JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Via twitter (@josvanderlans, sinds oktober 2010) en onderstaand weblog (sinds augustus 2004) kunt u op hoogte blijven van artikelen en columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardig-heden.

Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb.



.

Reacties worden enorm op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - december 2019
Leuk: Radboud Magazine brengt langdurige vriendschappen in beeld


Klik op de afbeelding of hier voor een pdf van het artikel.

Dit is de leven - prachtdocu van Romana Vrede over haar zoon Charlie e.a.
Column over sociaal werk en collectiviteit


On speaking terms


Nu we ons opmaken voor het eerste lustrum van de decentralisaties en daaruit voortgekomen ‘transformatie’ van het ‘sociale domein’ moeten we constateren dat de beloofde heruitvinding van de ‘sociaal werker’ met als kleinschalige werkorganisatie het wijk- of buurtteam niet overal even grondig uit de verf is gekomen. Om het voorzichtig uit te drukken.

Het probleem zit hem vooral in wat wel de collectieve dimensie van het sociaal werk genoemd wordt. In de sociale wijkteams zou het niet alleen moeten gaan om individuele ondersteuning, maar die zorg zou juist ook verbonden moeten worden met de context van de wijk, met lokale sociale netwerken, met welzijnsvoorzieningen en buurtinitiatieven. Vandaar ook de naam: wijkteams. Simpel gezegd: in de arena van een overzichtelijke gebied zouden sociaal-maatschappelijke professionals en opbouwwerkers elkaar moeten aanvullen en versterken. Onderzoeker Marcel Spierts die hier onlangs een mooi rapport over schreef , haalt in dit verband graag de Amerikaanse socioloog Wright-Mills aan, die een wijkteam zou definiëren als een vehikel ‘to translate private troubles into public issues’.

Dat blijkt nu gemakkelijker opgeschreven dan in de praktijk gebracht. De opbouwwerkers voelen zich nogal eens een roepende in de woestijn, en zijn in sommige steden al weer uitgetreden. De hulpverleners reageren stekelig als de kwestie aan de orde is: moeten wij dan opbouwwerkers worden!? Het is klaarblijkelijk heel moeilijk om tot elkaar te komen.

Vreemd is dat niet. We hebben een halve eeuw weinig anders gedaan dan deze vormen van sociaal werk uit elkaar trekken. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was de maatschappelijk werker enig in zijn soort – er was eigenlijk niks anders. In de ontluikende verzorgingsstaat en onder invloed van een aantal (Marshall-hulp) studiereizen naar de Verenigde Staten kreeg het maatschappelijk werk verschillende kleuren: het social casework (individueel), het social groupwork (groepsgericht/categoraal) en de community organization (in het Nederlands vertaald als samenlevingsopbouw).

Aanvankelijk was dat nog een grote professionele – weliswaar verzuilde – familie. Maar toen de wilde jaren zestig en zeventig op gang kwamen werden het meer en meer aparte specialisaties die gevoed werden door verschillende financieringsstromen en waarvoor aparte organisaties in het leven werden geroepen. De poging om dat in een grote familiaire professionele beroepsorganisatie onder te brengen, de Nederlandse Organisatie van Welzijnswerkers, liep midden jaren tachtig uit op een totale mislukking, niet in de laatste plaats door regelrechte obstructie van de voormannen van het maatschappelijk werk, die zich liever als therapeut gefinancierd zagen (door de AWBZ) dan overgeleverd te worden aan de welzijnsgrillen van gemeenten. Dat het met zo’n geschiedenis niet meteen koek en ei is in de wijkteams behoeft dus geen verbazing.

Maar waarom zou het nu wel moeten lukken? Eigenlijk precies om de reden waarom het is ontstaan: het werken met individuen, met groepen of gemeenschappen (tegenwoordig: netwerken) is geen poging geweest om daar verschillende soorten professionals van te maken, maar is ontstaan als dimensies van een en hetzelfde vak: toen heette dat maatschappelijk werk, nu noemen we dat sociaal werk. Een woeste geschiedenis van ontzuiling, democratisering, radicalisering heeft dat vak uiteengerukt, verknipt en verkokerd, maar dat is – laten we eerlijk zijn - weinig succesvol gebleken, en met de transitie van het sociaal domein keert het sociaal werk op haar schreden terug.

