JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Via twitter (@josvanderlans, sinds oktober 2010) en onderstaand weblog (sinds augustus 2004) kunt u op hoogte blijven van artikelen en columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardig-heden.

Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb.



.

Reacties worden enorm op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - oktober 2016
#28 Nabij is beter: de case Arnhem

Meer lezen? Lees de volledige aflevering op de site van socialevraagstukken.nl.
Column in oktober nr. WOONBONDIG

Het verenigingsblad van De Woonbond, WOONBONDIG, begint aan een enorme restyling. Zowel de verschijningsfrequentie (van maandelijks naar vier keer per jaar), de opmaak als de inhoud gaan ingrijpend veranderen. Het wordt meer informerend en opiniërend en minder doordesemd met Woonbond-standpunten. De berichtgeving wordt feitelijker, en de standpunten van de Woonbond komen in aparte kadertjes te staan. En het blad komt er vooral mooier en moderner uit te zien. Kortom, een verbetering, hoewel de verschiningsfrequentie van vier keer per jaar voor zo'n formule wat aan de magere kant is.

In oktobver verscheen een proefnummer in deze nieuwe opzet. Ik mocht er een column in schrijven. Zie hieronder.


De wooncoöperatie

Ruim twee jaar geleden kochten mijn partner en ik een corporatiewoning in Amsterdam-Oost. Niet voor onszelf, maar voor onze studerende zoon. Een simpele berekening had namelijk aangetoond dat we ons spaargeld beter konden besteden aan de aankoop van een woning dan er maandelijks tenminste met zo’n vijfhonderd euro op te moeten interen door bij te dragen aan zijn huurlasten.  Door met meer mensen de woning te betrekken sloegen we twee vliegen in een klap:  de jongens kregen een woonruimte voor een aleszins redelijke huur en wij konden desondanks een rendement op ons geld innen dat beter was dan wat de banken konden bieden, want de rentetarieven bewogen inmiddels steeds verder richting nul. Kortom, een schoolvoorbeeld van een win-win-situatie.

Het was de eerste woning die de corporatie in het complex verkocht, dus we waren het eerste lid van de Vereniging van Eigenaren. De afdeling VVE-beheer had naar eigen zeggen standaardstatuten opgesteld.  Zelden heb ik zo’n lange lijst van verplichtingen en verbodsbepalingen onder ogen gehad.  Welkom in de nieuwe gemeenschap van eigenaren!  

Het was voor de VVE-beheerders ook een verrasssing dat ik – als enig lid naast de de vertegenwoordiger van de corporatie – kwam opdagen bij de eerste Algemene Ledenvergadering. ‘Meestal komt er niemand.’  De cijfers tuimelden over de tafel, het ging over onderhoud, over servicekosten.  Het ging niet over mensen, niet over toekomstige kopers, niet over huurders, laat staan over hoe de mengverhouding tussen huurders en kopers er de komende jaren uit zien. Ik had het gevoel getuige te zijn van een administratieve plichtpleging: de wet schrijft nu eenmaal een ALV voor. Mijn suggestie om huurders in de toekomst mee te laten vergaderen (VVE- beslissingen gaan immers ook hen aan)  oogste vooral verbijstering. Ze keken me aan of ik van een andere planeet afkomstig was.

Tegen deze achtergrond hoeft niemand verbaasd te staan dat de mogelijkheid van huurders om wooncoöperaties te vormen die is vastgelegd in de nieuwe woningwet een lege huls zal blijken. De nieuwe bepaling moet het mogelijk maken dat tenminste vijf bij elkaar in de buurt wonende huurders van corpratiewoningen middels een cooperatieve vereniging zelf de woningen zouden kunnen aanschaffen, beheren en onderhouden. Een soort  right to challenge voor huurders, die tegen de corporatie mogen zeggen: wij kunnen en willen het voortaan zelf doen.
Meer lezen? Klik hier voor de hele column.

