheid. Waarvoor dank.
Want zijn repliek verduidelijkt helemaal niks en roept alleen maar meer vragen op. Nog even afgezien van het feit dat ik Rochdale nergens heb beschuldigd van het verdoezelen van de waarheid (ik heb het rapport immers niet kunnen lezen, dus ik kan dar niet beoordelen), geeft Erents in het geheel geen antwoord op de kernvraag waarom het rapport niet openbaar wordt gemaakt. Ja, dat oude toezichthouders niet volgens het boekje hebben geopereerd wisten we al, dat is een open deur. En dat de minister over de bevindingen van het rapport met de pers zou hebben gecommuniceerd, zou best kunnen (ik heb dat overigens niet kunnen achterhalen, op de site van Rochdale noch op die van Vrom wordt daar melding van gemaakt, bij Rochdale staatr sowieso niks over het afwikkelen van deze kwestie).
Maar daar gaat mijn column echter niet over. Het gaat in mijn column om een principiële kwestie, namelijk waarom het publiek (huurders, Rochdale-medewerkers, de gemeentelijke overheid, zakelijke partners) wel een evidente conclusie mag vernemen, maar niks mag weten van de precieze toedracht en dus niet in de gelegenheid wordt gesteld om zelf daar een oordeel over te vormen. We hebben niks te verbergen, zegt Erents, maar we vertellen niet alles. Het zal aan mij liggen, maar echt geloofwaardig klinkt dat niet.
En waarom mogen we niet geïnformeerd worden? Afspraak is afspraak, zegt Erents. Maar hij zegt er niet precies bij wat die afspraak dan is. Hij schrijft: ‘Bij deze opdrachtverstrekking is afgesproken dat het rapport ter beschikking wordt gesteld aan de RvC, de ad-interim voorzitter van de RvB, de begeleidingscommissie en de minister van WWI.’ De lezer moet daar zelf uit concluderen dat daar kennelijk bij afgesproken is dat het rapport niet aan anderen zou worden verstrekt. Als dat toen al zo expliciet geregeld is, dan was het wel zo eerlijk geweest om dat dan ook vanaf het begin te melden. Nu heeft zelfs Rochdale aan de suggestie meegewerkt dat het hier een openbaar rapport zou zijn, terwijl zij wisten dat dat nooit het geval zou zijn. Dat is niet erg netjes. Had dan lef gehad en gezegd: Dames en heren, ongerust publiek: we zullen de zaak tot op de bodem uitzoeken, alleen zullen wij de precieze toedracht onder ons houden.
Bovendien veronderstelt de stelling van Erents dat ook de minister in februari al wist dat het rapport nooit openbaar zou worden. Dan heeft hij of de Kamer daarover niet goed geïnformeerd, of het klopt niet. Logischer lijkt het mij dat de minister helemaal niet bij die afspraak betrokken is geweest (die moet dan immers bij de opdrachtformulering in november 2008 al gemaakt zijn, de minister speelde toen nog geen rol). Kennelijk is toen wel afgesproken dat het rapport ook zou worden aangeboden aan de minister. Dat betekent dat de minister eigenlijk vanaf het begin een eigen afweging zou kunnen en mogen maken om het openbaar te maken. Helaas heeft hij dat kennelijk niet goed begrepen en heeft in een later stadium het verzoek tot vertrouwelijkheid van Rochdale direct overgenomen.
Enfin, het belangrijkste is dat Erents tegen mij zegt: Beste Jos, we hebben niks te verbergen. Daar past maar een antwoord op:
Beste Gerard,

Als er niets te verbergen valt, wat weerhoud je er dan nog van om mij het rapport te overhandigen.
Daarvoor maak ik graag een afspraak met je.

Met volkshuisvestelijke groeten,

Jos van der Lans
Zie ook een weblog-notitie naar aanleiding van een eerder telefoongesprek met Gerard Erents op maandag 28 september

Presentatie Canon in de RAI





Op 24 september werd de Canon Sociaal Werk tijdens het congres Welzijn Nieuwe Stijl officieel aangeboden aan staatssecretaris Jet Bussemaker. Dat gebeurde symbolisch door de staatssecretaris een tas te geven met historische documenten die je eigenlijk niet meer in je boekenkast of archief hoeft te bewaren, omdat ze vanaf nu op de Canon-site toegankelijk zijn. De fotograaf Ad Hupkes maakte daarvan bovenstaande impressie. Kijk voor de inhoud van de dag even op het weblog van 24 september.

WBS-discussie: corpo's en sociaal-democratie


UITNODIGING

Nu het politieke seizoen weer begonnen is, laat ook de WBS-werkgroep Geschiedenis zich weer horen. Graag nodigen wij u uit voor de bijeenkomst Woningcorporaties in een historisch spanningsveld die op 13 november in groeistad Almere zal plaatsvinden.

Woningcorporaties staan in het brandpunt van de belangstelling. Of het nu gaat om de opzienbarende salarissen van bestuurders of het aantal huurwoningen dat (niet) wordt gebouwd, de corporaties geven steeds weer aanleiding tot discussie. Bovendien klinkt steeds vaker het appel op de zogenaamd geprivatiseerde woningcorporaties om een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid van de wijken. Zulke oproepen eindigen vaak in discussies over publieke taken en private belangen van de corporaties. Want hoe zit dat nu eigenlijk? Staat noch markt – wat is een woningcorporatie dan wel?

Ook in het verleden was de maatschappelijke rol van woningcorporaties aan veel discussie onderhevig. Een excursie naar de wortels van deze organisaties laat zien hoe de corporaties steeds veranderden, al naar gelang de heersende politieke voorkeuren en de maatschappelijke processen waarin zij zich bevonden. Vanuit dit historische perspectief zal bovendien blijken hoe onze interpretaties van het publieke en private belang mee veranderden.