De wijkteams hebben daar vooral een organisatorische basis voor geleverd. Dat blijkt niet voldoende. De zuigkracht van individuele – vaak ook nog financiële - problematiek is enorm; de acties die opbouwwerkers in huis hebben leveren daarvoor niet bepaald soelaas. Dat is precies de weinig productieve groef waar nogal wat wijkteams in terecht zijn gekomen. Ze ontberen een taal om tot elkaar te komen. In de taal die hen zou moeten verbinden spelen echter niet professionals de hoofdrol, maar betekenisvolle anderen: burgers, buurtbewoners, familieleden, mensen uit sociale netwerken. In die taal krijgen individuele problemen altijd een relationele en sociale context, in die taal gaat het om het inschakelen van hulpbronnen in de aanpak van individuele problemen en de preventie daarvan. In die taal wordt het private (en afgezonderde) domein verbonden met het publieke (gedeelde) domein, worden private problemen us ook publieke kwesties. Met zo’n taal kunnen individuele hulpverleners en collectieve opbouwwerkers on speaking terms komen.

Maar dan moet zo’n taal wel voorhanden zijn, geleerd en gesproken gaan worden. Daar heeft het tot nu toe op veel plaatsen aan ontbroken. Dat lijkt mij dus een mooie opgave voor de komende vijf jaar.


Deze bijdrage verscheen in het Tijdschrift voor sociale vraagstukken, nr. 3/2019.
Column Huurpeil - het verkwanselen van de volkshuisvesting


‘Best wel een lekker ding’

Deze zomer haalde Volkskrant-columnist Frank Kalshoven de woede van de volkshuisvestelijke goegemeente op zijn hals door te beweren dat de verhuurdersheffing ‘best wel een lekker ding is’. De redenering van Kalshoven was van een verbluffende eenvoud. Wie rijk is, dat wil zeggen vermogend, moet belasting betalen. Of dat nu personen of ideële instellingen zijn, doet er niet toe. Dus ook woningcorporaties, die immers zeer vermogend zijn, moeten hun bijdrage leveren. Bovendien kunnen de corporaties best aan geld komen. Kalshoven: ‘Een rijke huisbaas zonder cash kan twee dingen doen: de huren verhogen of bezit verkopen. En dat is dan ook precies wat corporaties doen.’

Dat is helemaal niet erg, aldus de Volkskrant-econoom. Verkopen moet kunnen: ‘daar wordt de corporatiesector alleen maar een pietsje kleiner van. Het aantal sociale huurwoningen is al tien jaar 2,4 miljoen stuks, met minieme veranderingen.’ En huurverhogen? Dat kan ook best: ‘Sociale huren’, aldus Kalshoven, ‘ zijn erg laag in Nederland, en voor mensen met een smalle beurs is er huurtoeslag. Huurverhogingen dragen bij aan de normalisering van de Nederlandse woningmarkt.’

Kalshovens column werkte als een rode lap op een stier. Zo ongeveer elke corporatiebestuurder die niet op vakantie was, kroop in de pen om in opinieartikelen, op twitter of waar het maar kon de columnist de les te lezen. Er gaan wel vier maanden huur naar de overheid, door de verhuurdersheffing kunnen we niet bouwen, stagneert de woningmarkt, et cetera. Ik hoef de argumenten niet te herhalen, het mantra is inmiddels bekend. Wat mij echter opviel is dat de harde kern van het betoog van Frank Kalshoven nagenoeg onweersproken bleef. Zou dat komen omdat die manier van denken in corporatiekringen eigenlijk allang gemeengoed is geworden?

Laat ik een voorbeeld noemen. Ik hoor nog een Amsterdamse corporatiebestuurder een jaar of tien geleden doodleuk vertellen dat hij het eigenlijk onredelijk vond dat er in het centrum van Amsterdam huurwoningen waren waar mensen voor weinig geld op de mooiste en duurste plekken woonden. Ik vond dat destijds verbijsterend. Hoezo onredelijk? Was het nu juist niet de bedoeling van onze volkshuisvesting dat mensen met een krappe beurs op mooie plekken kunnen wonen? Waarom zou dat een voorrecht moeten zijn van de rijken?