Column Tijdschrift voor sociale vraagstukken


Werkdruk


Vernieuwing heeft altijd onzichtbare vijanden. Je weet eigenlijk niet wat het is; je weet ook niet hoe je het kan aanpakken, maar ondertussen ontnemen ze de zuurstof aan verandering. Werkdruk is zo’n onzichtbare vijand. Hij meldt zich als een onschuldig iets: iedereen heeft het druk, iedereen is druk bezig, er wordt hard gewerkt. Maar ondertussen…. Er zijn sectoren waarin het geld en de leidinggevenden aan de knoppen van de werkdruk draaien. Zij schrijven nauwgezet het aantal productieve uren voor of bepalen hoeveel tijd handelingen kosten. Veel GGZ-instellingen worden op deze wijze geregeerd, en ook de thuiszorg staat erom bekend. Bezuinigingen worden in deze sectoren vrijwel altijd opgevangen door aan de knoppen van de werkdruk te draaien. Nog meer productieve uren, nog sneller handelen, nog eerder afsluiten. Niet toevallig zijn de GGZ en de thuiszorg sectoren waar vernieuwing nauwelijks van de grond komt. Zoals het ook geen toeval is dat bijvoorbeeld Buurtzorg een succes geworden is omdat Jos de Blok c.s. radicaal brak met deze productiedwang: zij gaven de controle over de werkdruk aan de mensen die het werk moesten doen.

Maar nu blijkt dat de vermaledijde werkdruk zich ook aan het nestelen is in de wijklaboratoria waar gewerkt wordt aan de transformatie van het sociaal domein. Je hoort het, je voelt het als je sociale wijkteams aan het werk ziet. Druk, druk, druk. Dat is een onrustbarend teken want wijkteams zouden broedplaatsen van vernieuwing moeten zijn, die juist weten te ontsnappen aan de cultuur van vollopende werkagenda’s en vechten tegen wachtlijsten. De beschuldigende vinger wordt daarbij vrijwel altijd op de buitenwacht gericht, in ieder geval op krachten die buiten de invloedsfeer van de dienstdoende professionals ligt. Het zijn de nieuwe herindicatiedoelstellingen, de verplichte keukentafelgesprekken en/of de toegenomen registratiedwang van de gemeente die het werk disciplineren en de professionals naar adem doen snakken. Het mantra is dan wel ‘ruimte voor professionals’, maar in de dagelijkse praktijk wordt die ruimte in de ogen van de professionals door de buitenwacht voortdurend ingesnoerd.

Maar is dat ook echt het hele verhaal? Nou nee. Het klagen over werkdruk dient namelijk ook een ander doel. Het biedt professionals een ontsnappingsroute om het onbekende en ongewisse op afstand te houden. Wie zegt het al druk te hebben, kan er moeilijk iets bij doen, laat staan iets anders doen en al helemaal niet aan een nieuw professioneel avontuur beginnen. Daarvoor ontbreekt de tijd. En als iedereen die houding aanneemt, ontstaat er een gezamenlijke cultuur die ongebaande wegen systematisch afgrendelt.

Precies om die reden zie je dat veel wijkteams eigenlijk op een andere plek hetzelfde zijn gaan doen. Ze hebben zich weliswaar dichtbij burgers in de wijk genesteld, maar in principe werken ze volgens het bekende stramien. Er komt een melding, ze gaan in gesprek, al dan niet aan de keukentafel, ze vullen de zelfredzaamheidsmatrix in, maken een plan van aanpak, maken een vervolgafspraak….op naar de volgende cliënt. Vroeger deden ze dat vanuit het maatschappelijk werk, of bij MEE, nu doen ze het als lid van een wijkteam. Wie in wijkteams aan professionals de vraag stelt of hun werk nu echt fundamenteel is veranderd, krijgt dan ook opvallend vaak als antwoord dat dat wel meevalt. Andere collega’s, andere setting, misschien dat er wat beter wordt samengewerkt/afgestemd, maar eigenlijk is het niet veel anders.