Voor deze verkenning van het historische spanningsveld rondom woningcorporaties heeft de werkgroep Geschiedenis van de WBS twee historici en een praktijkdeskundige uitgenodigd. Onder leiding van PvdA-wethouder Adri Duivesteijn zullen zij reflecteren op het actuele debat rondom woningcorporaties. Wouter Beekers, die als historicus aan de Vrije Universiteit de maatschappelijke positie van woningbouworganisaties onderzoekt, zal een algemene inleiding verzorgen. Jos van der Lans, auteur van het in 2008 verschenen Het rode geluk. Een geschiedenis van de Algemene Woningbouw Vereniging, zal vervolgens ingaan op de historische relatie tussen woningcorporaties en sociaal-democratie. Aan de hand van beide betogen zal vervolgens Leo Gerrichhauzen reflecteren op de hedendaagse situatie, die hij als bestuurskundige van nabij kent. Tot slot zal er ruimte zijn voor vragen en discussie.

Wij hopen u op vrijdag 13 november bij deze bijeenkomst te mogen begroeten. De bijeenkomst duurt van 15.00u tot 17.00u en zal plaatsvinden in het Centrum voor Architectuur, Stedenbouw en Landschap (CASLa, www.casla.nl ) te Almere (op 10 minuten van het station). Wilt u zich van tevoren wel even aanmelden via wg-geschiedenis@wbs.nl of 06-21226648?

Een verslag van deze bijeenkomst ku lezen op de site van de Wiardi Beckman Stichting.

Paardenstaart

Paulus de Wilt. Welke GroenLinkser kent hem niet? Deze voorman van Kritisch GroenLinks, was jarenlang directeur van het hoofdstedelijke partijbureau, maar sinds een paar jaar is hij wethouder in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart. Hij moet niks van Femke’s linkse vrijzinnigheid hebben en staat in de partij bekend als klassieke socialist. In die hoedanigheid loopt hij vaak te hoop tegen onze partijgenoten in de Tweede Kamer.
Maar hij is misschien nog wel bekender door zijn onafscheidelijke paardenstaart, die het keurmerk is van zijn imago. Paulus en staart zijn onafscheidelijk. Niet iedereen is daarvan even gecharmeerd, toen hij kandidaat was voor het wethouderschap meenden sommigen dat hij onvoldoende representatief was. Maar daar trok de stoïcijnse De Wilt zich - terecht - niets van aan.
Onlangs kwam ik Paulus tegen en ik had het pas in de gaten toen hij zijn hoed afzette. Nu heb ik nog nooit een stukje geschreven omdat iemand naar de kapper is geweest, maar dit was zo’n schokkend, ongelooflijk moment in de geschiedenis van GroenLinks dat ik een uitzondering maak om de leden van GroenLinks kond te doen van een politiek mirakel: Paulus de Wilt heeft zijn paardenstaart afgeknipt en zich helemaal kaal laten scheren.
Ik was zo verbaasd, dat ik geheel vergeten ben hem te vragen wat er met zijn paardenstaart is gebeurd, want ik ben van mening dat deze onmiddellijk een plek moet krijgen in het GroenLinks Museum. Want deze paardenstaart was niet zomaar een paardenstaart. Het was een Pacifistisch Socialistische Paardenstaart. Het staartje symboliseerde een historische groep geestverwanten die zich in de hoekse en kabeljauwse twisten van de partij sinds jaar en dag als morrende kracht manifesteerde. Paulus de Wilt zijn staartje was de laatste navelstreng met het pre-GroenLinkse tijdperk.
Het wegknippen van zijn paardenstaart is daarom niet een achteloos modieuse handeling, maar een groots politiek gebaar, zoals alleen grote leiders kunnen opbrengen. De daad was een soort begrafenis. Een bewust afscheid van een bloedgroep. Toen Paulus de Wilt uit de kappersstoel opstond en zichzelf staartloos en kaal in de spiegel bewonderde, zag hij een andere partij. Frisser, guitiger en toch rebels. En hij dacht: dat had ik eerder moeten doen.

Deze column verschijnt in het oktobernummer van het GroenLinks Magazine.

Stem voor MUSEUM DOLHUYS





Klik voor meer informatie over Het Dolhuys hier

Geschiedenis Online Prijs


De afgelopen maanden is, zoals de trouwe lezer van dit weblog inmiddels weet, hard gewerkt aan de verbetering van de Canon Sociaal Werk. Het resultaat mag er zijn, zeker nu ook de Vlaamse ‘afdeling’ van de Canon klaar is gekomen. De reacties zijn positief. Zaak is nu dat de Canon ook gebruikt gaat worden: als naslagwerk, als onderwijsmateriaal in het beroepsonderwijs. Ook in dat opzicht bereikt de redactrie goede berichten.
De Canon kan echter wel nog wat meer ‘naambekendheid’ gebruiken. Het zou daarbij helpen als ook deskundigen zich positief over de kwaliteit van de Canon uitspreken. Daartoe doet zich een mooie gelegenheid voor, nu het Historisch Nieuwsblad in januari een prijs gaat uitreiken voor de beste historische site: de geschiedenis online prijs. Daarvoor wil www.canonsociaalwerk.eu graag genomineerd worden. Hoewel het geen kwestie is van de meeste stemmen gelden (gelukkig maar), helpt het als we vaker dan alleen maar door redactieleden voorgedragen worden. Dus als u het een goede site vindt, dan kunt u de Canon aan melden bij: Geschiedenis Online Prijs

Kies een periode: augustus 2020
juli 2020
juni 2020
mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004