Maar zo’n bestuurder zegt zoiets omdat hij, net als Kalshoven, huurwoningen in de eerste plaats ziet als een economisch goed, als een object dat waarde vertegenwoordigt dat te gelde gemaakt kan worden. Een lage huur op een dure plek is dus kapitaalverspilling. Die redenering transformeert huurwoningen tot particulier vermogen van een eigenaar, om het even of dat nu Prins Bernard is of een woningcorporatie.

Het is goed om te realiseren dat we juist die opvatting een eeuw lang bewust buiten de deur hebben gehouden, omdat de negentiende eeuw had bewezen tot welke duistere leefomstandigheden dat kon leiden. We zijn de volkshuisvesting in Nederland daarom gaan zien als een publiek goed, dat maatschappelijke waarde produceert en daarmee juist moet ontsnappen aan de harde wetten van de economie. Vandaar geen vennootschapsbelasting, geen vermogensheffing, geen winstdoelstelling, geen vermarkting en lage kapitaalslasten. Dat werkte fantastisch. Het leverde ons land de internationaal alom geprezen volkshuisvestingssector op, met 2,4 miljoen woningen, die inderdaad in vergelijking met de rest van Europa nog redelijke betaalbare huren hebben.

Zolang als het duurt, want sinds zo’n twintig jaar is de sector doelbewust de economie in getrokken (in verbloemde taal: verzelfstandigd) en is het grote verkwanselen begonnen. De publieke waarde is privaat kapitaalbezit geworden, ook als het van een corporatie is. Wat eigenlijk als succes gevierd moest worden (betaalbaar wonen op dure plekken, betaalbare huren in vergelijking met andere landen) werd in het nieuwe denken een bewijs van falen, van tekortschieten. We moeten ‘normaliseren’ heet het dan.

Ondernemende corporatiebestuurders gingen daarin voorop. Richting marktconforme huren? Logisch, de huursubsidie compenseert het wel. Extra huur-(Donner)-punten voor mooie locaties? Geweldig plan! Mooie woningen op dure plekken? Uitponden! Inderdaad precies, wat corporaties in Amsterdam zijn gaan doen. De prijzen van voormalige corporatiewoningen zijn daar al drie keer over de kop gegaan, met als gevolg dat het Amsterdamse centrum langzaam maar zeker in handen is gevallen van het Prins Bernard-legioen van huisjesmelkers, rijke studentenouders en expats. Dat krijg je dus als je de sociale huursector niet meer op zijn juiste maatschappelijke waarde weet te schatten. Erger: iets wat ten prooi is gevallen aan de bezitsdrang van de economie keert nooit meer in publieke handen terug. Maar het allerergste: Frank Kalshoven weet dat allemaal best.


Deze column verscheen in november in Huurpeil, nr. 4, 2019. Huurpeil is het kwartaalmagazine van de Woonbond.
Geef je op voor mijn Participatielezing op 31/01/20



Je kunt je aanmelden op de site van Movisie door op bovenstaande afbeelding te klikken.
Boekenessay over Gramsci en Schmitt en de rechtse omhelsing van hen
Tweede druk ’Niet-Normaal"
Vandaag is de tweede druk verschenen van niet-normaal. Ontwikkelingen en dilemma’s in de Nederlandse gehandicaptenzorg. De eerste druk was met een harde kaft, de tweede druk is een paperback. Maar aan de inhoud is niets veranderd. Goed dat het boek nu weer dus voor belangstellenden beschikbaar is. Je kunt het hier bestellen.

In NTZ, het Nederlands Tijdschrift voor de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen, stond onlangs van de hand van voormalig hoofdredacteur Ruud Geus een mooie bespreking te lezen. Klik ook onderstaande afbeeldingen voor de volledige pdf daarvan.

Kies een periode: augustus 2020
juli 2020
juni 2020
mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004