Probleem is dat de hele operatie er nu juist op gericht was om wel anders te werken. Om sociale netwerken te mobiliseren, om problemen te collectiveren, om burgers bij de organisatie van de zorg te betrekken, om sneller te schakelen met specialisten, om krachten in de wijk te mobiliseren die mede vorm kunnen geven aan solidariteit en zorgzaamheid. Dat was het Grote Avontuur van de wijkteams. Maar dat avontuur kost tijd, kost uitproberen, kost vernieuwingsnieuwsgierigheid, kost alertheid om elkaar bij de nieuwe les te houden, en precies die noodzakelijkheden zijn niet opgewassen tegen de zuigkracht van de werkdruk die iedereen in de richting duwt van het tegenovergestelde: de bekende weg. Zo verwordt de nieuwe hoop van mobiliseren en activeren al snel tot de vertrouwde vorm van zorgen en ondersteuning bieden, zij het in een nieuw jasje.

De stille kracht van de oplopende werkdruk is daarmee de venijnigste tegenstander van de beloften van de decentralisaties. Je leest er ook zelden over in alle mooie beleidsnota’s. Het is vrijwel nooit een onderwerp van gesprek, niet in de teams, niet in de gemeenten. Dat zou - om te beginnen - wel moeten. Maar essentiëler is de les dat vernieuwing haar eigen vijanden tot leven wekt als professionals zich er geen eigenaar van kunnen maken. Als ze bedolven worden onder externe verplichtingen, als eigenlijk onduidelijk is wat er van hen verwacht wordt, als ze eigenlijk geen benul hebben over hoe het anders zou moeten, als ze onvoldoende mogelijkheden en bevoegdheden krijgen aangereikt om echt verschil te maken, als ze geen ruimte hebben, krijgen of nemen om over hun nieuwe werk met elkaar te reflecteren. Precies dat is wat er in veel sociaal wijkteams aan de hand is. Dan doe je wat je altijd al hebt gedaan en zucht je onder de onvermijdelijke werkdruk.
Foto Een Ander Nederland
De foto die gisteren zo pontificaal op pagina 5 van de Volkskrant prijkte bij een artikel over de kansen van linkse samenwerking en de moeizame geschiedenis daarvan, is geplukt van mijn site waar de foto op 28 maart 2012 werd gepubliceerd. (Zie onder) Diederik Samsom was toe net begonnen aan zij opmars als succesvol partijleider. Hij had de interne partijstrijd gewonnen, en ging er met volle moed tegenaan. Dus leek het mij wel aardig om in mijn blog herinnering op te halen aan die dagen in 2005 dat wij met Ronald van Raak en Tiny Kox (SP), Leo Platvoet en ik (GroenLinks), en Adri Duivesteijn en Diederik Samsom (PvdA)met het initiatief 'Een Ander Nederland' onze tanden stuk beten op de linkse samenwerking. We werden gedoogd door onze partijen, maar de mensen die het voor het zeggen hadden (Wouter Bos, Femke Halsema en Jan Marijnissen) geloofde er voor geen meter in. Dus werd het niks. Zoals ook Diederik Samsom meteen na de verkiezingen in het najaar van 2012 zijn steven richting VVD wendde.

Wethouder Van den Burg: vertrek Hetty is klote
Ruim 150 mensen namen gisteren in de Boekmanzaal in het stadhuis van Amsterdam afscheid van Hetty Vlug als directeur van Onderwijs, Jeugd & Zorg. Hetty is mijn partner, vandaar dat ik als ‘meneer Vlug’ aan haar zijde mocht staan. Het was een vreemde bijeenkomst, het voelde al met al eerder als een protestbijeenkomst dan als een afscheidsborrel. Twee externe bestuurders die de loftrompet afsteken over Hetty betrokkenheid, openheid en adequate samenwerking; twee wethouders die haar de hemel in prijzen over haar inzet en loyaliteit. Wethouder Eric van der Burg, de nestor van het college, wond er bepaald geen doekjes om. ‘Klote’ noemde hij haar gedwongen terugtreden; goed klote. De aanwezigen zongen massaal op zijn Ramses Shaffies: We zullen doorgaan. / Met de stootkracht van de milde kracht / Om door te gaan / Met wat jij met ons bedacht / We zullen doorgaan. /
Het was al met al een geweldige warme bijeenkomst; prachtige woorden, een hart onder de riem voor Hetty. Maar één vraag bleef na alle lofzangen toch hangen: hoe heeft dit eigenlijk kunnen gebeuren? Waarom heeft Eric van der Burg als hij het dan echt zo ’goed klote’ vond er geen stokje voor gestoken? Wat is dat voor een gemeente die mensen in een beweging naar de zijlijn duwt omdat ergens in de top een man niet boven zijn eigen ongenoegen uit kan stijgen?
Wethouder Simone Kukenheim steekt de loftrompet af over vertrekkend directeur Hetty Vlug (rechts).
Lees Hetty's afscheidsspeech hier.
En klik hier voor de afscheidsspeech die zij half juli voor de medewerkers van Onderwijs, Jeugd en Zorg hield.
Bij het afscheid van Gerard Anderiesen

Het rode geluk

Eén van mijn mooiste boeken, misschien zelfs wel het beste, schreef ik in opdracht van Gerard Anderiesen. Het is ook meteen het boek dat het minst is gelezen, want het werd gratis uitgedeeld na het spectaculaire ‘oud-en-nieuw festival’ waarmee de Algemene Woningbouwvereniging (AWV) en Het Oosten hun samengaan tot Stadgenoot in de nacht van 30 juni op 1 juli 2008 beklonken. Ruim 1500 mensen kregen het boek na een avond vol champagne in een tasje mee. Tja. Op Marktplaats doet deze rijk geïllustreerde uitgave (300 pagina’s - ‘zo goed als nieuw’) nog geen vier euro (inclusief verzendkosten).

Het rode geluk, zo heet het boek, vertelt de geschiedenis van de Algemene Woningbouw Vereniging vanaf haar oprichting in 1910 tot de fusie in 2008. Eigenlijk is het een exemplarische geschiedschrijving van de sociaaldemocratie in Nederland. De AWV was tot in de jaren negentig de grootste sociaaldemocratische woningbouwvereniging met zo’n 25.000 woningen en 40.000 leden. Het is het verhaal van een energieke voorhoede van de arbeidersbeweging die in het begin van de 20e eeuw de emancipatie van arbeiders ter hand nam. Het is het verhaal van de trotse bewoners van het Transvaalplein die in de oorlog ineens teruggeworpen werd op hun joods-zijn en vrijwel allemaal zijn omgekomen in concentratiekampen. Het is het verhaal van Jan de Jong, die als jongste bediende in 1935 begon en in 1983 afscheid nam nadat hij 23 jaar voorzitter was geweest.

Maar het is ook een verhaal van een vereniging die eigenzinnig vasthoudt aan haar succes. Bewuste geëmancipeerde arbeiders ontpoppen zich tot eisende woonconsumenten; overheidssturing wordt marktwerking; verenigingen worden bedrijven; publiek kapitaal wordt private financiering; voorzitter, secretaris en penningmeester worden Raad van Bestuur. Het AWV wil er niet aan meedoen. Aan de hand van Gerard Anderiesen wordt de vereniging alsnog de moderne tijd binnen geloodst, uiteindelijk resulterend in een huwelijk met de losgeslagen katholieke woningcorporatie Het Oosten onder leiding van allesaanpakker Frank Bijdendijk.

Ik heb me vaak afgevraagd waarom Gerard Anderiessen per se wilde dat dit verhaal verteld werd en waarom ik zelf het fantastisch vond om het te schrijven. Ik denk dat ik het nu weet. Want dit verhaal gaat niet alleen over de AWV; het gaat ook over een linkse generatie in tijden van welvaart en verandering. Het gaat over mijzelf en over Gerard Anderiessen. Kunnen wij het verleden koesteren en de moderne tijd omhelzen? Staan wij in een geschiedenis of rekenen wij daarmee af? Is er nog zoiets als een sociaaldemocratische passie?

Gerard Anderiesen heeft altijd geprobeerd deze twee zielen, die van sociaaldemocraat en modernist, te verenigen. Daarbij had hij het verhaal van het verleden, het verhaal van Het rode geluk, nodig als referentiekader en inspiratiebron, wetende dat prestaties uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst. Hoe langer ik daar over nadenk, hoe meer waardering ik krijg voor het feit dat hij daar al die tijd zo energiek en vrolijk onder is gebleven. Op zijn plek was ik daar vast knap chagrijnig, zo niet wanhopig van geworden.

Bijdrage geschreven voor de afscheidsbundel voor Gerard Anderiesen 'Eigenlijk een geniale man'. die vandaag bij zijn afscheid als bestuurder van Syadgenoot aan hem werd overhandigd.

Het rode geluk. Een geschiedenis van de Algemene Woningbouw Vereniging (Amsterdam: Bas Lubberhuizen).
Vakmagazine over tranformatie sociaal domein

Op 30 september 2016 rondde de Transitiecommissie Sociaal Domein (TSD) haar werkzaamheden af als nationale waakhond van de decentralisaties. Twee jaar lang heeft de commissie onder leiding van de burgemeester van Dalfsen, Han Noten, stad en land afgelopen om te kijken of de decentralisaties in de dagelijkse praktijk hun beloften ook konden waarmaken. Wordt er integraal gewerkt? Waar lopen professionals in wijkteams tegenaan? Kan het echt een tandje minder met specialistische hulp in de jeugdzorg? Werkt de gebiedsgerichte aanpak?

De commissie vroeg Jos van der Lans en Pieter Hilhorst om als slotakkoord een magazine samen te stellen waarin professionals aan het woord komen ver de vraag hoe zij hun professionele vakmanschap vormgeven als de omstandigheden ingrijpend veranderen. Wat is de winst? Waar loopt men tegen aan? Zij hebben deze interviews gebundeld in het vakmagazine Als alles verandert… Vakmanschap in tijden van decentralisaties dat de TSD tegelijkertijd met haar slotrapportage heeft gepubliceerd.

Aan het woord komen onder meer een opbouwwerker, een kinder- en jeugdpsychiater, een wijkverpleegkundige, een huisarts, een directeur van een speciaal-onderwijsschool, een bestuurder van een grote verslavingszorginstelling, een wethouder, twee generalisten uit een wijkteam, een JIM (Jouw Ingebrachte Mentor) en een ambulant jeugdhulpverlener, gesprekleiders van netwerkberaden, een gemeenteraadslid, een bestuurder van een sociaal werkbedrijf. Kortom, een zeer divers palet van professionals die dag in dag uit op zoek zijn naar de beste wijze om hun vak uit te voeren in een nieuwe werkelijkheid.

Duidelijk wordt dat professionals hard en vol overgave gewerkt aan de transformatie van het sociaal domein. Professionals proberen te ontsnappen aan de opgelegde formats van het verleden, de protocollen, de productieverplichtingen, de verkokering, en zoeken elkaar op. Ze willen ruimte voor vakmanschap, in het besef dat geen professional het alleen af kan. Ze willen maatwerk leveren en dus samenwerken. Anders gezegd: de beloften van de decentralisaties zijn doorgedrongen tot de dagelijkse werkelijkheid, tot discussies in het stadhuis, tot de werkvloeren van de verzorgingsstaat.

Jos van der Lans en Pieter Hilhorst hebben dertien mooie portretten gemaakt van hele diverse vakmensen die de verandering beschrijven. Fotografe Miloushka Bokma geeft ze ‘smoel’.

Download hier het magazine rechtstreeks.
#27 Nabij is beter: de TSD rapporteert
Wil je het hele verhaal lezen? Klik hier of op de afbeelding hierboven.
Kies een periode: oktober 2020
september 2020
augustus 2020
juli 2020
juni 2020
mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004